Gisteren kwam ik hem weer tegen. Het lagere schooljoch van twee klassen lager die nu een metertje ofzo boven me uittorent. Het joch is getrouwd inmiddels met de vrouw die ooit verloofd was met een andere buurjongen van me. Ze hebben twee meiden geproduceerd die steevast behoren aan de iPad-generatie. Mijn God, hoe snel pikken die kleintjes dat op, maar dat terzijde.

Zijn vrouw werd onlangs ‘opgegeven’ omdat kanker haar hele lichaam stelselmatig vernietigt. Ik heb eerlijk gezegd nog nooit zo’n kleurrijke dame mogen ontmoeten. En terwijl ik haar gisteren feliciteerde en zij mij, want verjaardagsfeestje, zou je zweren dat ze niets van dat alles laat blijken.

Dan groeit mijn respect. Torenhoog. Ik wil er dan niet aan dat deze familie waarvan de genetische bepaling dus zo ongunstig gestemd is dat ze één voor één het leven laten. Dan vind ik het leven dermate oneerlijk en wat vreemd. Ik gun die mensen zoveel beters, dat je terstond ‘iets’ zou willen aanbieden om hen het leven wat makkelijker te maken.

Met een snik in mijn stem en tranen in mijn broek bekijk ik het grut van hen nog eens. Ze lijken zich nog niet bewust van de gezondheidsproblemen van hun moeder. Ze spelen – net als de overige aanwezige kids – met hun iPad. En communiceren voornamelijk via dit staaltje techniek. Wat overigens nogal komisch is. Buiten spelen met kameraadjes hoeft niet langer. Geef ze een tablet en ze buigen hun hoofd vrijwel continu onderwijl hun kinderlijke relaties in stand houdend door middel van chatfuncties.

Met dezelfde blik als waarmee ik hun kids aanschouw, kijk ik de man eens aan, die weet dat hij eerdaags weduwnaar zal worden. Hoe moeilijk moet het zijn om niet alvast die afstand te nemen van je vrouw? Hoe zwaar zal het leven worden bij dat echte afscheid? Met twee nog jonge kindjes die het leven nog met plezier en kracht moeten aanvaarden. Zij die nog een hele toekomst tegemoet zien, op zo’n jonge leeftijd al iemand van dermate belang gaan verliezen.

En dan weet ik plots weer waarom het zo belangrijk is dat je iedereen oprecht benadert en minstens drie tot duizendenéén kansen moet bieden:

Everyone you meet is fighting a hard battle you know nothing about. Be kind. Always.