Veel vragen, geen antwoorden

Photo by Download a pic Donate a buck! ^ on Pexels.com

Soms heb ik vragen! Antwoorden; vrijwel geen, echter. Dat alleen al zou het leven vrij spannend moeten maken en houden, me dunkt.

Soms denk ik na over de mensheid! Er zijn veel mensen. Al die mensen hebben een mening. Ik zou oprecht geïnteresseerd kunnen en moeten zijn, naar wat die meningen dan inhouden. Echter, dat ben ik lekker niet. Pûh la. Al dat spelen op de man, zelfs politici, want die zijn immers ook allemaal van nature mens, kan mijn pret danig drukken.

Soms maak ik me zorgen! En daarin ben ik gelukkig niet alleen. Want al die mensen die er dus een mening op na houden, maken zich waarschijnlijk ook zorgen. Maar hoeveel zorgen kan een mens hebben en er op na houden?

Soms stel ik dus mezelf vragen! Waar komt zo’n (corona)virus vandaan, bijvoorbeeld? Hoe kan zo’n virus zo’n vrij spel krijgen en uitgroeien tot een mondiaal probleem? En dan weet ik, er zijn veel mensen. Té veel? Is er iemand geweest, die dacht, we gaan er iets aan doen? Wordt het op ons losgelaten, en ziet men wel wat er van komt? Ik vind het nogal een risicovolle gedachte, maar écht ook ík denk daar dus over na.

Soms zeuren mensen over ouderen. Die hebben immers hard gewerkt (te hard?) en veel gespaard, dus (te) veel geld. Dat denk ik niet. Ik weet namelijk dat ikzelf ook ouder zal worden. Dat zeuren kun je ook doen over de jeugd, immers, maar doe ik lekker niet, want was zelf ook ooit ‘de jeugd’.

Soms maak ik me dus zorgen over al die vingertjes die wijzen. Naar elkaar. Niet mét elkaar. Nee, want het is immers crisis. En dan heeft men logischerwijze geen antwoorden meer op vragen. Zal de tijd het/ons leren? Ten koste van wie / wat / waarom, gaat dat dan?

Soms is het tijd voor een nieuwe tijdsgeest. Alleen, waar kan ik dat vinden?

Lente in mijn bol

Uit eigen collectie

Zelfs nestjesmakende kievitten zijn jaloers op mijn balkon. Ze vliegen af en aan, om allerlei takjes en aardewerk op te halen voor hun vers te bouwen nestjes. Dat is een grappig gezicht. Maar iedere keer als ik dan die foto wil maken, van hun bekje vol nestelwinst, zijn ze al heen gevlogen. Weer té laat, mijn fotografiekunstje.

Ach, ik geef de schuld van deze huidige tuinierzucht dan maar aan mijn moeder. Want, hoewel ze me reeds gewaarschuwd heeft dat deze Paasdagen het nog geducht koud kan worden, de plantjes staan daar al te pronken en pralen dat het een lievelust is. Maar wat kan het mij schelen, zolang de plantjes maar veilig warm achter het glas staan, waar de warmte van de zonnestralen van achter dat glas van de balustrade ze hopelijk genoeg bescherming zal bieden.

Iedere keer als ik naar buiten kijken, naar het verlengstuk van mijn woonkamer dat mijn balkon mag heten (als het ware een soort sèrre, maar dan anders), word ik vrolijk van de nieuwe plantjes. De lente is voorgoed neergedaald.

Ergens vorig jaar stond er beneden een verlaten kar, met houten vlondertjes, die nu ook à la mijn balkonia liggen. Het geeft mijn balkon een wat luxere uitstraling. Wat vind jij?