Bevlogen geleiding

De vrouw lag op bed. Gaf een order, en de hond trok aan het koordje, zodat de vrouw zich kon omdraaien. Gaf nog een order, en de hond trok de deken van haar af. Na nog een order, trok de prachtige goudkleurige hond weer aan het koordje en de vrouw kon zich opnieuw omdraaien, nu op haar andere zij.

Zomaar wat acties van wat een blindegeleidehond als taak heeft. Ooit solliciteerde ik als stagiaire trainer in dit segment van de zorg. Helaas werd ik afgewezen, aangezien ik zelf een handicap (slechthorendheid) rijk ben.

Maar goh, wat raak ik altijd tot over mijn oren verliefd als ik eens op straat, of in een verdwaald filmpje op het Internet, de zorgacties van zo’n hond zie. Warme tranen van geluk biggelen dan over mijn wangen, dat deze zorgverlening mogelijk is, überhaupt er mag zijn.

Onlangs hoorde ik dat deze pups speciaal gefokt worden, en eerst een poosje ‘gesocialiseerd worden’ bij een tijdelijk gezin of houder. Het lijkt me vreselijk om na verloop van tijd afstand te moeten doen van zo’n hond, maar met het oog op hun belangrijke toekomst, wel iets wat je dan met meer gemak op ‘de koop’ toe neemt.

Als ik ooit miljonair word, dan zou ik liefst zelf zo’n geleidetraject of school opzetten. Voor mijn gevoel is dat de meest nuttige investering ooit, naast een goede imago-boost…

Veilig

Eerlijk gezegd, wist ik zo gauw niet waarom ik iets in hem zag. Maar goed, hij had dat aandoenlijke puberachtige koppie nog, zelfs toen hij al de veertig gepasseerd was. En hij woonde vijf deuren verderop. Al zag ik hem dan alleen laat op de zaterdagmiddag bij de super hieronder. En waren onze begroetingen altijd supervriendelijk.

En ik moet wel ten einde raad zijn geweest, dat ik hem die zaterdagmiddag aansprak. Toen hij me daar in de super opnieuw zo vriendelijk gedag zei, trok ik de stoute schoenen dus maar aan. Als eerste viel me die alcoholwalm op, maar ik negeerde het. Ach, de meeste mannen hingen in het weekend toch in de kroeg, waarom hij dan niet? Ik vroeg hem, aldus, of het niet eens tijd werd dat we samen een koffietje of nog beter een biertje/ hapje zouden doen? Hij glimlachte weer die jongensachtige ondeugd, en nodigde me terstond uit bij hem thuis die avond.

Ik werd daar op het laatste moment toch wel een weinig nerveus van, maar trok stoer een rood shirtje aan, met mijn Schotse mini-rokje – die ik nog steeds manhaftig bewaar voor betere tijden en slankere dagen – eronder, en zwarte kousen. Toen ik eenmaal wat gestresst bij hem aanbelde, en hij de deur opensloeg, zag ik aan zijn goedkeurende blik, dat dat de juiste keuze was geweest.

Op de achtergrond hoorde ik ‘Angie’ van The Stones spelen. Dat was voor mij gelukkig een goede intro een leuk gesprek te beginnen. Was hij fan van The Rolling Stones, want ikzelf een overjarige Beatlesfan? Hij knikte enthousiast. En de rest van de avond deed hij wanhopig zijn best me te overtuigen van de betere kwaliteiten van Jagger/Richards, terwijl ik hem speels tegensprak over de muzikale genialiteit van Lennon/McCartney.

Onze babbels verliepen zo gemoedelijk en zo amicaal dat ik rond een uurtje of middernacht, na ettelijke biertjes en rode wijntjes, het waagde om hem zowat te bespringen. Wat natuurlijk in een heftige vrijpartij eindigde op dat iele zwartleren bankje.

De volgende ochtend wekte hij me met de vraag of ik verkering met hem wilde. En die vraag vond ik zo lief en amusant dat ik verwachtte de rest van mijn leven met dit joch samen te zijn.

Ach, dat hij een half jaar jonger was, en gek op darten in de kroeg, dat deerde in eerste instantie niet. Dat hij vervolgens verwachtte dat ik elk volgend weekend en elk darttoernooi met hem op pad zou gaan, richting elke kroeg, in tweede instantie ook niet.

Even, en dat duurde wel een half jaar, keerde ik weer terug naar mijn horecaffer lifestyle van twintig jaar geleden. Ik dronk meer bier en wijn dan me lief was. En stilde de katers met nog veel meer tomatensap met Tabasco met peper/zout. Ik sliep overdag, en was ’s nachts wakker om met R. te genieten van muziek, bier en seks. Ja eigenlijk, leefden we pure rock ’n roll.

