Geen meisjemeisje

Al mijn hele leven hou ik er maar weinig vriendinnen op na, want ben geen meisjemeisje. Ik ben meer een meisjejongen dat nog niet opgegroeid is, of volwassen wil worden en groeien tot meisjeman, zeg maar.

Ik ben van het soort dat vroeger altijd mee mocht voetballen met de jongens in de buurt, omdat ik altijd het enigste meisje was in de straat. Dat meisje dat niet huilde als ik weer eens te wild van de schommel donderde, maar lachend opstond en verder ging.

Ik voel me dan ook vaak een buitenbeentje en ietwat geïntimideerd als ik me wel in het gezelschap van veel dames bevind. Terwijl ik hun gespreksstof vaak wel heel komisch vind, is mijn eigen gespreksstof van heel andere aard. Dus houd ik maar mijn mond, en luister – zwijgend – mee. Nochtans wil dat vaak niet in goede aarde vallen, want ik vertel zelf dus maar weinig, zeker als het mijn gevoelens betreft.

Daar komt ook nog eens bovenop, dat ik ook nog eens een typische ondernemersdochter ben. Dus de gesprekken van andere collegae (‘de baas verdient aan me’) kan ik ook niet geheel volgen. Ik ben dan ook altijd een andere mening toegedaan, die van de ondernemer zelf, en dat wordt me vaak niet in dank afgenomen. Weer beter in zo’n geval, is dat ik mijn mening dan maar voor me houd.

Wie zei ook weer dat spreken zilver is en zwijgen…?

Ik baal daar soms ontzettend van, en ik heb me vaak in velerlei bochten gewrongen om mezelf het tegendeel te bewijzen, door me wel te kleden als een meisjemeisje. Maar ja, uiterlijke schijn valt altijd heel snel door de mand, vooral als de dames in kwestie me wat beter leren kennen, hoewel ik dus niet heel veel zeg.

Komt ook nog eens bij, dat ik op mijn 52ste never nooit getrouwd ben, en geen kinderen heb. Dan word je dus al heel snel buiten de deur gehouden, want er zijn maar weinig overeenkomsten waardoor de dames me blijven mijden. En de heren maar al te graag en te gauw denken dat ik op hun aas.

Met name dat laatste is nogal lachwekkend. De gemiddelde Nederlandse man is dusdanig overtuigd van zichzelf en zijn mannelijke kwaliteiten, dat ze denken dat als een vrouw eens vriendelijk lacht, ze gelijk Anschlüss wil. Niettegenstaande het feit dat ik van nature alleen maar dat meisjemeisje ben, die met iedereen door één deur wil kunnen.

Ik heb daar iets op gevonden. Dieren ondervinden er geen last van, dat gedoe van de mensheid. En mijn feline vriendje, de kat, vindt me helemaal prima…

0
0

Een herinnering aan…

Terwijl ik gisteren even die welverdiende wandeling maakte door het enge bos hier vlakbij, herkende ik plots een voorbijganger. Ze zat bij mij op de middelbare school, bedacht ik me plots.

Even was ik haar naam kwijt. Was het nu Ellen of Karin of …? Nee, wist ik plots, ze heet Esther. En Esther was nu reuzetrots met haar kleinkind in de kinderwagen een wandeling aan het maken, ook door dat enge bos, maar dat terzijde. We maakten een korte vrolijke babbel, over haar kleinkind natuurlijk, en vervolgden daarna weer ons eigen pad.

En plotseling doemde weer die vage herinnering in mijn hersenpan op. We zaten allemaal te zweten tijdens die warme examendag op de meerkeuzevragen die gesteld werden gedurende het vak Frans of Duits, ik weet niet precies meer welk vak dat was. Maar wel, dat ik meerkeuzevragen altijd superfijn beantwoorden vind. Je kunt immers maar liefst twee antwoorden elimineren. En dan blijft er nog maar één antwoord over, die absoluut de juiste moet zijn. En dat allemaal als je een tekst even opnieuw checkt. Piece of cake, dus, voor mij, althans.

