Ik wuif Valentijnsdag maar weg

In de ogen van mijn psych las ik verward onbegrip op mijn antwoord dat ik niet zoekende ben naar een vaste relatie. En ergens bevreemdt mij dat dan ook weer een weinig. Een psycholoog zou toch volledig losgeslagen moeten zijn van dat gecultiveerde begrip dat huisje-boompje-beestje behelst?

En hoe komt het dan, rees die gruwelijke vraag bij mij plotseling ook weer op, dat ik absoluut alles uit de weg ga om die partner te vinden? Zelfs als die talloze dating-apps het je wel heel makkelijk maken te swipen, en dat ook maakt dat je je voorkeuren ineens kristalhelder krijgt. 

Want nee, ik wil niet daten met een man die reeds 5 koters bij 3 verschillende vrouwen heeft verwekt. Nee, ik wil ook niet dat afspraakje met die vent die samen met zijn hond of kat een profielfoto heeft. Of met die lefgozer die meent nog steeds op goede voet te staan met al zijn ex-en. Nee, ik ga niet voor hét uiterlijk. En zelfs als we elkaar via de chatbox heel veel te vertellen hebben, dan hoeft dat in real life nog niet zo te zijn, zo spreekt mijn ervaring.

Daarmee heeft de online datingwereld voorgoed voor mij afgedaan, vermoed ik zomaar.

Dat is wel eens anders geweest. Gedurende mijn tienerjaren, die roaring twenties, en verlaten dertiger jaren deed ik nog zo veel moeite. In elke vent school een potentiële partner, immers. Die mocht spontaan die vier koters met mij krijgen. En ik kan niet werkelijk zeggen, dat ik vaak teleurgesteld werd in de liefde, maar eerder gedesillusioneerd raakte.

Die talloze anticlimaxen berustten nog niet eens op mijn eigen ervaringen. Nee, ik hoefde alleen maar te luisteren naar familie en vrienden. Om me heen te blijven kijken om in te zien dat ik in de basis absoluut niet geschikt ben voor relaties. Toch?!

Omdat ik meen, dat ergens in de grijze oudheid er een vergissing is begaan. Denk aan religie. Denk Adam en Eva. En dat voor mij rare beginsel, dat men niet als compleet wordt gezien zónder vaste partner.

Ik kan hier úren over uitweiden. Het wordt ons allemaal maar opgelegd, die opgeklopte relatie-toestanden. En dat vanuit oudsher. Ik weiger pertinent daaraan mee te doen. En naarmate ik steeds ouder word, raak ik daar steeds meer van overtuigd.

Totdat ik vanmorgen mijn brievenbusje wilde legen, en daar volledig verbluft die toch  onverwachte en anonieme Valentijnskaart aantrof. Mijn hart bonst als nooit tevoren…

Wat ik uit die oude foto van mezelf lees

Ik zie een heel stoer meisje daar op die stoel, altijd vol met babbels en een hele levendige fantasie tot haar beschikking. Eigenlijk altijd paraat om in actie te komen. Om te spelen, totdat ze ’s avonds hondsmoe achterover in slaap kukelde, liefst achter een bankstel, terwijl de volwassenen om haar heen nog bezig waren met hun ding. Totdat iemand haar daar liggend opmerkte en toch maar naar haar bedstee bracht.

Ze was er toen al één met een handleiding, want ze kon zo nijdig worden dat er op haar voorhoofd een rode vlek verscheen, die paarsrood aanliep. En als haar moeder weigerde toe te geven, kon ze uit pure woede gewoon flauwvallen. Waarna ze weer monter wakker werd uit haar roes van vergeten en weggedroomde ergernissen. Ze bleef nooit lang boos, maar als en wanneer, dan was het toch wel uitkijken geblazen.

Ze kon zo genieten van levensgevaarlijke stunts op die schommel, en fietsen, dat ook. (Ze fietste nog eerder dan haar twee jaar oudere broer zelfs.) En zelfs van schommels donderen zonder ooit in huilen uit te barsten, zonder zich al te veel zorgen te maken over haar eigen kwetsuren. Ze wist zich immers nooit zo goed raad met tranen.

Dit tot grote vreugde van al die buurtjongens met wie ze altijd mee op pad mocht, ondanks de stilzwijgende protesten van haar grotere broer. In haar buurt waren maar weinig meisjes van haar leeftijd, waardoor ze tot aan de middelbare school altijd een beetje dat jongetje bleef.

Hoe anders zou het verlopen in je puberteit toen die verrekte hormonen het waagden op te spelen. Dat zelfs die buurtjongens zich stuk voor stuk verwonderden over die complete karakterwijzigingen bij je. En je ook bij jezelf te rade ging over het hoe en waarom van het jezelf zo kwijtraken in die wirwar van veranderende emoties en ook de rest wat continu scheen te moeten transformeren.

