Mijn dunnere ik wreekt zich

Soms ontwaakt een andere persoon binnenin. Dat is diegene die het zat is, dat die andere ‘luie ik’ zich van alles toestaat. En zich heeft laten gaan in proporties die het leven er niet makkelijker op maken. Waardoor geheid dat moment kwam, dat ik naakt voor de spiegel stond en mezelf niet meer wilde herkennen daarin. Ik heb letterlijk een ander zelfbeeld dan die verrekte spiegelreflectie, dat komt totaal niet overeen.

Dat spiegelbeeld, daar kreeg ik dus een enorme hekel aan. Ik vroeg mezelf geducht af, ‘kan dat nou niet anders?’ Want als het anderen lukt, waarom mij dan niet?

Sowieso ben ik op een punt gekomen, dat ik weet dat de eerstvolgende kledingmaat er eentje van dermate truttigheid is, dat ik mezelf niet langer zal durven te vertonen op straat. Wat heet: ik koop zelfs kleding dat te klein uitvalt, in de hoop er in goede, zo niet betere, dagen weer in te passen. Dat prachtige suède jasje op die te krappe spannende spijkerbroek. Ze liggen allemaal in mijn kledingkast te wachten. Te wachten, op het moment dat ik er éindelijk voor ga.

Van de week bezocht ik naar aanleiding van een advertentie voor 50+ dames een sportschool waar gedegen instructies aan te pas komen tijdens het sporten. Ik stond er op een weegschaal waar o.a. mijn vetpercentage werd gemeten op 44.8%. Dat vond ik pas shocking. En mijns inziens totaal onacceptabel.

De laatste tijd voel ik me gelukkig beter in mijn velletje steken, zowel mentaal als fysiek. En ik besef ook, dat elke kwaal die ik nu mogelijk ervaar wellicht hét resultaat is van mijn overgewicht. Hetzij die akelige gewrichtspijntjes, in mijn knieën en voeten. Maar ook het lichamelijke ongemak als ik mezelf in een krampstuip weet, bij simpele acties tijdens dat toiletteren. (Ja, sorry!)

Ik weet dat ik op eerdere momenten dezelfde initiële insteek had, maar niet het doorzettingsvermogen om mijn dunnere ik de kans te geven definitief door te breken. Omdat ik destijds wel wist dat ik beter kán, maar er altijd wel een excuus was, of een ziektebeeld, waardoor ik mezelf niet harder aan kon pakken.

Ik denk dat het wel een minimale vereiste is, dat je zowel fysiek als mentaal sterker in je schoenen staat.

Dat je die spot en die hoon die je bij anderen in de ogen leest, bij het betreden van die verrekte sportschool, definitief naast je neerlegt. Want heus, zij weten écht niet, hoe verdomde klaar je zelf ook bent met je eigen overgewicht. En dat je ze niet eens een poepie wil laten ruiken om jezelf aan hen te bewijzen, maar meer omdat je eindelijk eens wil weten hoe die dunnere ik zichzelf eindelijk eens kan wreken. Alsof ik dan eindelijk boven mezelf uitstijg naar die betere ‘self-image’, die ik altijd al had, immers.

Ergens is deze blogpost dus een enorme ‘commitment’ aan mezelf. Het type blogpost dat ik mezelf elke keer dwing terug te lezen wanneer opnieuw die twijfel van falen of hangen bij mezelf ontstaat. Als ik mezelf opnieuw moet forceren in dat keurslijf van afvallen en om tenminste tweemaal per week de sportschool actief te bezoeken. En dat ik mezelf niet zal toestaan genoegen te nemen met dat wat nu is, maar wat beter zal zijn. Voor mij, voor mijn kwaaltjes die met een ander gewicht te verwaarlozen zullen zijn, en voor mijn oh zo gewenste en gewraakte spiegelbeeld.

Leegstand dat noopt tot actie

Hier in het nabij gelegen winkelcentrum Schalkwijk is het momenteel droevig gesteld voor wat betreft de leegstand. Hele étalages zijn voorzien van houten panelen met grote foto’s bedekt, waardoor het lijkt of je zo een luxe kapsalon binnenstapt, of die prachtig uitgedoste winkel die er in real live nog niet zo zou uitzien met al die prachtige feestjurken. Er is nog wel een slagersbedrijf, ergens tussen de leegstand in, en de techbedrijven lijken te blijven floreren. Ook daar.

Hoe anders was het vroeger, met die kaaswinkel naast ons, de melkboer die nog langs kwam met zijn gigantische levensmiddelenkar, en de bakker zat nog op de hoek. Supermarkten waren er nog niet. En de tijden dat men vlug, vlugger, vlugst daar zijn inkopen doet en geërgerd raakt als een oudere persoon toch een vriendelijke babbel heeft met ook die gehaaste caissière die daar eigenlijk geen tijd voor heeft of vrij wil maken.

Ik mis dat af en toe wel. Al bespeur ik dat na de meest recente recessie klantvriendelijkheid en -behulpzaamheid weer in een hoger vaandel staat. Hoera!!