Maar niet voor de anderen, zo bleek. Want soms siste iemand achter of naast me. En smeekte me om een antwoord die ik gaf door mijn vingers in een ietwat gebroken en what’s worse niet-bestaande gebarentaal te vormen. Dat ging zo het hele examenlokaal door, naar ik begreep. Iedereen hielp elkaar. Volgens mij is iedereen destijds, louter door mijn voorzegcapaciteiten dan ook geslaagd.

Note: Ik heb nog even zitten twijfelen of ik deze blogpost wel zou moeten plaatsen. Wie weet, zijn de leraren van tegenwoordig nog steeds niet in staat om onze geheimzinnige gebarentaal te doorbreken of zelfs maar te begrijpen. Wie weet, worden die handige meerkeuzevragen zelfs niet eens meer gehanteerd?

Hoe dan ook, vond ik het erg grappig, te constateren dat de aanwezige leraren echt niets door hadden. En dat de hele meute nadien opgelucht weer kon ademhalen. En ook nog geslaagd waren.

Nog specialer is het dat Esther me in het voorbijgaan, ineens – wellicht uit verlate dankbaarheid – dat veelbetekenende knipoogje geeft. I must have done something good

0
0

Coronadagboek, dag 57

Gisteren opende ik nog nietsvermoedend en met wijd open ogen mijn Facebook tijdlijn. En scrollde wat verveeld door de berichten, soms waren dat complottheorieën, soms nieuws wat ik persoonlijk al als fake ervaar, totdat ik het bericht las van ene A. waardoor mijn maag letterlijk pijn deed van ellende.

Het bericht bevat haar euthanasiewens, mede vanwege deze Coronashit.

Mijn eerste reactie is dan direct bijna een schreeuw. “Nee, doe het niet!” En wil haar dan direct mijn verhaal doen van zo’n twintig geleden. Ja, ook ik zag het leven toen even helemaal niet meer zitten, zat er helemaal doorheen. Ben van het ene hoekje in mijn hersenpan, naar de andere gekropen. En al wat ik zag was narigheid. Ellende. En geen uitweg. Zelfs niet in de dood, want bij wijze van, had ik daar zelfs de kracht niet meer voor.

Ik zat letterlijk te vegeteren op mijn bankstel. Grondig. Vanzelfsprekend wijt ik het achteraf aan de verkeerde medicatie, waardoor ik ook niet de neiging had, of de wil, om ook maar iets op te pakken.

Na een poosje zo tussen wal en schip gezeten te hebben, pakte mijn moeder me op, bij de haren als het ware. Ik moest maar eens een poosje weer thuis logeren, bij mijn ouders.

Je moet weten, mijn ouders zijn bouwers – of verbouwers – zo je het noemen wil en altijd actief. ’s Morgens klussen ze. ’s Middags is er wat tijd voor de leukere dingen. Dat klussen is trouwens een weinig understatement. Ze werken zich het liefst uit de naad, tot de zweetdruppels hun vege lijf en hun bloed en ideeën gekookt hebben. En dat verwachtten ze min of meer ook van mij.

Stilzitten was er dus niet langer bij. Ik moest aan het werk. Schnellstens. Pas als mijn zweetdruppels parelden van mijn voorhoofd, mocht ik met een kopje koffie en een koekje genieten van een korte welverdiende pauze.

Dat werken in het zweet des aanschijns is me achteraf reuze bevallen. Ik bespeurde niet alleen dat ik nog wel iets kon doen of bewerkstelligen. Ik bouwde immers mee. En zag vooruitgang. Bovendien voelde ik me werkelijk ook lichamelijk beter na een uurtje of wat aan stevige transpiratie. Fysiek werk doet dat blijkbaar met je.

