#WOT, deel 27: verhaal

Photo by KoolShooters from Pexels

Ook ik ervaar de laatste tijd wat moeite om in een verhaal te komen. Moet ik er wel bij zeggen, dat ik dusdanig word opgeslokt door het dagelijkse leven dat ik er werkelijk waar geen tijd voor vrij maak. Liefst zou ik bij mooi weer, me ergens buiten op het terrasje van dat bistrootje bevinden, en dan voorzien van een natje en droogje, ellenlange verhalen typen. Over alles wat me op dat moment raakt. Over mensen die ik voorbij zie komen, en door wie ik dan in mijn toch al levendige fantasie hele verhalen kan pennen.

Wat me wel eens wil helpen, zoals nu, is dat ik mezelf de tijd even gun. Ik zet een timer aan op de achtergrond, en zweer erbij dat ik alles mag schrijven wat ik in die twintig minuten kwijt wil. Maar gedurende louter 20 minuten dus, want echt veel langer lijkt mijn brein zich niet te kunnen vastpinnen, en raak ik dusdanig afgeleid dat het verhaal een rommeltje wordt.

Het #WOT woord van deze week is:

Verhaal = 1) Betoog 2) Fabel 3) Feuilleton 4) Folklore 5) Geschiedenis 6) Kroniek 7) Lang verslag 8) Legende 9) Letterkundig werk 10) Literair genre

#Nanowrimo

Jaren geleden deed ik ook een fiere poging om een boek te schrijven tijdens de National Novel Writing Month (#nanowrimo) dat ieder jaar in november plaatsvindt. Je kunt je zelfs via de officiële site aanmelden voor hun nieuwsbrief, die je letterlijk en figuurlijk aanspoort toch dat boek maar af te ronden. Ik heb het destijds zelfs online gezet. En het werd gelezen. Maar wat me opviel, zelf, na teruglezen achteraf was dat ik het niet bij louter één sfeer heb gelaten in dat boek. Logischerwijze bevind je jezelf elke dag opnieuw in een bepaalde stemming, en dat zorgde ervoor dat er te veel dynamiek in zat.

Tegenwoordig waag ik me er niet meer aan, die #nanowrimo. Maar ik durf nu wel te stellen, dat het bovenstaande niet wilde vlotten omdat ik zonder enige voorbereiding schreef en me niet wilde houden aan een bepaald plot en de diverse karakters binnen dat verhaal. Ja, dan wordt zoiets vanzelfsprekend een onsamenhangende chaos, denk ik dan.

Wat me ook wel hielp, is het verhaal terug te lezen, zonder er in (te willen) schrappen en schaven. Vaak doet dat mijn eeuwige enthousiasme wel weer oplaaien. Lezen, lezen en weer schrijven dus (dit aan Ali).

Schrijf je mee?

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzint Ali een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen. De vorige woorden kun je in het archief vinden.

Time-out en reset

Photo by Castorly Stock from Pexels

Kind zijnde mocht ik absoluut niet in de weer met zogenaamde speeltjes als bijvoorbeeld waterpistooltjes, want mijn vader die de Tweede Wereldoorlog van zeer nabij mocht meemaken, was daar zwaar op tegen. Als een van de weinigen in mijn straatje overigens. Eén van zijn luguberste herinneringen was dan ook, dat de nazi’s hem en lukraak andere mensen op straat verplicht lieten kijken hoe zij een hele rij mensen van voor tot achter één voor één liquideerden. Die klap is hij nooit werkelijk te boven gekomen. En dus mochten wij als kind nooit speelgoed dat ook maar leek op wapentuig. En ergens ben ik daar best trots op, nog steeds.

Ik heb dan ook geen behoefte aan wapens in huis. Sowieso lijkt het me niet handig om wél wapens te hebben. Stel je voor zeg, dat je eens boos wordt en in een bezeten moment een ander dusdanig kwetst en dat je daar nadien dan spijt van krijgt. Want hee, dat was maar een momentopname, die haat of die boosheid. En dat realiseerde je je niet tijdens dat moment suprême. Nee, pas veel later. Zodra die toekomst je verleden werd.

En gelukkig met mij, weet ik dat het gros van de mensheid er zo over denkt.

Maar, soms kan ik er niet over uit hoe destructief de overige mensheid werkelijk is. Hoe komt iemand erop om een ander het leven zuur dan wel onmogelijk te maken? Hoe komt iemand zover dat hij een wapen aanschaft, hetzij een mes (ook ‘hot’ these days) of een vuurwapen? Doemt er dan niets op in zo’n mensenbrein, dat zo’n actie niet alleen vergaande gevolgen heeft voor het geslachtofferde* mens, zijn directe omgeving en de rest van de wereld, maar ook voor hemzelf? We hebben echt een pauze én reset nodig. Ze moesten de mannetjesputters die hun wapen als extensie van hun te kleine geslachtsdeel zien eens een hersenspoeling geven. Dit als ultieme straf lijkt me bij de dader(s) wel zo’n strak plan. Voed hun brein voor de toekomst eens met ideaalbeelden. Of iets dergelijks.

