Category

Pix’ Cornerstone Content

10 juli 2018

Excentrieke streken

Gedurende mijn puberteit kreeg ik hoe langer hoe meer het gevoel, dat ik in wezen een buitensporig excentriek persoon was. Zo eentje waar geen handleiding voor te schrijven was. Ik zat maar op mijn kamertje, met riant hemelbed en verloor mezelf louter in muziek. Was passief agressief of extreem introvert, welke duiding toen nog niet gehanteerd werd. Ik geloof zelfs dat ik dacht, dat de enige mensen die misschien een raakvlak hadden met mijn persoontje, The Beatles waren. Zo verweven voelde ik me met die muziek en hun levensstijl. Dat heeft echt járen geduurd.

Mijn openhartige natuur ging los toen ik constateerde dat er zoiets tot leven kwam als weblogs. Dat moet in de winter van 2002 geweest zijn. Ik startte een blogspot-account. Schreef wat onzinnige dingen wat in mijn ogen op humor moest lijken, en reageerde ook elders op blogs.

Een andere blogger, een man, schreef over zijn dating-perikelen en vroeg in zijn blog of iemand misschien het zou wagen met hem uit te gaan. Toen ik dat las, dacht ik, dat hij daar never nooit niet response op zou ontvangen, wat ik voor hem dan zo jammer en sneu zou vinden. Ergens kon ik zijn oproep wel invoelen, maar slim vond ik het niet. Edoch, voordat ik het wist, had ik mezelf al als date aangeboden, met name omdat ik erachter kwam dat hij hier in dezelfde omgeving woont. En hij niet voor gek zou staan.

Net zoals die keer dat ik zakte voor mijn rij-examen en ik trakteerde op taart, want mijn ouders hadden me immers meegegeven me altijd als een sportieve verliezer te gedragen, maar dat terzijde.

Diezelfde avond spraken wij af de locale shoarmabar. En nee, het was geen succes. Hoewel hij deed voorkomen alsof hij zeer goed in communicatie was, had hij absoluut geen kaas gegeten van charme dan wel tactiek, en als een echte macho was hij danig aan het opscheppen over zijn ervaringen in de Blogosphere. Uiteindelijk kregen we een beetje mot, omdat hij me daarna direct wilde claimen, en mijn bewegingsvrijheid richting andere bloggers beknot werd. Gelukkig werd ik daarin beschermd door een andere blogger, maar ook daar werd het linke soep. Met als gevolg dat ik de Blogosphere tijdelijk de rug toekeerde.

In 2007 begon ik weer te schrijven. Maar schrijven zonder publiek, zonder feedback – en ik had dat laatste zo hard nodig – leverde me stress op. Het soort stress dat je krijgt omdat je een bepaald perfectionisme nastreeft. Hoe dan ook, heb ik altijd veel aanmoediging nodig.
Met name omdat ik destijds veel andere blogs las, en daardoor gingen mijn oogluiken werkelijk open. Hee, ik was helemaal niet zo raar. Ik leek zelfs een beetje op een echt mens. Waarlijk. En ik kon nog beter leren schrijven. Wat dat betreft mag je met een weblog imperfectie continu bijschaven. Mijn beste leerschool.

Ondertussen weet mijn familie van mijn schrijfcapriolen op dat Internet. Ik krijg vragende blikken, want die vuile was hang je toch niet buiten? Ik krijg soms complimenten, als ik al eens over mijn vader schrijf. Maar toch, altijd weer, blijf ik dat buitensporig excentrieke menspersoon met bizarre communicatieve streken.

Soms floreer ik daarop. Soms ook weet ik me weer te verstoppen. Noem het introversie dat heel soms extraverte behoeftes heeft.

Het is met dat schrijven net alsof je louter dat potlood wil hanteren. Je schrijft, schrapt, gumt weg, vult aan, en nadien staat er tot mijn verbazing toch altijd weer iets. Noem het een tekst. Noem het een blogpost. En ben ik die urgente behoefte aan schrijven – die tijdelijk openhartige extraversie – voor heel even kwijt.

Voor zolang dat mág duren…

4 juni 2018

Ziel

Ik ben oprecht van mening dat ieder mens en alle dieren biseksueel geaard zijn. Dat schijnt een nogal gewaagde uitspraak te zijn, want de meeste mensen kijken me sprakeloos aan, als ik dat al meld. Ik denk dat, omdat je je te allen tijde plotseling weergaloos aangetrokken kunt voelen jegens alle geslachten. Ligt dat dan aan de fysieke verschijning van die ander? Nee, ik denk dat er iets diepzinnigers gaande is, het is warempel die ziel die je ontmoet in de poppetjes van de ogen van die ander.