Maar dat darten stond me op een gegeven moment zo tegen. Want ik kan er nu niet meer naar kijken, ook niet op tv. En ik voelde zo weinig binding met al die alcohol zuipende vrienden van mijn lief, dat dat onze band begon te ontwrichten.

Tot ik op een dag de moed vond voor mezelf vast te stellen, dat ik niet langer verliefd was. Dat ik niet langer verkering hoefde. Dat ik hem vrij kon laten.

Nog steeds als ik hem op de gang op bij de super tegenkom, word ik eerst begroet door die alcoholwalm. En daarna door nog steeds zijn vriendelijke en toegankelijke natuur. Die aantrekkingskracht blijft, maar iets vertelt me dat hij louter zocht naar een soort moederfiguur. En dat was mij nog net een brug te ver…

Verkocht

We waren nog maar nauwelijks thuis gearriveerd van vakantie, of mijn moeder klaagde over helse buikpijn. Aldus volgde een bezoek aan een arts, die haar gelijk doorverwees naar een ziekenhuis, want het bleek een acute blindedarmontsteking.

De daarop volgende uren voltrokken zich als in een waas voorbij. Enerzijds nerveus was ik net 14 jaar oud, want een moeder in het ziekenhuis voor deze ingreep die eigenlijk routinematig wordt gedaan, vond ik nogal zorgwekkend. Ik was als de dood dat zij het leven zou laten. Anderzijds verbleef ik alleen thuis, wat me meer dan eens meer vraagtekens dan oplossingen opleverde.

Op een gegeven moment zat ik zelfs zonder geld. En ik wilde niemand tot last zijn, dus keek ik eens rustig om me heen hoe ik de komende dagen nog enigszins ongeschonden door kon komen. Gelukkig had mijn moeder altijd wat geld in haar kleine bescheiden knip. Dus waren de eerste dagen een piece of cake geweest.

En eigenlijk moest ik gaan stofzuigen, eens wat doen aan huishoudelijke klussen, en keek naar de wat stoffige vloer en de enorme Persische vloerkleden waar mijn moeder zo verzot op was. Ik niet. Ik had een gruwelijke hekel, al vanaf kinds af aan, aan elk soort kleed of vloerbedekking waar stof aan te pas kwam. En daar daagde me het licht.

Ik verschoof wat meubels, rolde het Persische vloerkleed onder de salontafel op en toog naar de markt, met het ding over mijn schouders. Terwijl ik de markt opliep, werd ik vrijwel gelijk aangesproken door een wat vreemd aandoende oudere man. Hij vroeg me, wat ik als ‘mooi’ meisje met dat enorme tapijt op de markt kwam doen. Ik vertelde prompt dat het vloerkleed te koop was.

Hij vroeg me het uit te rollen en keek er eens kritisch naar. Onderwijl besefte ik dat ik het beter eerst had kunnen zuigen.

“Wat wil je er voor hebben?” was zijn enige respons.

Ik had werkelijk geen idee. Mijn persoonlijke vraagprijs en de enorme hekel aan dit stofnest maakte daarom de vraagprijs niet al te hoog, vermoed ik. Dus riep ik dat hij het voor €175,- mocht hebben. Hij begon gelijk te onderhandelen, en even later liep ik trots naar huis met €150,- in mijn broekzak.

Ik kon het ongeveer een week uitzingen met dit bedrag, realiseerde ik me. En mijn moeder zou na tien dagen weer thuiskomen uit het ziekenhuis. Dus leefde ik bij de dag. En maakte me niet al te veel zorgen over morgen.

Totdat het moment een kleine week later kwam dat ik toch dat bosje bloemen wou aanschaffen voor als mijn moeder de volgende dag thuis zou komen. En mijn geld op. Maar geen nood, onder de eettafel lag een kleiner Persisch vloerkleedmodel. En dus hoopte ik ook die te kunnen slijten op de markt.

Aldus geschiedde en wonder boven wonder was dezelfde marktkoopman er weer en vroeg bijna dezelfde vraag. Ditmaal was hij iets behoudener. Ik kon aan zijn hoofd zien dat hij dacht dat hij met een dievegge te maken had.

Dus legde ik het verhaal uit van mijn moeders acute blindedarmontsteking en operatie. En dat ik louter tijdelijk wat geld nodig had.

Opnieuw vroeg hij wat ik voor dit kleinere model wilde hebben.
Als antwoord gaf ik €125,-, en dus liep ik een kleine vijf minuten later trots weg met weer €100,- op zak.

De volgende dag zou ik dan tenminste mijn moeder kunnen verrassen met een schoon huis en verse bloemen op tafel. Een betere thuiskomst zou ze zich vast niet kunnen wensen.

