Category

Pix’ Daily confessions

22 september 2018

Horizonten

De horizon strekt zich voor me uit, als ik vanaf mijn lady like sofa lui lig te hangen. Ik zie wolkenpartijen die steeds andere patronen en kleurschakeringen vertonen, niet te beschilderen, denk je. Blauwe luchten en witte wolken, zo fluctuerend en indrukwekkend, per seconde zie je het veranderen. Steeds in een andere format. En dat alles vertelt verhalen. Verhalen die ik zelf zo graag zou horen en lezen. Ze zijn soms niet te vertalen. Of te beschrijven. Het is niet vast te leggen, voor mijn gevoel en conform mijn denkpatroon.

Ik kan me een keer herinneren dat ik een flinke griep had. En dat ik het ineens beu was, dat ziek zijn. Ik pakte het boek wat voor me lag, en besloot het te vertalen naar het Engels, wat natuurlijk overbodig was, maar hee, ik was even bezig. Ik had wat omhanden. Hoe saai deze omstandigheid ook leek. Het vergrote wel mijn woordenschat. En zodra ik dat in vertaling omzette, hoorde ik zo’n typisch ouderwetse Engelsman de zin uitspreken. Wat een stukje fantasie al kan doen, om een leven draaglijk te maken.

Vannacht droomde ik dat ik datzelfde boek nu in een film goot. Ik moest het verfilmen, Ik deed vrijwel alles zelf, de regie en productie, het knippen en plakken van het uiteindelijke resultaat, zelfs de catering en als ik het zonder acteurs had kunnen doen, deed ik dat ook. Maar niets van dat alles. De acteurs zetten een grootse theatrale prestatie neer.

De film omvat een stevig staaltje fotografie. De wereld en de natuur werden zonder al te veel filters, in al die schakeringen, op de gevoelige plaat gelegd. Als in buitengewoon fabelachtig. Zoals een berg een fenomenale prestatie is, luchten een grandioos spektakel, met veel paarden en een Indianenstam die hun eigenste stukje aarde al vechtend en overlevend probeerden vast te houden.

Volgens mij verdien ik minstens een prijs van het soort Oscar voor dit bravourestuk. Als het eens echt was… Zucht!

21 september 2018

Aandacht kan men verwaarlozen inzake #ikbengepest

Van de week was het de dag van #ikbengepest of iets dergelijks, ik heb het in de gauwigheid niet goed meegekregen, die #hashtag. Hoewel ik mijn hele leven verschoond ben gebleven van dergelijke praktijken – op school niet als ook niet op een werkvloer – heb ik mijn gedachten daar vannacht eens over laten gaan.

Stel nou, dat die hachelijke situatie van pesterijen zich voordoet. Iemand communiceert met je – of vraagt je aandacht – op een toon die je niet aanstaat. Met andere woorden: je wordt gepest. Dan is het vrijwel logisch dat je reageert. Maar zoals iedereen roept: ‘aandacht maakt alles mooier’. Je kunt ze beter voorbijlopen. Straal negeren. Zei iemand iets? Hoezo? En dan de andere kant uitkijken. Oost-Indische doofheid pretenderen. Alles wat erop wijst dat je het geen aandacht wil schenken. Jij hebt betere dingen te doen, in dit leven. Toch?

Communicatie, verbaal of non-verbaal, is nog altijd een two way street. Zodra jij die aandacht verlegt naar praktischer zaken, zoals: ‘wat een prachtige hemelsblauwe lucht spot ik daarboven’, terwijl die ander aan je tracht te trekken in negatieve zin, geef je het geen aandacht meer. Op den duur houdt die aandachttrekkerij dan wel op, want communicatie hoeft niet gehanteerd of gehandhaafd te worden. Zodra je reageert, hebben ze je. En ontstaat er een vorm van communicatie, waardoor men denkt voort te kunnen borduren op een situatie die jij zelf niet wenselijk vindt.

Met andere woorden: STOP DIE COMMUNICATIE, VAN JOUW KANT.

Also sprach tante Irene.

18 september 2018

Broertje dood

Je herkent dat moment vast wel, als je met je leukste collega een babbel hebt bij het koffie-apparaat. Er is dan altijd wel een onvervalst en van zichzelf vergenoegde mannelijke collega die koffie komt tappen en tussen neus en lippen even vrolijk meldt: “Dat bij dezen de week door midden is gezaagd!” Dan ben ik natuurlijk genegen mijn vinger in mijn strot te duwen en ook ietwat vilein: “Zum Kotschen!” te roepen.

Het is enerzijds wegens dat soort situaties dat ik liever geen kantoorbaan meer ambieer. Hoewel, ik tegenwoordig wat meer geneigd ben om te slikken en door te lopen, want ja hee, die ergerlijke types moeten er ook zijn, anders val ik immers niet op.

En dan die sleur op kantoor. Op vaste tijdstippen en gezette momenten weet je dat je bepaalde klussen geheid weer voor je mik krijgt, om maar niet te spreken van die collega’s die hun verantwoordelijkheden altijd weer weten te ontlopen. En die klussen altijd weer weten te laten liggen: “want er is altijd wel een of andere gek die het wel oppakt!

De geheid evenzo boute uitspraken die managers’ zo graag doen tijdens vergaderingen, ook zum Kotschen. Notulen uitwerken die men toch niet leest. Collega’s die echt louter zes van de acht uur aanwezig zijn wegens de lol in plaats van plezier in hun werkzaamheden. Need I say more?

Toch mis ik dat. Onherroepelijk. Al was het louter om des morgens een doel voor ogen te hebben. Ergens heen te moeten waar er van je verwacht wordt dat je klussen uitvoert. Liefst met een big smile op je pokerface. En het feit dat je er na al die jaren toch weer net iets ánders in staat. Het principe dat je weer wil werken voor de kost omdat je – al was het part time – je dan tijdens de overig vrije uren aangenaam kunt verpozen met hobby’s.

Precies, zoals het bedoeld was in dit leven.

Werken om je hobby’s leuk te blijven vinden…

Scroll Up