Binnen no time hebben mijn ouders, en met name mijn moeder me dus flink ‘gerepareerd’. Stilzitten was immers geen optie meer. Ondernemen is het motto. En dat liefst in fysieke toestand. Totdat je ’s avonds hondsmoe achterover valt in bed. En je ’s morgens weer wakker wordt, met nieuwe te beginnen plannen, met dat lijflijke baden in het zweet als traktatie. Als toetje.

Nog steeds als ik dreig weer even in die stilzitmodus te geraken, vlieg ik als het ware in paniek in actie. En elke keer verrast de uitkomst me weer…

0
0

Het veertje dat me tot tranen bracht

Twaalf jaar geleden werd een foto genomen van jullie, tijdens een vakantie. Boven jouw hoofd verscheen op die foto een vliegende meeuw.

Twee jaar later overleed je. Precies op de dag van vandaag, nu reeds 8 jaar geleden. We kozen – niet denkend aan deze foto – voor een wegvliegende meeuw op de rouwkaart. Pas later viel dit ‘toeval’ ons op. Het was zo’n moment dat je er rillingen van krijgt. Hoe dan ook.

Op momenten dat ik het moeilijk heb, verschijnt er steevast een meeuw in mijn zicht. Hij gaat zitten op het hek van mijn balkon. Of vliegt weg.

Ik had me zo voorgenomen deze dag juist niet te sikkeneuren, maar in alle dankbaarheid jouw leven te vieren. Dat verging me verbazingwekkend goed. Samen met moeders de dag doorbrengen, en een feestmaaltijd voor te bereiden en te eten. En iedereen die erbij wil zijn, is welkom, al kan dat tijdens deze Coronatijden dus eigenlijk niet.

De mensen die meeleven door een kort berichtje te sturen sluit ik voor altijd in een geheim doosje op, en bewaar de sleutel ervan, diep in mijn hart.

Het ging zo goed, totdat ik naar huis ging, een uurtje geleden.

Ik bukte voorover. En stak mijn sleutel in het slot van dat fietsslot en daar kleefde een heel klein veertje aan. Resultaat: een prop in mijn keel, en tranen van gemis, die ik niet langer kon onderdrukken.

Ik mis je nog altijd, elke dag. Als vader, als mens en als een vertrouwde ziel.

Al doe je – hemeltjelief – zo je best om me te laten weten dat je nog steeds ergens bij me bent.

0
0

Coronadagboek, dag 8

Om je heel eerlijk te bekennen, is mijn ergste nachtmerrie door deze Coronacrisis werkelijkheid geworden. Ik vrees stiekem altijd dat ik in totale eenzaamheid terecht zal komen. Dat ik helemaal – moederziel alleen – ervoor zal komen te staan. En dat ik dan van ellende in elkaar zal zakken en nooit meer kan opstaan.

Het is frappant, dat ik echter de afgelopen dagen nog meer contacten heb dan anders. Dan wel niet in fysieke vorm, maar wel via online omgevingen. Met andere woorden, ergens ligt het bij jezelf, hoe je met dat isolement wil omgaan. Blijkbaar ben ik dus heel wel in staat om mijn isolement te buiten te gaan. Om contacten te leggen en te onderhouden, al is het vaak wel op zakelijk niveau. En ook al dien je die verrekte anderhalve meter afstand te houden.

Dat brengt dan toch maar weer een gevoel van opperste euforie. Zo van: jihaa ende hoera, ik kan blijkbaar óverléven, zelfs in slechte tijden. Ik kán het. Omdat ik het wíl. Het kost geen moeite. Het is ook geen overlevingsdrang. Het is doodgewoon communiceren van mens tot mens. Zonder fratsen.

Laten we hopen, dat dit Eureka gevoel heel lang zal blijven heersen. Hoe dan ook, zal deze blogpost er altijd eentje blijven om graag terug te lezen, om dat gevoel van euforie – al is het maar voor heel even – weer op te pakken…

0
0