#WOT deel 33: onweerstaanbaar

Als er iets is wat me onweerstaanbaar lonkt, is het wel de toekomst of dat onvervulde kapitaal of beeld dat ik van mezelf heb en wat ik zou kunnen zijn. Ik weet: ik ben een dromer. Eigenlijk leef ik niet echt. Ik dagdroom veel. Heel veel. En in die dagdromen leef ik wie ik wil zijn en is alles mogelijk.

Ik vraag me dan ook vaak af, wat er zou gebeuren als men me dat wegdromen zou afnemen. Ik denk dat ik dan terstond de hoop zou opgeven en subiet zou sterven.

Het #W(rite) O(n) T(hursday)-woord is:

Onweerstaanbaar ~ 1) Aantrekkelijk 2) Bekoorlijk 3) Charmant 4) Irresistibel 5) Verleidelijk 6) Zeer verleidelijk

Ergens besef ik dat het een verkapte vorm van escapisme is, zodra iets doordringt als onwenselijk of niet leuk, sta ik mijn hersenpan toe te vluchten in dagdromen. Het voordeel daarvan is dat je iedereen en voornamelijk jezelf in een bepaalde waarde laat. Je respecteert jezelf genoeg om te weten dat je beter zou willen en kunnen. En die ander – die waarschijnlijk geen besef heeft van je onweerstaanbare fata morgana – hoeft daar geen rekening mee te houden. Iedereen blij.

Alleen daarom al vind ik het soms heerlijk om in mijn eigen gezelschap te vertoeven. Ik zet een knop om en dagdroom even heerlijk weg. Het is net vakantie, maar dan beter en minder kostbaar. Je kunt op ieder moment de knop weer uitzetten en weer veilig landen in de realiteit. En weer terugkeren naar die plek waar jij je veilig waant.

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat een link achter naar je eigen blog onder het woord van die week zodat iedereen mee kan lezen.

De #WOT is bedacht door Karin Ramaker. Daarna is het overgenomen door mij, vervolgens Hendrik-Jan de Wit en nu door Martha Pelkman.

Onhandig

En plein public ben ik altijd wat onhandig. En dat is om je dood te generen. Ik kan bijvoorbeeld absoluut niet met stokjes eten, wat niet meehelpt als je graag bij de Jap eet.

That is, als ik alleen ben wél. Maar dus niet als er anderen bij zijn, dan ga ik lopen klunzen, en dan ben ik opgelucht als iemand een vork vraagt om me van de totale vernedering te sparen. Zelfs dan, presteer ik het om mijn vork meerdere keren á la grond te laten stuiteren. En die op te pakken alsof er liefst niets gebeurd is. En verder te eten zonder te controleren of ik niet toevalligerwijs een of andere gevaarlijke bacterie van de grond meeneem.

Het is nu eenmaal iets in mijn gestel of mijn motoriek. Ik ga prompt stunt(el)en in gezelschap. En dat wekt bij mij irritaties op. En bij die ander, naar ik vermoed, lachstuipen. Wat nog wordt verergerd omdat ik er vierkant bij bloos en een beetje drift dan wel nijd vertoon.

Nu kan men beter om je lachen dan om je huilen, is mijn persoonlijke wijsheid. Maar als je zoals ik 47 ben, going on 48 soonest, dan mag je toch wel verwachten met een volwassen mens te maken te hebben. Echter, ik leer het niet af.

Ik struikel ook graag in het bijzijn van iemand die ik graag mag. Of ik stort mezelf in diens armen. Per ongeluk. Niet expres.

Het lijkt wel of ik zo opga in die ander dat ik prompt mijn eigen houding totaal vergeet. En dan prompt een flater sla. En dat ik dan nadien zo gegeneerd ben dat ik me afvraag wat die ander wel niet van me moet denken. En dan moet ik me in duizend bochten wringen om die ander dat beeld van me weer te laten vergeten.

Vaak lukt dat wel, tot het volgende dinertje, dan word ik weer zo fijn met mezelf en mijn onhandigheidjes geconfronteerd.

Mijn handen, mijn lichaam, wij zijn wat ongecoördineerd samen. Het lijkt wel of dat het laatste beetje restje aan charme is wat me wordt ontnomen. Alsof er daarboven iemand aan het werk is die het wel geinig vindt om me dat kleine beetje onhandige te laten demonstreren. En dat ook graag in de hand werkt. Soort van genoegdoening. Soort van ‘Nou, meid, je kunt nu eenmaal niet alles hebben!’

Hoera! Ik ben een ex-roker

Na een paar stressvolle dagen – of denk je dat alleen maar? – is het me gelukt de ergste gewenning af te zweren. Er zijn natuurlijk nog steeds momenten dat ik denk dat ik moet roken, maar nu weet ik dat me nu al beter voel – qua luchthappen en conditie – en zijn dat soort gedachten alleen maar verslavingsroepen. Ik noem het maar wat.

Ik realiseer me nu dat de momenten dat ik dacht dat ik met een sigaret beter kon nadenken, ik in wezen mezelf ‘bedwelmde’, als een laken die ik gooide over een zee aan gedachten. Als ik het voorheen even niet zag zitten, stak ik maar een sigaret op in plaats van dat probleem daadwerkelijk aan te pakken. Omdat er ook momenten zijn dat iets misschien niet zal lukken en je die momenten liefst wil vermijden.