Ik nam me voor die dag van school te spijbelen. Stond er goed voor, dus een paar uurtjes minder aanwezigheid zou niet deren. Zo rond een uurtje of 11 reed de taxi de hoek om. Met een zucht van opluchting stapte di Mama de huiskamer in. En verschoot direct van kleur.

“Mijn Persische kleden?!” riep ze verontwaardigd uit. “Zijn ze gestolen?”

“Nee, tuurlijk niet,” haastte ik me te antwoorden. “Ik heb ze verkocht op de markt, zodat ik je niet om geld zou hoeven te vragen.”

Moeders beet op haar lip, toog naar de telefoon en belde mijn vader op. Onderwijl stak ze een dramatische tirade af tegen hem over mijn recente acties. Na zijn weerwoord, wat ik niet kon volgen, overhandigde ze mij de hoorn en liep driftig richting haar slaapkamer. Ik begreep met het dichtknallen van die deur, dat ze niet bijzonder in haar nopjes was.

Ook vaderlief was niet mals. Hij uitte een paar bedreigingen, als ‘als je ooit nog eens iets van je moeder verkoopt, dan breek ik je benen, hoogstpersoonlijk!’

En toen werd ik wakker, badend in het zweet. Gelukkig was het maar een droom geweest…

Prop

Gedurende de generale repetitie van onze musical ‘Au revoir, Paris’ ging alles geweldig voorspoedig, maar tijdens ons optreden die avond bleek dat ik halverwege luid stotterend een brok in mijn keel moest wegslikken toen ik eenmaal mijn hoofdrol van Yvonne moest laten gelden. Dat gebeurde zo luidruchtig dat de hele zaal onder tafel lag. Van het lachen weliswaar.

Ik lachte niet, nadrukkelijk niet. De tranen stonden me in de ogen, en ik wilde alleen maar het toneel zo snel mogelijk verlaten en deze bühne-ervaring zo snel mogelijk vergeten.

Maar José – mijn Portugese vriendje destijds – nam heel eventjes de rol van me over door van mijn plaats naar zijn eigen plaats te wippen en met wisselende stemmetjes een one-man-show weg te geven. Hij hield daarbij mijn hand stevig vast, zodat ik niet weg kon lopen. Dat gaf me zoveel steun, dat ik mijn rol op een zeker moment vanzelf weer overnam.

Later vroeg een van de ouders nog aan me of ik die prop expres zo luidkeels had weggeslikt, om de spanningen en nervositeit van de groep in een klap weg te vagen, want het verliep daarna verdriedraaide vlekkeloos en relaxed.

Ik knikte maar bevestigend; hij moest eens weten.

Nu later, veel later, is deze herinnering er een van een glimlach. Er een dat die traan me uiteindelijk veel meer moois opleverde, nadien. Uiteindelijk moest eerst Murphy’s Law in werking treden, zodat het daarna pas écht goed kon gaan…

#WOT deel 19: water

Ik hou van schotsje springen, om dan te moeten balanceren op zo’n glad rotsje. Dat moment dat je nét niet valt, of juist wél. Ik hou ervan, dat elke nieuwe beweging in water een rimpeling tot gevolg heeft. Ik hou van druppels water, langs een glas, of na een frisse lentebui op het raam.

Zoals Carl Gustav Jung altijd al zei, het is niet voor niets dat het in de weekenden zo druk is aan een strandboulevard. Kijken naar water heeft een genezende uitwerking op de mens. Ik denk zelfs dat je er een beetje filosofisch van wordt, van actie naar reactie, van reflectie naar golven, van stilleven naar stroming, van eb naar vloed. Dat doet iets met je capaciteit of je denkvermogen.

Water ~ 1) vloeistof die in zuivere toestand geen kleur, reuk of smaak heeft 2) rivier, meer, kanaal 3) vloeistoffen die er min of meer als water uitzien 4) lichaamsvocht

Zelfs mijn feline vriendjes zijn dol op water. Hetzij door te drinken vanuit een kraan, hetzij door er gebiologeerd naar te staren.

Met mijn eczeem heeft water altijd die corrigerende werking op jeuk. Het laat die gekmakende jeuk – die tot een bijna onverzadigbare pijn leidt – verdwijnen. Daarom alleen al douche ik vaak en lang. Daar kan geen medicinaal crèmetje tegenop.

Vroeger wilde ik al altijd wonen in en op een woonboot. En naarmate de tijd vordert, groeit die wens steeds steeds gestager. Ik vermoed dat dat rustige continue kabbelen rondom, een helende werking heeft op mijn gemoedsrust dat bij tijd en wijlen door de diverse hoogten en dalen wordt gedreven. Misschien dat Carl Gustav Jung me dat heeft willen vertellen door er in zijn boeken over uit te weiden.