Hoewel je nu inmiddels de middelbare leeftijd bent gepasseerd, kun je nog steeds zo terugverlangen naar een peinzende blik op deze ene speciale foto. Een foto die je altijd weer de moed terug brengt om alles toch te ondernemen wat je stoutste dromen je nog steeds voorspiegelen.

Die ene foto kenmerkt mij misschien meer dan alle selfies die ik sindsdien van mezelf heb mogen maken. En vertelt mij vele malen meer dan ik ooit mogelijk van mezelf heb gedacht.

Natuurlijk werd ik geïnspireerd door Stephan’s blogpost, waarin hij op prachtige wijze een oude foto van zichzelf op jonge leeftijd analyseert. Heb jij ook dat verhaal over jezelf te vertellen, van een oude foto van jezelf, doe dan met ons mee. #Leesjefoto

Even over websites en coderen

Coderen en programmeren brengt mij volmaakte sereniteit. Coderen is ook eerlijk: als je iets doet wat niet klopt, zegt het systeem: “Error!” Daarentegen, als dat coderen goed gaat, verloopt alles heerlijk gladjes alsof het een roerloos oppervlak van een beekje betreft.

Een spontane uitbarsting als iets fout gaat, zul je van mensen niet letterlijk krijgen. Die draaien altijd om de hete brij heen. Vaak moet je maar raden wat mensen nu werkelijk denken. En daar heb ik met coderen werkelijk geen sikkepitje ‘last van’.

Dus als de tijden wat exorbitante prikkelingen brengen, dan zul je mij niet gauw tussen de mensen vinden. Integendeel, ik sluit me op en maak een website of ga iets coderen tot zulks. Daarna voel ik me weer geheel verfrist en helder tot op het bot.

Iedereen zou roepen dat dat een hobby is, wat je zo lekker kalm maakt. In mijn geval geloof ik, dat het meer is verworden tot een eerste levensbehoefte. Net zoals je ’s morgens dat eerste kopje koffie met een sandwich nuttigt, en daarna doucht, en je aankleedt. Of dat je afspreekt met vrienden om leuke dingen te ondernemen, ter broodnodige ontspanning. Of sporten, dat ook. Net zoals anderen hun hart luchten door een dagboek bij te houden.

Wij mensen zijn immers maar rare wezens. Binnen communicatie roept men vaak niet wat men werkelijk denkt. Hetzij door verborgen agenda’s, hetzij omdat de beleefdheid dat vergt. Daar kan ik soms niet zo goed mee omgaan. Ik heb liever, dat men oprecht en eerlijkheidshalve altijd zegt wat men denkt. Zodat ik daarmee verder kan.

Toegegeven, soms wil dat een gewaagde stunt zijn om als stelling te brengen. Niet iedereen zal iets aardigs willen zeggen, ergo: “Error!” roepen als je de fout in schiet. Nog daargelaten, dat je ook uit lichaamstaal veel kunt halen. Mocht iemand al in staat zijn, mijn gesprekken te kunnen volgen.

In anno review (gezondheid, liefde, carrière)

Deze review van het afgelopen jaar pen ik, terwijl de appeltaartgeur mijn neusgaten binnendringt. Het is de dag voor kerstmis en daar word ik altijd weer wat melancholisch van. Ik denk terug aan al die jaren dat kerst grote drukte betekende, voor mij en de mijnen. Dat is wat ingekakt. Helaas, mijns inziens. Ik zou de kerstdagen en nieuwjaarsnacht liefst in algehele dronkenschap doorbrengen. Met lekkere snacks in het vooruitzicht, in groot gezelschap met een aanzienlijke hoeveelheid menselijke input. Dat, terwijl iedereen het tegenwoordig liefst zo klein mogelijk viert.

Gezondheid

Behalve een ingezakte ruggenwervel en hogere scoliose – waardoor het lijkt alsof ik, als ik lang sta, bijkans door mijn gestel zak bij lang staan – heb ik qua gezondheid niets te vrezen. Ook mijn Philips (geh)oorbellen zijn dit jaar met succes vervangen. Al wil die eeuwige evenwichtsstoornis me nogal plagen, zo af en toe. Ik slaap goed (dank u). Ik eet gezond. Beweeg me suf.
En ook qua psychische constitutie gaat alles me – sinds jaren – beter af. Waarschijnlijk omdat mijn dagelijks leven voldoet, qua diepgang en emoties. Ik voel me (helaas) af en toe godsgruwelijk volwassen. En merk op dat, na die verrekt lange poos van ‘soul searching’ de afgelopen paar jaar, dit in mijn voordeel werkt. Mijn ziel bevindt zich na járen dan ook eindelijk op de juiste plek.