En prompt kwam deze quote net voorbij op Twitter:

To lose patience is to lose the battle ~ Mahatma Gandhi

Die wil ik even onthouden, want ongeduld met mezelf en de rest is nog wel een dingetje van me.

Voor het moment waag ik het te denken dat ‘body, mind & spirit’ volledig met elkaar in overeenstemming moeten zijn, en dat kan niet als je je lichaam stelselmatig vergiftigt.

Tot zover. Ik zal er niet te lang over doorgaan. Ik besef dat het voor die ander niet meer dan normaal is dat je niet rookt. Ik ben wel heel blij met mezelf dat ik zelf-discipline aan de dag kan leggen. Dat is dan weer een veer die ik mezelf graag in de kont steek.

#WOT deel 32: irritatie

We hadden een klant ooit en als die de winkel binnenkwam presteerde hij het altijd net iets minder centjes in zijn portemonnee te hebben wat het geprijsde artikel kostte. Dat zuigt. We zijn in Nederland niet zo van het onderhandelen. Toch flikte die man het altijd weer. En mijn vader trok dan helemaal wit weg omdat hij geacht werd de confrontatie met zo iemand aan te gaan voor het luttele bedrag van bijvoorbeeld 15 cent. Hij was eerder genegen om het er maar bij te laten zitten.

Dat trekje heb ik van vaderlief overgenomen. Ik kan er absoluut niet tegen als men het absolute onderste uit een kan wil halen, terwijl men er nooit bij stilstaat of en hoe daar een beloning tegenover zou moeten staan.

Het #W(rite) O(n) T(hursday)-woord van gisteren was:

Irritatie ~ 1) Aanstoot 2) Branderigheid 3) Ergernis die branderig aanvoelt (crypt.) 4) Ergernis 5) Geraaktheid 6) Geprikkelde stemming 7) Geprikkeldheid 8) Korzeligheid 9) Kriebels 10) Misnoegen 11) Ontstemming 12) Prikkeling 13) Prikkels 14) Verbittering 15) Verontwaardiging 16) Wrevel

Service is cool. Dienstverlening ook. Maar… ik vind dat er op een gegeven moment niet voorbijgegaan moet worden aan een schier eindeloze inzet van die ander. Dat heeft natuurlijk alles te maken met een verwachtingspatroon van beide mensen. Men kan het wel meer dan normaal vinden dat die ander zomaar alles doet en niet snappen of er niet bij stilstaan dat die ander stilzwijgend hoopt op beterschap. Stilzwijgendheid is dus nooit okee.

Je zult over en weer verwachtingen uit moeten spreken. Duidelijk zijn. En daar heb ik toch altijd weer wat moeite mee.

Somtijds kriebelt het (te) vaak onderhuids en laat ik de irritaties in mijn directe omgeving los. Ooit ga ik het leren. Dan stel ik wél mijn grenzen…

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat een link achter naar je eigen blog onder het woord van die week zodat iedereen mee kan lezen.

De #WOT is bedacht door Karin Ramaker. Daarna is het overgenomen door mij, vervolgens Hendrik-Jan de Wit en nu dus Martha Pelkman.

Bitch fights

Je zou toch denken dat het journaille onderhand volwassen is geworden anno 2015. Als je leest over bitch fights die nog steeds schijnen te rulen tussen beroemde dames. Volgens mij begonnen die suggesties over vervelend gedoe reeds tussen Yoko Ono en Linda Eastman (respectievelijk de vrouwen van John Lennon en Paul McCartney, leden van The Beatles). Nu schijnt men dat beeld aan ons te willen opdringen over ene Sylvie en Sabia. Maar goed: we hebben het nu natuurlijk wel over de opperste riooljournalistiek. Totaal niet geloofwaardig. Nu is het zomer en dus heerst komkommertijd alom.

Vroeger keek ik graag naar series als Dallas, Dynastie en ja zelfs: Bold and the Beautiful. Totdat ik eens een kritische blik wierp op relaties die men gestalte doet in dat soort pulp. Vrouwen spelen rollen waarin ze zich hun hele leven lang op oorlogsvoet tot elkaar verhouden. Die vrouwen worden nog steeds afgeschilderd als oermens met zeer onontwikkelde eigenschappen en driften waar zelfs een beest geen kaas van wil likken. Dat vrouwen anno 2015 nog steeds zo in the picture worden gezet, is mijns inziens pre-historisch. Niet meer van deze eeuw. Dat vrouwen zich daartoe nog steeds lenen, is mij een volslagen raadsel.
En mannen mochten het willen, mijn ervaring is anders.
We weten natuurlijk dat vrouwen niet gespeend zijn van karakter, en wie goed kijkt ontdekt elke dag wel een nieuw trekje.
Edoch, het steekt me behoorlijk, vrouw zijnde. Waarom? Omdat het niet bepaald getuigt van zowel IQ als EQ, maar dan weet je ook gelijk dat die verhalen wel moeten zijn verzonnen door mannen. Altijd interessant natuurlijk als twee vrouwen vechten over één Adonis. En dat laatste is dan nog het meest vermakelijke ervan.
En: alles is natuurlijk zo grappig omdat het die ander overkomt. Natuurlijk zijn vrouwen er om van te houden, niet om te begrijpen. En als vrouw kunnen we als geen ander ondoorzichtig als glas zijn.
Een positieve kant heeft deze blogpost dan weer wel. Winnaars geven nooit op,  ook niet in de entertainment-industrie, en mensen die opgeven winnen nooit. Dat heeft men als man dan wel weer dondersgoed begrepen.