Omdat ik het waard ben.

Ik fiets niet graag. Het ‘ding’ heeft namelijk nog geen accu en zelfs geen automatische piloot, en mede omdat ik zo’n hekel heb aan fietsen, weiger ik pertinent om zo’n dure e-bike aan te schaffen. Hoewel ik het waard ben.

Iets meer beweging in deze donder zou me wel sieren. Nu pak ik bij elke gelegenheid de auto. En vind het heerlijk om daarin mijn ietwat agressieve ikje naar boven te laten komen en me uit te leven op inwendig implosieve scheldpartijen op mijn medeweggebruikers. Omdat zij het waard zijn.

De dagen dat ik mijn lichaam beschouwde als een tempel zijn ras voorbij geschreden, zelfs zonder dat ik er erg in had. Tegenwoordig ben ik al blij dat ik het leven heb. En dat gaat al niet zonder slag of zelfs met wimpels. Daarentegen rook ik, drink ik, en eet ik wat ík wíl. En ja, dat allemaal, omdat ik het waard ben.

Ik heb er verscheidene pogingen aan gewijd om te stoppen met roken. Te minderen met alcohol. Datgene te eten wat ik werkelijk nodig heb, in plaats van dat wat ik lekker vind. En al die pogingen liepen op niets uit. Waarom? Omdat ik het leven maar verrekte saai vond worden in al zijn strengheid, al zijn saaiheid, en bovenal zonder lekkernijen. Want ik vind dat ik ze wel waard ben.

Al leef ik bij wijze van spreken zo’n tien jaar korter. Ik heb dan tenminste nóg geleefd. En ik was het waard. Spreek ik mezelf altijd weer toe.

Mijn interne criticus zwaait nu dat zweepje voor mijn ogen, zie je het gebeuren? Want hee, zo werkt dat toch niet? Moet je je leven naar de knoppen helpen, naar de verdoemenis zelfs, omdat zonder dat alles nu eenmaal beter is? Veiliger? Gezonder?

Soms mocht ik willen dat ik wat minder obstinaat was.

Soms draai ik – al was het maar voor een maand of wat – de rollen weer om, en zie ik in dat ik me wel degelijk fitter, gezelliger en vrolijker voelde toen mijn lichaam nog die tempel was. Want hee, toen wist ik immers echt wat ik waard was. Dat is, voor zolang dat duurt.

Mag ik een kilo geduld?

Uit eigen collectie

Mijn haar. Mijn mooie haar. Zit weer eens in de haarverf. Nu moet ik nog minstens 15 minuten wachten op het resultaat. Want mensen, het is vandaag de tweede keer dat ik er 2 verschillende kleuren ingooi.

Ik heb dan ook makkelijk haar dat altijd goed valt, zonder te overdrijven. Ik heb haar waar anderen een moord voor zouden begaan, zo roept men.

Alleen de kleur, dat baart me zorgen. Want sinds mijn 26ste zijn mijn slapen grijs gaan groeien tot hele stroken. Het kwam zelfs zover, dat mijn toenmalige schoonzus me aanbood me te helpen met haarkleuren. Nu dat wil wat zeggen.

Net als dat je die eerste grijze haar tussen je wenkbrauwen ontdekt, en die er vervolgens hardhandig uittrekt. Kedang.

Want het is toch niet nodig om er zo jong al als oud te worden bestempeld. Ik kan letterlijk in wanhopig gillen en schreeuwen uitbarsten als een caissière bij de lokale supermarkt me ‘mevrouw’ noemt. En ‘u’ tegen me zegt.

Al zijn die mensen dan toch wel netjes opgevoed. Al hoort het bij de klantverhoudingen. Het zou niet moeten mogen. Ik roep dan steevast:

“U, u zegt u tegen mij? Doe ‘es even niet!”

Maar goed, ik dwaal weer eens af. Mijn haar moet op dit moment een soort van kastanjebruine gloed krijgen. Maar aangezien het sinds afgelopen maandag grijsblauw was, en toen vervolgens een rode kool kleur, sinds vanmiddag de eerste keer, is het nu verrekte noodzakelijk om de zenuwen van te krijgen. Je zou er als vrouw zijnde bijna een Oxazepammetje voor gaan slikken.

En ik ben altijd zo trots dat ik dat tot op heden altijd heb kunnen vermijden, met mijn ietwat stoïcijnse en laconieke houding. Na het resultaat te zien, denk ik dat ik daarnaast ook nog wel een flinke borrel kan hebben.

Twittertoestand

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Tjemig. Eigenlijk ben ik zelf maar een raar wezen, denk ik zomaar. Want ik ben het volledig eens met @elonmusk dat Twitter een podium moet bieden aan het vrije woord. Totale vrijheid van meningsuiting dus.

Alleen al om daaruit op te maken wat er zoal leeft onder onze mensheid.

