Heb jaren paard gereden toen ik tiener was. Mijn ouders vonden dat wel okee als ik daar maar de centjes voor verdiende door bij mijn opa het huis te kuisen. En alras geschiedde. Elke zaterdagochtend begaf ik me naar een manege in de buurt. Beklom daar een oud paard en walste mee op het ritme en snelheid van het ros. En kreeg veel last van zadelpijn, wat niet in verhouding mag staan tot datzelfde pijntje wat je ervaart op de fiets.

Er waren paarden die lieve karakters hadden, maar daar wilde ik niet aan of op. Ik wilde de vurigste hengsten. De ‘MyLords’ van deze wereld die zich niet makkelijk lieten leiden.

En zo kwam het dat ik op een dag ook daadwerkelijk MyLord mocht bestijgen. Ik vierde de teugels. Zat trots kaarsrecht. Spoorde hem voorzichtig aan. En alles verliep grandioos voorspoedig. Totdat ik in galop mocht.

MyLord raakte – mijns inziens – ietwat gefrustreerd door mijn verkeerde aanwijzingen. Hij kopte en schopte. En was als een dolle aan het rennen. Terwijl ik manhaftig mijn best deed mijn plek vast te houden op zijn brede rug galoppeerde hij terug naar die binnenstek. Gooide zijn prachtige hoofd naar beneden en mij – als moest het zo zijn – er met een koprol vanaf.

En toen zat ik daar op de grond. Met mijn rug naar hem toe. Half versuft niet zo gauw wetend wat me zonet overkomen was. Needless to say, klonk er een luid gelach van de rest van de groep wat verstomde toen iemand me vroeg of ik me pijn had gedaan.

Ik keek eens voorzichtig om naar hem. En verdomd als het niet waar is… Er leek wel een reusachtige glimlach op zijn rossenhoofd te staan.

MyLord hinnikte even. Wat me deed interpreteren alsof hij me daar vierkant uitlachte.

Natuurlijk moest ik hem zo snel mogelijk weer bestijgen. En hij probeerde hetzelfde geintje nog tweemaal, wat jammerlijk mislukte.

Dat was genoeg voer om er een enorm respect voor elkaar op na te houden.

Ik was na mijn rij-uurtje altijd droevig gestemd dat mijn tijd op was. En terwijl ik MyLord weer richting zijn stal manoeuvreerde wist hij nog eenmaal zijn stempel te drukken.

Op de een of andere manier schrok hij ergens van. En steigerde hij onderwijl vervaarlijk hinnikend. Uit alle macht wist ik hem te kalmeren maar lette niet op mijn positie. Hij kwam neer met zijn linkerbeen vol op mijn rechtervoet. Ik kon even geen geluid uitbrengen. Volbracht mijn taak en leverde hem met pijn in mijn donder af bij zijn verzorger. En strompelde naar de kantine waar ik mijn laars maar met moeite uitkreeg.

Mijn voet bleek zwart, blauw en paars. En volgens mij waren de kleinste twee teentjes gebroken. Innerlijk ietwat gehavend van deze schermutselingen die dag fietste ik weemoedig naar huis.

Mijn trots zei me dat ik het er nog goed vanaf had gebracht al kreeg ik toch het gevoel dat ik voortaan op mijn tellen moest passen…