CategoryPix goes Fiction

Verkocht

V

We waren nog maar nauwelijks thuis gearriveerd van vakantie, of mijn moeder klaagde over helse buikpijn. Aldus volgde een bezoek aan een arts, die haar gelijk doorverwees naar een ziekenhuis, want het bleek een acute blindedarmontsteking.

De daarop volgende uren voltrokken zich als in een waas voorbij. Enerzijds nerveus was ik net 14 jaar oud, want een moeder in het ziekenhuis voor deze ingreep die eigenlijk routinematig wordt gedaan, vond ik nogal zorgwekkend. Ik was als de dood dat zij het leven zou laten. Anderzijds verbleef ik alleen thuis, wat me meer dan eens meer vraagtekens dan oplossingen opleverde.

Op een gegeven moment zat ik zelfs zonder geld. En ik wilde niemand tot last zijn, dus keek ik eens rustig om me heen hoe ik de komende dagen nog enigszins ongeschonden door kon komen. Gelukkig had mijn moeder altijd wat geld in haar kleine bescheiden knip. Dus waren de eerste dagen een piece of cake geweest.

En eigenlijk moest ik gaan stofzuigen, eens wat doen aan huishoudelijke klussen, en keek naar de wat stoffige vloer en de enorme Persische vloerkleden waar mijn moeder zo verzot op was. Ik niet. Ik had een gruwelijke hekel, al vanaf kinds af aan, aan elk soort kleed of vloerbedekking waar stof aan te pas kwam. En daar daagde me het licht.

Ik verschoof wat meubels, rolde het Persische vloerkleed onder de salontafel op en toog naar de markt, met het ding over mijn schouders. Terwijl ik de markt opliep, werd ik vrijwel gelijk aangesproken door een wat vreemd aandoende oudere man. Hij vroeg me, wat ik als ‘mooi’ meisje met dat enorme tapijt op de markt kwam doen. Ik vertelde prompt dat het vloerkleed te koop was.

Hij vroeg me het uit te rollen en keek er eens kritisch naar. Onderwijl besefte ik dat ik het beter eerst had kunnen zuigen.

“Wat wil je er voor hebben?” was zijn enige respons.

Ik had werkelijk geen idee. Mijn persoonlijke vraagprijs en de enorme hekel aan dit stofnest maakte daarom de vraagprijs niet al te hoog, vermoed ik. Dus riep ik dat hij het voor €175,- mocht hebben. Hij begon gelijk te onderhandelen, en even later liep ik trots naar huis met €150,- in mijn broekzak.

Ik kon het ongeveer een week uitzingen met dit bedrag, realiseerde ik me. En mijn moeder zou na tien dagen weer thuiskomen uit het ziekenhuis. Dus leefde ik bij de dag. En maakte me niet al te veel zorgen over morgen.

Totdat het moment een kleine week later kwam dat ik toch dat bosje bloemen wou aanschaffen voor als mijn moeder de volgende dag thuis zou komen. En mijn geld op. Maar geen nood, onder de eettafel lag een kleiner Persisch vloerkleedmodel. En dus hoopte ik ook die te kunnen slijten op de markt.

Aldus geschiedde en wonder boven wonder was dezelfde marktkoopman er weer en vroeg bijna dezelfde vraag. Ditmaal was hij iets behoudener. Ik kon aan zijn hoofd zien dat hij dacht dat hij met een dievegge te maken had.

Dus legde ik het verhaal uit van mijn moeders acute blindedarmontsteking en operatie. En dat ik louter tijdelijk wat geld nodig had.

Opnieuw vroeg hij wat ik voor dit kleinere model wilde hebben.
Als antwoord gaf ik €125,-, en dus liep ik een kleine vijf minuten later trots weg met weer €100,- op zak.

De volgende dag zou ik dan tenminste mijn moeder kunnen verrassen met een schoon huis en verse bloemen op tafel. Een betere thuiskomst zou ze zich vast niet kunnen wensen.

Ik nam me voor die dag van school te spijbelen. Stond er goed voor, dus een paar uurtjes minder aanwezigheid zou niet deren. Zo rond een uurtje of 11 reed de taxi de hoek om. Met een zucht van opluchting stapte di Mama de huiskamer in. En verschoot direct van kleur.

“Mijn Persische kleden?!” riep ze verontwaardigd uit. “Zijn ze gestolen?”

“Nee, tuurlijk niet,” haastte ik me te antwoorden. “Ik heb ze verkocht op de markt, zodat ik je niet om geld zou hoeven te vragen.”

Moeders beet op haar lip, toog naar de telefoon en belde mijn vader op. Onderwijl stak ze een dramatische tirade af tegen hem over mijn recente acties. Na zijn weerwoord, wat ik niet kon volgen, overhandigde ze mij de hoorn en liep driftig richting haar slaapkamer. Ik begreep met het dichtknallen van die deur, dat ze niet bijzonder in haar nopjes was.