Ik ben ‘principieel’ natuurlijk volmaakt tegen elke complottheorie die thans bestaat en wordt geuit, ook nog eens luidkeels, bijvoorbeeld. Aan de andere kant, als ik heel eerlijk mag zijn, weten we daardoor weer wel wat er leeft en speelt bij anderen en dat beschouw ik als zeer belangrijk. Al ga ik de complottheorieën niet hoogstpersoonlijk opzoeken op dit wereldwijde web en ook niet ontkrachten. Dat beschouw ik dan weer niet als mijn persoonlijke taak.

Ik lees ze. Neem het voor kennisgeving aan. Ik reageer niet. Ik scroll er liefst gauw voorbij. En denk het mijne ervan. Ik spreek ze niet tegen, omdat ik maar al te gauw besef dan in een oeverloze en eindeloze discussie te belanden, wat mijn mentale gezondheid uiteindelijk niet ten goede zal komen.

Dat ben ik. Of liever, zo ben ik. Ik mag inmiddels uit ervaring spreken als ik zeg dat de complottheoristen graag zouden zien dat je zelf op onderzoek uitgaat door tijd en aandacht te besteden aan ‘hun waarheden’ en uiteindelijk een medestander wordt. Maar, zoals eerder gesteld, neem ik ‘mijn vrijheid’ door dat niet te doen. Daar word ik zelf een gelukkiger mens van dan ik al was.

Dat even kort is mijn mening over de vrijheid van meningsuiting die zo belangrijk is. Zelfs met het oog op alle onzin die daarover wordt uitgekraamd, maar waarop ook wordt gereageerd. Al dan niet terecht. Ieder zijn meug.

Inmiddels heb ik op Mastodon wel alvast een account aangemaakt. Dit met het oog op een eventuele terugkeer van een zekere politicus/zakenman in de VS, wiens naam ik niet eens meer wil noemen, vanwege mijn persoonlijke grondige afkeer van louter zijn aanblik. Hoe veil wil je het hebben? Maar niets menselijkers en vooringenomen dan ikzelf. 😉

En ergens is deze zoektocht en voortgang wellicht goed voor ons als mensheid. Omdat geen mens uiteindelijk een eiland is.

Digitale klankbord opgezegd

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Vorige week heb ik mijn gehele webhostingpakket plus aanverwante domeinnamen abrupt opgezegd, met name vanwege de schier oplopende kosten van zulks. En nee, ik heb er nog geen spijt van. Hoewel ik me wel stiekem afvraag, of ik het ga redden in de wetenschap online niets meer te delen.

Mijn brein vraagt zich nu af, waar ik mee bezig ben? Je mag toch wel een hobby hebben? En natuurlijk is dat zo, maar mijn hobby is een beetje de spuigaten uitgelopen.

In 2005 kwam ik thuis te zitten, als in met een burn-out, wat overigens toen nog niet dat koosnaampje had. Mijn hele toekomst als Secretaresse was in rook opgegaan, en dat voornamelijk vanwege mijn slechthorendheid en het feit dat met de komst van de computer, ik mijn beroep, dat verder was gedegradeerd tot uitgeschoven typemiep zonder al te veel verantwoordelijkheden, niet langer kon en wilde uitoefenen.

“Wat nu?” Dacht ik nog vertwijfeld.

Een paar jaar eerder kreeg ik mijn eerste computer thuis. Het was zo’n geweldig joekel, maar Windhoosgebeuren. En natuurlijk vertoefde ik vaak op het Internet, moest ook gewoon nog inbellen, volgens mij. Ik las ook vaak weblogs, en dacht, dat kan ik ook. Ik bestelde een domeinnaam: ‘sereneirene.nl’ met webhostingpakket, maar was never nooit niet tevreden met de uitstraling ervan.

Dus begon ik te prutten en fröbelen dat het een lievelust was. Dag in, dag uit. Elke vrije minuut, nee, seconde, zat ik aan dat beeldscherm gekluisterd. Ik ging niet meer uit. Ik ging niet meer op pad. Nee, ik bleef thuis en trouwde als het ware met mijn digitale klankbord.

“Maar wat vond je daar dan?”

‘k Denk dat ik weer een stukje eigenwaarde terugvond wat ik elders was verloren, naarmate bleek dat ik toch wel in staat was PHP-taal (de taal waarin weblogsystemen is geschreven) te begrijpen. En daarmee te prutten en stunten net zolang, totdat ik kreeg wat ik voor ogen had. En dat doe ik tot op de dag van vandaag nog steeds. Al moet ik wel zeggen, dat de continue herhaling van zaken me dan ook wel weer jeuk brengt. Het lijkt inmiddels al te veel op werk.

“Waarom vertel je dit allemaal?”

Nog steeds probeer ik als manhaftig uit te vinden wat me nu zo boeit aan dat hele internetgebeuren. Inmiddels zijn we al heel wat jaartjes verder. Inmiddels ben ik 55. Inmiddels denk ik dat ik hier nu toch wel overheen gegroeid ben.

Na 1 mei volgend jaar ben ik dus klankbordloos. De tijd zal leren of ik het zonder kán. Mijn hart zegt van niet… 😉