Ook was er in mijn straatje in het centrum van Haarlem, destijds, een Chinees afhaalrestaurant, de Turkse groentenboer, een Thais restaurant, een snackbar en een shoarmabar, waardoor ik tijden never nooit hoefde te koken, want de oplossing was voor een weinig geld altijd wel dichtbij.

Maar de nood voor eerstgenoemd winkelcentrum is bijna voorbij, want er zijn plannen en wordt reeds gebouwd aan een groter centrum met liefst een cinéma en restaurants. Ik vraag me dan weer af, of dat luxere gebeuren niet ten koste gaat van de toch al torenhoge huurprijzen. Ooit heb ik zelf een delicatessenwinkeltje in snoepwaren gehad, en ik weet dat je met een lage omzetmarge per klant heel hard moet (op)boksen om die huurprijs te kunnen bekostigen. Leve de webshops ook, tegenwoordig. Need I say more?

En nog steeds knaagt het bij me, want al is die ervaring van super hard werken het me dubbel en dwars waard geweest, ergens zie ik mezelf toch nog altijd als ondernemer van een shop of anders. Ik zie mezelf dan al helemaal zo’n geweldig retro lunchroom of restaurant (dat mag ook) leiden, waar men tussendoor ook kan genieten van een welverdiende massage. En meer van dat futuristische wellness-gebeuren. Een buuf en ik hebben hier meermaals langdurig samen hele ongebreidelde fantasieën op los gelaten, dat snap je.

Ik wacht dus nu al die ontwikkelingen gespannen af. En weet dat ik toch weer – tussen neus en lippen door – ga informeren naar huurprijzen en overige kosten, zodat ik nadien met een gerust hart weer een droom definitief vaarwel zeg ofwel in vervulling kan laten gaan. Who knows?

Kwestie van wilskracht

Mijn ego is op oorlogspad. Het voert een gevecht van leven op dood met mijn ID. Je moet weten, het woord vakantie is gevallen. En dat betekent voor mij plotseling een ware oorlogsverklaring aan die overtollige kilo’s die ik er afgelopen winter stilzwijgend aanvrat. Én mijn ietwat non-bourgeoise leefwijze.

Ik leef bijna elke dag alsof het mijn laatste is. Ik sta mezelf letterlijk alles toe. ‘Trek in een biertje? Joh, dat mág.’ ‘Proef je die bitterballen al? Joh, zet die Airfryer maar alvast aan.’ ‘Wil je liefst elke dag shoarma bezorgd hebben? Joh, start die app van Thuisbezorgd.nl maar weer op.’

En om je heel eerlijk te bekennen, beviel me dat alles reuze goed. For a little while.

Al wil mijn lijf wegens het mee te torsen extra lichaamsgewicht dan wel een weinig (lees: boel) protesteren.

Nu hoorde ik binnen tha family dat er een wat simpele wijze van dieetvoering is, wat mijn nichtjes succesvol volgen. Al roept mijn ID dan weer, dat al die kuurtjes en dieetrepen me wellicht wat sneller op het rechte pad zullen krijgen, maar dat ik toch ooit zal worden teruggeworpen op mijn eigenste gemakzucht.

Conclusie: voor mezelf zorgen, die tempel dat mijn lijf zou moeten zijn, de wijze waarop ik die tempel vereer, dat is zo eenvoudig nog niet.

Ik verzucht nu dus, dat die strijd met mijn gemakzucht allesbehalve makkelijk zal zijn, maar dat er ooit, en dat tijdstip is N.U., een einde moet komen aan mijn puberale doen (en niet laten). Nonchalance is wel een van mijn grootste charmes, maar het komt maar bitter weinig zwaan-achtig over.

Dus moet ik mijn ego even deze giga-titanen-strijd laten voeren, en ga ik zien waarheen dat pad leidt. Het zal ongetwijfeld een zware en lange weg zijn die ik heb te gaan, al weet ik dan wel, dat dat nieuwe avontuur nu al te aanlokkelijk is om niet aan te gaan…

Zuinig

Ik snap dat zo goed, dat mensen zich onverwijld in de schulden kunnen steken. Dat je elke cent, of die van vijf, drie keer moet omdraaien en rekening moet houden met wat je kosten zijn, en wat je werkelijk kán uitgeven. Ik snap het, dat alles dan drievoudig zo aantrekkelijk kan zijn om toch te kopen, of dat nu betekent dat je een paar maanden weer even op de rem moet, en weer moet beknibbelen. Al besef je, dat je je daarmee in een vicieuze cirkel draait. Willens en wetens.

Ik snap dat zo goed, dat mensen zich onverwijld in de schulden kunnen steken. Dat je elke cent, of die van vijf, drie keer moet omdraaien en rekening moet houden met wat je kosten zijn, en wat je werkelijk kán uitgeven. Ik snap het, dat alles dan drievoudig zo aantrekkelijk kan zijn om toch te kopen, of dat nu betekent dat je een paar maanden weer even op de rem moet, en weer moet beknibbelen. Al besef je, dat je je daarmee in een vicieuze cirkel draait. Willens en wetens.