Ook vaderlief was niet mals. Hij uitte een paar bedreigingen, als ‘als je ooit nog eens iets van je moeder verkoopt, dan breek ik je benen, hoogstpersoonlijk!’

En toen werd ik wakker, badend in het zweet. Gelukkig was het maar een droom geweest…

0
0

Sneuneus

S

‘Het’ kwam binnen, en tegelijkertijd overviel me een gigantisch gevoel van medelijden of medeleven, dat laatste kan ook. ‘Dat’ gezicht wat moest behoren tot een vrouw, had ietwat te veel mannelijke genen opgenomen. ‘Haar’ gezicht had wellicht per abuis daardoor een lelijkheidsclausule meegekregen. Wellicht onbetekenend en een klein foutje van de natuur? Je weet het niet. Ik kan úren daarna er nog bezig mee zijn. Het waarom van zo’n foutje der natuur.

Het komische van het geheel, dat het verhaal dat ‘het karakter’ zichzelf had aangemeten, er ook een was van een overdaad aan mannelijkheid. Woorden als ‘mijn carrière’ – uit te spreken met een hete aardappel in de mond – alsook ‘organisatorisch verbinden’ werden om de haverklap uitgespuugd, als was ‘ze’ er trots op.

Dit zijn van die types die er hoe dan ook op uit zijn, om een bepaalde wrange nasmaak te genereren. Of misschien zoals ‘zij’ denkt, er respect mee te verkrijgen?

Hoe dan ook. Zo’n sneuneus heeft vanzelfsprekend het recht om van nature stupiditeit uit te stralen, en er hoe dan ook zelfs ongegeneerd misbruik van te maken….

0
0

Het mislukte afgedwongen geluk (deel 2)

H

Je zal hem maar zijn. En weten dat hij dat besluit genomen had om zijn familie achter te laten. Om in een ander werelddeel een beter bestaan op te bouwen.

In de hoop, nee dat is nog veel te mild gesteld, omdat hij toch ergens weet dat hij het geluk voor zichzelf moet afdwingen. Omdat hij weet dat hij beter kan en wíl. En dat hij dan een paar louche types tegenkomt, die bereid zijn hem voor een hele harde prijs naar dat Utopia te vervoeren, per schip. En dan dat het moment daar is dat hij moet instappen en ziet dat hij niet de enige was die die stap maakte. En dat dat schip eigenlijk – ook – een mislukt bootje is en hij de ironie daarvan direct inziet. Dat hij ondanks dat grote aanwezige publiek toch aan boord gaat, want hij heeft immers al betaald, vooruit. En dat hij ergens deep down vermoedt dat hij zijn familie nooit meer terug zal zien.

En dat hij dan hier aankomt, ten lande, en dat er aan de grens van die sociale mannetjes en vrouwtjes staan, die hem precies vertellen wat zijn rechten zijn. Gewoon omdat ze daarmee verzekerd blijven van hun eigen baan. Plichten, die zijn er ook natuurlijk, maar die zijn vooralsnog minder belangrijk, want hij moet eerst nog maar dat levensonderhoud en een dak boven zijn hoofd proberen te verkrijgen. Dat lijkt het belangrijkst, voor nu.

Dat hem beloofd wordt dat deze inmiddels ook vergankelijke verzorgingsstaat goed voor hem zal zorgen. Maar natuurlijk moet hij eerst – met al die anderen die het ook gelukt is de overstap te maken – in een vluchtelingencentrum verblijven. Terwijl zijn dossier zal worden doorgelicht, beoordeeld en er stappen zullen volgen waarna hij hopelijk op korte termijn een tijdelijk, maar liever een definitief verblijfsdocument zal ontvangen.

Dat hij ook in zijn eigen land had kunnen proberen samen met anderen dat land her op te bouwen, dat was hem nog niet doorgedrongen. Nog daargelaten dat zijn zwangere vrouw thuis, waarschijnlijk tussen het puin van al die oorlogen, moet bevallen, probeert hij dan ook maar manhaftig te vergeten. Ooit komt de dag, immers, dat ook zij hem hier zal volgen. En dat ze dan weer samen zullen zijn, in zijn Utopia.

Dat hem uiteindelijk een flat wordt toegekend, die hij weliswaar moet delen met een paar andere lotgenoten, waarna voor hen een geweldig nieuwe episode begint. En dat ze dat nieuwe leven zo vaak mogelijk vieren met dat vreugdevuur op het balkon. Maar dat op een dag door nalatigheid hun flat in vlammen opgaat. En hij op een nipt moment met zijn nog aangeschoten slaperige kop wordt gered. En dat hem ook hier de ironie niet ontgaat, dat dat afgedwongen geluk zelf een Utopie is.

Dat beeld, dat laat me niet los…

0
0

De beste beslissing ooit

D

Ik kon het niet laten, ik moest die vraag wel stellen. Ooit. Dus trok ik die dag de stoutste schoenen aan die ik had. En ging onderweg. Bij dat statige grachtenpand, waarvan ik zelf ook droomde ooit de rest van mijn leven te kunnen staren naar zo’n hoge witte muzen-plafond, in de hoofdstad ging ik naar binnen. Ik wachtte netjes mijn afspraak af, hoewel ongeduldig.