Een voorbeeld van zo’n ziel

Mijn moeder heeft een Shitzu als hondje, dat heb ik meen ik al eerder geuit op dit blog. Het beestje is dit jaar veertien jaar oud geworden, wat een behoorlijke leeftijd is voor zo’n typisch klein rashondje. Ze (ja zij, niet hij!) is inmiddels vrijwel blind en doof. En het is vanwege haar dat vakanties worden uitgesteld, want moederlief vindt het onoorbaar haar op deze leeftijd even elders te stallen als zij doodleuk elders vertoeft. Ik snap dat.

Zo verbaas ik me altijd oprecht, als mensen die geen huisdieren houden zich haast niet kunnen voorstellen wat jouw relatie tot je favoriete pet is. Kan zijn. Voor ons heeft het beestje als ingelijfd familielid, zoveel waarde en vinden we het hoogst normaal dat zij onze liefde nodig heeft. Voor zolang dat nog zal duren. Helaas duurt zo’n beestenleven te kort. Wat mij betreft mag dat best langer duren. Ik kan me dan ook goed voorstellen, dat je zo’n huisdier zou willen klonen. En niet één keer, maar gedurende de rest van je eigen bestaan.

Wat ik maar probeer te vertellen

Want als ik een blik werp op dat beest, wat voor anderen wellicht onbegrijpelijk is, zie ik niet langer de vorm van een beest. Ik zie een ziel. Een verwante. Een karakter. Een levenswaardig object dat net zo’n ongeëvenaard gelijkwaardig bestaan verdient als bijvoorbeeld eens mensenkind of volwassene.

Net alsof het eigen is

Kan ook een ander mens als ziel een bepaalde betekenis krijgen. Ik stelde me al jong daarvoor open, want het leek me als kind al meer dan normaal dat alle mensen – ongeacht hun geslacht – een bepaalde binding met elkaar kunnen krijgen. Dat is die ontmoeting der zielen. Zolang je je eigen ziel daar maar voor open stelt…

23 april 2018

Hit the road

Laat het aan mij over om naar Maastricht te rijden via de Afsluitdijk. Mijn richtingsgevoel en topografische kennis heb ik ooit ergens opgeslagen in dat korte geheugen wat mettertijd wat deukjes heeft gekregen, vermoed ik. Toch vind ik niets fijner dan in de auto stappen met een of ander doel en de snelwegen onveilig te maken. En gisteren had ik dat doel, een bezoek brengen aan een voormalige buuf, ergens centraal in dit land.

Gelukkig kwam de smartphone voor mij op tijd, en daarmee de aanverwante applicaties, zoals Waze en zelfs Google maps, roep ik altijd. En ik schreef daar al eens eerder over, want natuurlijk blaas ik liever iedereen omver met mijn volume van die typisch kneuterige roadsongs, alleen geïnterrumpeerd door wegaanwijzingen van zo’n sexy navigatiestem. Ik vrees echter, dat ik, doordat ik luid mee vibreer op de muziek, dan nooit op tijd zal arriveren.

En zo gebeurde gisteren, vanzelfsprekend, waar ik min of meer al een beetje bang voor was. Mijn telefoon raakte oververhit ergens halverwege en deed niets – maar dan ook niets – meer. Als ik dan op een snelweg rijd met nauwelijks een clou of idee wanneer ik ervan af moet, of zonder die tijdelijke parkeerplek naast de weg, ga ik aardig op nog hetere kolen zitten. En het transpiratievocht druppelde al tierig weg. Zelfs het kussen waarop mijn kerngezonde derrière was gezeteld, was volgens mij al aardig aan het wegdrijven.

Nog afgezien van de temperatuur buiten, want die was ook al gestadig opgelopen, maar door deze strakke oververhitte actie van mijn feun, was ik stellig in de overtuiging dat ik binnen het uur ergens in een gehucht in Twente zou belanden. En waar lag Twente ook alweer? Was dat nog in Nederland, wel, of al over de grens? Ik bedacht me nog net op tijd dat ik vast mijn paspoort niet nodig zou gaan hebben.

Dat terzijde.

Ineens werd het donker doordat wolken zich samenpakten, en ergens daartussenin, werd een soort krater gelanceerd. Vanuit dat gat ontstond een prachtig samenspel van zonnestralen en heel veel licht. Zó fel en zó mooi, dat ik wenste dat ik dat plaatje had kunnen schieten met die verrekte oververhitte feun, die dus niks meer deed. En dat ik bijna vergat mijn aandacht bij de weg te houden. En aldus bijna een aanrijding veroorzaakte.

Druppels regen vielen op mijn voorruit. Grote druppels, met daarin kleine regenboogjes, omdat mijn auto onder dat gat met licht en prachtige zonnestralen reed. Nee, ik verzin het niet, maar even dacht ik, dat ik net als Scotty, gewoon zou worden ‘op ge beamed‘ via die krater ergens halverwege de horizon. En ergens, is het dan een teleurstelling als dat dan niet gebeurt.

Vlak daarna verscheen dat bord aan de rechterkant van de snelweg. ‘Lelystad: 5 km’. Ik was – hoe dan ook – weer gered…

Scroll Up