Natuurlijk kunnen we bijvoorbeeld vuurwapens verbieden, maar daar is die triljoenen omzet draaiende wapenindustrie niet bij gebaat. Dat gaat ‘m dus niet worden. Zolang daar geld in rolt, is elke kans op een vreedzaam leven op deze aardkloot niet te realiseren. En het door de politiek aangestuurde leger bijvoorbeeld, heeft – zegt men – zo’n wapenarsenaal nodig om het land te kunnen verdedigen. Of door elders met groots vertoon van macht gewichtige belangen te dekken. Geld is macht. Macht is te misbruiken. En zo verdwalen we steeds weer in dat vicieuze cirkeltje waar onze idealen blijkbaar geen kans meer krijgen.

* ik benoem hier de mens als geslachtofferd omdat het nadrukkelijk geen eigen keuze was, om als slachtoffer te worden gezien.

Mijn ietwat lugubere tandartssprookje

Foto door Pavel Danilyuk via Pexels

Iedereen die ooit de Marathon Man heeft gezien weet waarom ik reeds sinds jonge leeftijd zo’n geweldige hartstocht (NOT) heb om ieder jaar trouw mijn halfjaarlijkse tandartsbeurten netjes te vervolmaken. Al wil ik dan graag geloven dat iedereen de tandarts liefst een peu/boel, mijdt. Vooraf bezoek ik meestal ook de mondhygiëniste, waardoor ik reeds vóór ik de tandartspraktijk instap weet dat ik geen gaatjes heb. Hoera ende hoezee!

Edoch, de laatste jaren is het absoluut hommeles geblazen met het oog op splijtende wortels en kiezen, die er dan vervolgens uit moeten. Ik mis al 3 kiezen, en de volgende dient zich nu ook aan. Dat kauwt niet langer fijn, kan ik je wel vertellen. In augustus mag ik me in een kaakchirurgenstoel settelen voor deze beurt. En innerlijk heb ik deze reeds ingeplande afspraak al 1.001 keer verzet, geannuleerd ofwel reeds achter me gelaten, dat is in mijn ietwat rijkelijk voorziene fantasie.

Aan mijn brein ontspruiten nu niet geringe levensvragen. Want mijn tandarts is beslist vooruitstrevend, of ambitieus zo je het noemen wil. Liefst wil ze ieder jaar mijn volledige ziekenfondsbudget opsouperen door steeds weer ludieke acties te bedenken, lees bijvoorbeeld door vullingen te vervangen dan wel mijn gebit te verfraaien. Mijn gedachte hierin is dat ik denk dat dat niet zo noodzakelijk hoeft. Ik bedoel hiermee te zeggen; waarom morren aan iets wat goed werkt? Maar eerlijk gezegd, weet ik niet precies of mijn angst voor de tandarts hier nu spreekt, of dat ik denk, ik wil hier weg. Nu meteen.

In de zeventiger jaren was mijn eerste dubieuze ervaring met de schooltandarts nou niet om over naar huis te schrijven. De schooltandartsen kwamen in een wit Volkswagenbusje voor school gereden, en bezochten steevast een van de lagere klassen, waaruit ze steeds een aantal kinderen oppikten. Die werden meegenomen, kan beter zeggen: ontvoerd, naar hun praktijk.

Toen ik zes was, mocht ik voor het eerst kennis met ze maken. De alarmbellen gingen al af, toen ik het lawaai van de tandartsboor vanuit de nabijgelegen praktijkruimte hoorde, terwijl ik in afwachting was van mijn beurt, daar in die wachtkamer. Even later werd ik bij de hand genomen, en in een soort van ligstoel gedrapeerd en vooral gemaand stil te blijven zitten. Onderin, links, werd een melkkies geboord en gevuld. Zonder verdoving.

Een week later ging die melkkies geheid ontsteken, en zat ik met een wang zo dik, dat mijn moeder dacht dat ik aan het hamsteren geslagen was. Niets van dat alles, na een check riep ze toch echt dat ik naar onze ‘eigen’ tandarts moest voor inspectie. En die zei tot mijn grote schrik dat de kies getrokken moest worden. Zelfs na twee verdovingen, werd de vurig ontstoken kies verwijderd, en bungelden mijn korte kinderbeentjes in de lucht van de heftige pijn die dat moment veroorzaakte.