Eindelijk was het zover. Hij kwam me afhalen, en het lukte me wonderwel nog steeds een soort van hardnekkige beleefdheid in stand te houden. Hoewel, ik wist dat dat ene moment bijna zover was.

We gingen zitten, ik kreeg koffie. Hij vroeg me, hoe mijn reis er naar toe was verlopen. Maar ik hield het niet meer, dus plopte de vraag er pardoes uit.

“Dok, denk jij, dat die ellende, al die narigheid, dat ik dat op me afroep?”
Even viel hij stil.
Hij dacht na. Kennelijk. Maar antwoordde toch vrij resoluut:
“Dat zullen we pas weten, als we wat meer sessies hebben gedaan!”

Kedang. Dat was het dan. Ik was er gelijk klaar mee.

Hoeveel sessies ik ook had gehad, in het verleden, en niet alleen bij deze psycholoog of psychiater; dit antwoord, wist ik, was de definitieve uitkomst. Méér was er niet.

En gelijk wist ik ook, waarom hij never nooit niet met een soort van planning was gekomen. Soort van planning met een beoogd resultaat of goals, whatever, en dat uiteindelijk ik die deur voorgoed zou kunnen uitstappen. Als zijnde genezen. Voor altijd. En dat ik dan nooit meer de behoefte zou voelen, zo’n zelfde vraag over ellende of narigheid te stellen. Niet aan een psych, aan niemand, voor de hele rest van mijn verdere leven.

Op het moment dat hij resoluut verwachtte dat ik netjes terug zou komen voor nog méér sessies, nog meer praten, nog meer onthullingen van mijn kant, wist ik dat ik dit niet langer nodig had. En dus dronk ik mijn koffie niet eens op. Ik stond op, liep richting de deur, draaide me om en zei:

“Waarschijnlijk is de beste beslissing ooit, dat ik u niet langer nodig heb!”

0
0

Heet en koud

H

Ze las het boek van Heleen van Royen in een ruk uit. En daarna was douchen nooit meer hetzelfde. Stiekem vroeg ze zich af, hoeveel dames uit haar vrienden- en kennissenkring hetzelfde deden. Soms had ze danig behoefte om over dit soort zaken te praten, met een ieder die dat maar wilde, maar toch, ergens wist ze dat sommige zaken onbespreekbaar moesten blijven.

Ze besloot die avond eens vroeg naar bed te gaan, want de douche riep haar. Eigenlijk zonder er al te lang over na te denken deed ze de deur op het nachtslot, en kleedde ze zich uit. Terwijl ze een stiekeme blik op de spiegel wierp, wist ze dat die dag er een met een gouden randje was geweest, en ze zichzelf had overwonnen qua mentale strijdbaarheid.

De douche verwelkomde haar met haar krachtige stralen en ze liet het haar kalmpjes welgevallen. Toen, opeens leek het alsof een deur (haar deur) werd dichtgeslagen. Op haar huid ontstonden putjes dat haar angstig deed denken aan kippenvel en ze kreeg het even heel koud, terwijl het water toch loeiheet moest zijn. Toch was dat dwingende relaxende van een douche nemen even een plezante afleiding geweest. Ze droogde zich af, en besloot de voordeur even te checken. Deed het nachtslot er maar weer af. Mocht zich een noodsituatie voordoen, dan kon iedereen met de sleutel eenvoudigweg binnen wandelen.

Met een wat iebel gevoel, dat gevoel of ze een actrice in een slechte horrorfilm was, vleide ze zichzelf neer in haar bed. En streelde haar feline vriendjes even, die direct wisten dat het knuffeltijd was. Poeslief liet het zich kalmpjes welgevallen, haar knuffels. Maar ook nu, zag ze nu werkelijk dat poeslief werd afgeleid, haar oren keerden zich weg, richtten zich op de deur van haar slaapkamer door geluiden in haar gang, of verbeelde ze zich dat maar?

Ze schonk er maar geen aandacht aan, in dit flatgebouw klonk al dat geluid immers net dat beetje binnenshuis. En met haar slechthorendheid, wist ze immers nooit zeker of dat rare intuïtieve gevoel dat er iets niet pluis was, terecht was.

Even later werd ze met de schrik wakker. En wist dat het haar eigen gesnurk was geweest…

0
0

Over mij

moiHee hallo, ik ben Irene, bijnaam Pix en blog sinds 2002. Af en toe vind ik het heerlijk om in het toetsenbord te klimmen en alles lekker van me af te schrijven. In het kader van die geweldige flow, je-weet-wel. Ow… en mijn haar zit ook altijd goed… Lees meer.

Reacties

Over copyrights enzo

© 2002-heden iPIXtitude.nl. Alle rechten voorbehouden.