Liefde

Qua liefde doe en deed ik afgelopen jaar niet veel moeite (nog steeds niet) om een maatje te vinden. Ik denk dan altijd maar: je moet eerst leren van jezelf te houden en het geluk te vinden binnen jezelf, voordat je jezelf in de schoot werpt van die ander en hem smeekt jou gelukkig te maken. Ik weet – uit ervaring – dat een vent zulks niet intuïtief aanvoelt, maar wel snapt – door middel van de heersende vibraties – hoe het werkelijk met je is gesteld.
Er gaat bovendien iets troostends uit van ‘alles zelluf moeten’ doen. Het geeft me steeds weer dat kleine duwtje. En ook meer zelfvertrouwen. Mijn eigenliefde en -dunk zijn me duidelijk meer waard.

Carrière

Eén van mijn goede voornemens is mijn werkgebied als vrijwilliger in webdesign nog meer uit te breiden. En anderen, waar nodig, nog méér bij te staan met computerproblemen. Uit de dankbaarheid die ik daaruit ontvang, zo ontdekte ik het afgelopen jaar, haal ik veel meer voldoening dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Zelfs meer dan uit mijn grootste hobby, de schrijverij.

Al zit een baan bij een werkgever er voorlopig nog niet in, dankzij mijn fysieke gestel. Terwijl ik het bijkomende salaris dan wel weer goed zou kunnen gebruiken. Then again, ik leer nu steeds beter met weinig tevreden te zijn. Het aan leren van die kunst had ik zo’n twintig jaar geleden nooit voor mogelijk gehouden. Maar enkel en alleen maar plezier hebben in mijn werk kán. En mag ook.

Al met al was 2019 eigenlijk niet eens zo spectaculair. Maar het was wél een jaar waarin ik meer tot mezelf kwam. En mijn ego ook eens liet spreken, tot grote schrik van menigeen. Dat alles ga ik maar eens flink overdenken, vanuit mijn giechelspot.

Deze blogpost verscheen ook op hoevrouwendenken.nl.

Schrijven, jawel met een vulpen

Hebben jullie dat nou ook? Dat je jezelf af en toe afvraagt of je nog wel kúnt schrijven, gewoon met een pen, of liever nog die ouderwetsche vulpen. Of je niet stiekem bent vergeten hoe je eigen handschrift er ook alweer uitziet? En soms heb ik dan ook weer die neiging om een potlood ter hand te nemen. Omdat je dan die onverhoopte foutjes beter kunt weggummen.

Je zou met zo’n toetsenbord, overal en te allen tijde beschikbaar, maar vergeten hoe dat schrijven ook alweer ging.

Soms, heel soms, heb ik die neiging om dat geduldige witte blanco papiertje helemaal vol te pennen. Die neiging komt dan ook nog eens binnen op de raarste momenten. Gewoon lukraak.

Hoewel ik dan ook weer twijfel, is datgene wat je dan opschrijft niet louter gezeur en gezanik? Of vertrouw ik behalve mijn diepste zielenroerselen liever wat fictie toe aan die tabula rasa? Of mix ik dat, ten behoeve van een verhaal waar vroeger mijn leraar Nederlands altijd over riep; ‘waar haal je die onzin toch vandaan? Je hebt wel een lévendige fantasie, zeg!’

En soms durf ik ook niet goed. Dan ben ik maar bang, dat dat handgeschrevene me achteraf tegenvalt, of beter, dat ik nooit meer wil stoppen met schrijven. Of dat mijn hersenpan sneller gaat, en ik de helft dan onverhoeds vergeet te noteren.

En dan moet ik weer bedenken, hoe ik mijn teksten onverwijld toch weer in dat toetsenbord kan rammelen, zonder ooit verveeld te raken.

En voelt mijn Mac, tablet, en smartphone zich dan niet vreselijk verwaarloosd? Kun je het überhaupt dezer dagen nog wel maken om zo’n eenvoud na te streven?

Het leven met een toetsenbord, toegegeven, is verdraaid makkelijk. Alles staat immers vast voor de lengte der dagen. Nu hoef ik daar inderdaad niet altijd zo trots op te zijn, maar dan toch – desalniettemin (mooi woord) – weet je weer waar je staat met je schrijfcapriolen.

Nu, ik weet het nog zo net niet. Schrijven is leuk hoor. Maar het moet wel net zo snel gaan als dat ik denk. Wat dat betreft, is zo’n toetsenbord me toch iets te dierbaar.

Maar wat wilde ik ook alweer zeggen?

Dit artikel verschijnt tezelfdertijd ook op hoevrouwendenken.nl.