Zo’n eerste nare ervaring met een tandarts, blijft beslist hangen. Het is soort van trauma, naar ik meen. En daarom meen ik, dat ik beslist een beetje wantrouwig ben richting zo’n tandenbeul. Natuurlijk willen zij jaarlijks mijn hele budget spenderen, maar ik zie die noodzaak dan weer niet. Echt niet. En ik wil toegeven, dat is beslist een infantiele reactie mijnerzijds. Want om met Loesje.nl te spreken: wat heb je aan een gebit waarin louter gaten opvallen, zodat je ineens niet meer durft te lachen?

#WOT, deel 26: kantoor

Hoewel ik reeds sinds jaren thuis ben komen te zitten – zonder een fysieke broodheer – heb ik vrijwel iedere maandagochtend last van de Blues. Zo’n kater, je-weet-wel, dat ik geen doel heb om naar bijvoorbeeld een kantoor te gaan. Een vast ritme te hebben. Ja, ik mis zelfs die klungelige gesprekjes bij de koffie-automaat. En ja zelfs dat, ik meen dat ik zelfs de reistijd van en naar kantoor mis.

Dat is enerzijds wel raar, vooral omdat ik nooit echt een hekel had aan werk. Ik was zelfs een tikkie ambitieus. Achteraf bevreemdt het me zelf nog het meest dat dit zo heeft kunnen lopen.

Het #WOT woord van deze week is:

Kantoor = 1) Arbeidsruimte 2) Bedrijfsgebouw 3) Bureau 4) Gebouw voor het werk 5) Handelshuis 6) Schrijfkabinet 7) Werkkamer

Maar hoe is het dan gelopen?

Zoals ik het nu bezie achteraf, was ik voornamelijk als detacheringskracht werkzaam. Ja, ik heb nogal wat werkgevers gezien, zeg. En iedere keer hoopte ik dat ik er een zogenaamd ‘vast contract’ uit zou kunnen slepen. Ik deed altijd behoorlijk mijn best, in ieder geval. Maar niets van dat alles. Iedere keer werd ik er na een periode weer uitgebonjourd, tot mijn eigen grootste verdriet. Ik heb wat traantjes gelaten, mag ik je eerlijk bekennen, daarom.

Dit was typisch voor het resultaat van de middenkaderproblematiek van de jaren negentig (in de vorige eeuw) en het millennium. Het middenkader moest eruit, maar was nog wel nodig om die veeleisende periode te overbruggen.

Dat was ook tijdens de periode dat mijn slechthorendheid niet echt hielp mezelf standvastig te voelen in een baan. Terwijl dat dus niet echt noodzakelijk was, want qua werk kon ik me best handhaven. Ik voelde me alleen zo verdomde onzeker vanwege die ene handicap.

Kop op, en gaan

Dat thuiszitten, annex een uitkeringstrekker genoemd te worden, is nog steeds een heikel dingetje voor me. Maar inmiddels heb ik nog veel meer fysieke klachten gekregen, waardoor ik soms de hemel op mijn blote knieën dank voor deze sociale voorziening.

Ik heb mezelf – thuis met die computer – wel aangenaam bezig gehouden. Zo pretendeer ik dat ik (een autodidact en) behulpzaam ben op het gebied van webdesign.

Neemt niet weg, dat ik soms nog steeds kan wegdromen over een succesvolle job in een drukke baan waarbij ik me totaal geen zorgen hoef te maken over ‘de toekomst’.

Ik blijf dus solliciteren

Al ben ik wel wat specifieker in mijn wensen en eisen. Zo meen ik dat ik absoluut niet verder kan als Management Assistant, dit vanwege mijn gehoor.

De afgelopen jaren heb ik geleerd dat als ik 30 jaar later was geboren een studie Communicatie & Multimediadesign (ja, dat geloof je dus niet) me absoluut niet had misstaan.

En nog steeds zijn er detacheringsbureaus die af en toe contact met me opnemen om te horen of ik (nog) beschikbaar ben voor een specifieke functie als bijvoorbeeld Webredacteur. Als vanouds spring ik daar dan enthousiast op in, maar meestal is het voor hen louter een administratieve taak lijkt wel, en hoor ik na verloop van tijd niets meer. Zelfs niet, als ik interesse blijf tonen. Waardoor ik dan weer ietwat in zak en as beland.

Maar we blijven vrolijk en vooral enthousiast, want wat niet is, kan nog komen. Zo begin je elke dag weer met frisse moed opnieuw, want dat is pas leven.

Schrijf je mee?

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzint Ali een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen. De vorige woorden kun je in het archief vinden.