Van de week was het de dag van #ikbengepest of iets dergelijks, ik heb het in de gauwigheid niet goed meegekregen, die #hashtag. Hoewel ik mijn hele leven verschoond ben gebleven van dergelijke praktijken – op school niet als ook niet op een werkvloer – heb ik mijn gedachten daar vannacht eens over laten gaan.

Stel nou, dat die hachelijke situatie van pesterijen zich voordoet. Iemand communiceert met je – of vraagt je aandacht – op een toon die je niet aanstaat. Met andere woorden: je wordt gepest. Dan is het vrijwel logisch dat je reageert. Maar zoals iedereen roept: ‘aandacht maakt alles mooier’. Je kunt ze beter voorbijlopen. Straal negeren. Zei iemand iets? Hoezo? En dan de andere kant uitkijken. Oost-Indische doofheid pretenderen. Alles wat erop wijst dat je het geen aandacht wil schenken. Jij hebt betere dingen te doen, in dit leven. Toch?

Communicatie, verbaal of non-verbaal, is nog altijd een two way street. Zodra jij die aandacht verlegt naar praktischer zaken, zoals: ‘wat een prachtige hemelsblauwe lucht spot ik daarboven’, terwijl die ander aan je tracht te trekken in negatieve zin, geef je het geen aandacht meer. Op den duur houdt die aandachttrekkerij dan wel op, want communicatie hoeft niet gehanteerd of gehandhaafd te worden. Zodra je reageert, hebben ze je. En ontstaat er een vorm van communicatie, waardoor men denkt voort te kunnen borduren op een situatie die jij zelf niet wenselijk vindt.

Met andere woorden: STOP DIE COMMUNICATIE, VAN JOUW KANT.

Also sprach tante Irene.