Ik snap dat zo goed, dat mensen zich onverwijld in de schulden kunnen steken. Dat je elke cent, of die van vijf, drie keer moet omdraaien en rekening moet houden met wat je kosten zijn, en wat je werkelijk kán uitgeven. Ik snap het, dat alles dan drievoudig zo aantrekkelijk kan zijn om toch te kopen, of dat nu betekent dat je een paar maanden weer even op de rem moet, en weer moet beknibbelen. Al besef je, dat je je daarmee in een vicieuze cirkel draait. Willens en wetens.

Ik doe het niet vaak, die reality tv-programma’s kijken waarin mensen op het randje van hun faillissement leven, en door specialisten weer op dat rechte pad gemaand worden. Ik heb ze gezien, en met het schaamrood op mijn wangen moeten constateren dat die mensen bijna als kinderen worden behandeld. Alsof ze standjes mogen krijgen van die volmaakt vreemde die even je leven binnenstapt en als een rechter een volledig nieuwe levensstijl bij je afdwingt. Alsof die situatie van constante zuinigheid niet het uiterste van je kúnnen verlangt.

Want die wereld daarbuiten, ja die van AliExpress, die van ‘hebben, hebben, hebben’ is vaak te mooi om te laten liggen. Dan wordt dat ‘kijken, kijken, niet kopen’ een gruwelijke exercitie. Zo een waarbij je nagels van ambitieus verlangen afbijt. Of als een kind, die voor een snoepwinkel staat te kwijlen en niets mag.

Ik weet het, hoe je elke keer weer trots bent, als je toch maar weer die facturen allemaal hebt voldaan. Die maandelijkse vaste lasten die nijpend aan je zelfvertrouwen gaan knagen. Ik weet ook hoe opgeruimd ik me kan voelen als ik het toch weer presteer om alles rond te breien. Zelfs als dat betekent dat je de thans heersende modetrends, die nieuwe en betere bril of hoorapparaatjes toch maar weer even moet uitstellen. Al veroorzaakt dat iedere keer weer een wroegende koppijn.

Een mens weet immers beter. Geld moet rollen. In beweging. En of dat nu je eigen kant of die van een andere opdraait, dat is niet van belang. Het is alsof je aanhikt tegen een onnoemelijke hoge berg die je moet bestijgen, van waarachter het goud en de regenboog je toeschijnen. Al beloven die gouden bergen achteraf niet veel goeds, je raakt toch niet in paniek want het is maar een tijdelijke chaos als je weer even op de rem moet qua zuinigheid…

Liefst met vijf pitten

We liepen er kwijlend voorbij en moesten het ding wel even bewonderen in die megastore. Zo’n te gek – wauw – vijfpits modern elektrisch fornuis, met een oven onderin waar je liefst tegelijkertijd zo’n acht (8) appelkruimeltaarten kunt bakken. Nooit eerder hadden we dit specifieke inductie-toestel gezien, want hee, deze familie kookt al járen niet meer op gas. En hoewel ik aanvankelijk dus niet zo van het koken ben, want happily single, is dit toch wel een ambitieus hebbeding.

Fuckitlist

Als ik al een f*ckitlist (lees: bucketlist) zou hebben, dan zou deze accessoire toch wel een grote voorkeur genieten. Naast een knalroze Smeg-koelkast van Amerikaanse proporties. Ik fantaseer er dan maar bij, dat mijn koelkast altijd helemaal vol zou liggen met lekkernijen, terwijl ik – tegenwoordig – vaak genoeg alweer misgrijp wegens geen zin in boodschappen doen, maar dat terzijde.

Want ik vertel je eerlijk, áls ík kook, dan heb ik nooit genoeg aan louter vier kookzones. Ik doe een jus-, een saus-, een pan voor de groente, of zelfs twee, en een pan voor de pasta/rijst/aardappelen. En waar blijft mijn braadpan voor vlees dan? Ik goochel wat af, met potten en pannen, van de ene juspan op die ene pit, en met een blik op de tijd, verplaats ik af en toe een andere sausjespan naar diezelfde pit.

Heb het niet van een vreemde

Grappig dat ik ergens lijk op mijn vader, die niet heel succesvol zo’n veertig jaar probeerde ons een lekker kerstbrood voor te schotelen. Maar altijd de mist in ging, omdat hij de benodigde hoeveelheden zout, boter, en suiker in een recept waagde te betwijfelen. Wij, thuis, noemen dat dan ook: ‘creatief met formules’. Net zoals wij ook nooit handleidingen lezen voor gebruik van een elektrisch toestel. Je bent handig, of niet, immers. Dus, waarom zou je ook? Maar ik dwaal wéér af.

Kookclubje galore

Ooit, en dat is een fanatieke droom, ga ik een kookclub beginnen, als ik de éénenvijftig passeer. Ik zie mezelf dan tijdens het koken genieten van dat rode wijntje, terwijl ik driftig aan het stoeien blijf met recepten, die ik min of meer creatief en met liefde bewerk in mijn koppie. En met een lepel in de aanslag, om tussendoor lekker, maar vooral stiekem, even te proeven van mijn dis. Het water loopt nu al weer in de mond.

Heeft er nog iemand behoefte aan zo’n kookclubje in de regio Haarlem?