Je herkent dat moment vast wel, als je met je leukste collega een babbel hebt bij het koffie-apparaat. Er is dan altijd wel een onvervalst en van zichzelf vergenoegde mannelijke collega die koffie komt tappen en tussen neus en lippen even vrolijk meldt: “Dat bij dezen de week door midden is gezaagd!” Dan ben ik natuurlijk genegen mijn vinger in mijn strot te duwen en ook ietwat vilein: “Zum Kotschen!” te roepen.

Het is enerzijds wegens dat soort situaties dat ik liever geen kantoorbaan meer ambieer. Hoewel, ik tegenwoordig wat meer geneigd ben om te slikken en door te lopen, want ja hee, die ergerlijke types moeten er ook zijn, anders val ik immers niet op.

En dan die sleur op kantoor. Op vaste tijdstippen en gezette momenten weet je dat je bepaalde klussen geheid weer voor je mik krijgt, om maar niet te spreken van die collega’s die hun verantwoordelijkheden altijd weer weten te ontlopen. En die klussen altijd weer weten te laten liggen: “want er is altijd wel een of andere gek die het wel oppakt!

De geheid evenzo boute uitspraken die managers’ zo graag doen tijdens vergaderingen, ook zum Kotschen. Notulen uitwerken die men toch niet leest. Collega’s die echt louter zes van de acht uur aanwezig zijn wegens de lol in plaats van plezier in hun werkzaamheden. Need I say more?

Toch mis ik dat. Onherroepelijk. Al was het louter om des morgens een doel voor ogen te hebben. Ergens heen te moeten waar er van je verwacht wordt dat je klussen uitvoert. Liefst met een big smile op je pokerface. En het feit dat je er na al die jaren toch weer net iets ánders in staat. Het principe dat je weer wil werken voor de kost omdat je – al was het part time – je dan tijdens de overig vrije uren aangenaam kunt verpozen met hobby’s.

Precies, zoals het bedoeld was in dit leven.

Werken om je hobby’s leuk te blijven vinden…