Taboes

We leven anno 2022. En ergens bespeur ik dat onze jongere generatie stappen terug wil zetten. Qua taboes. Dat heet, dat ik denk dat er zaken zijn die op slot gaan die juist openheid nodig hebben. Dat heet: dat er op hetzelfde moment een wereld zou opengaan als de taboes weer eens van het slot gaan.

Nu moet ik natuurlijk met een voorbeeld komen en iets benoemen waarvan ik weet dat niemand het bespreekbaar wil maken. Nu een beter voorbeeld dan de menopauze is er niet.

Had ik veertig jaar geleden geweten hoe het is om een vrouw met hormonale kwesties te zijn, en hoe de toekomst er voor mij zelf uit had komen te zien, had ik een ander toontje gezongen. En daar steekt het voor mij. Dat wist ik niet. En ik weet het nog steeds niet. Maar troost je, zelfs de medici weten het niet.

Dat komt natuurlijk omdat de medische wetenschappen zich met name richten op de gezondheid van de man. Er is nog maar bitter weinig bekend over hoe vrouwen medische zaken werkelijk zelf ervaren. Hoe krom is dat?

Onlangs roerde een jong neefje van mij zich, toen het onderwerp seks ter sprake kwam. Zijn vraag was min of meer:

Heeft u nog steeds seks, dan?”

En dat verbaasde mij oneindig (en niet louter omdat hij me nog steeds netjes aanspreekt met “u”). Ik klopte eens op de bank, zei dat hij naast me mocht komen zitten, zodat wij daar eens ongebreideld over uit zouden weiden. Of over bomen, hoe je het ook wilt noemen.

Hij weigerde. Of steigerde, naar gelang je dat als gespreksonderwerp wilt zien.

En dat verbaasde me opnieuw. Zie je, want de jeugd is preuts. Preutser dan wij ooit waren. Preutser dan dat ik graag zou willen zien. Hoe kom je er immers op, in de leeftijd van zo pak ‘em beet, 24 jaar, dat ouderen geen seks meer hebben of willen hebben, immers?

Nu de spreuk: “Pluk de dag, voordat je in een vaas eindigt” siert ze welig.

Feestje

Uit eigen collectie

Maf feitje: als ik op deze webstek al m’n zonden (zeg maar) opbiecht en ik voor m’n gevoel een te drastische stap heb gezet daarmee, is m’n brein alweer op zoek naar een fijner en feestelijker feit. Nu wil het toch echt dat ik vandaag precies 25 (lees: vijfentwintig) jaar geleden de sleutel ontving van mijn huidige appartement.

Ik was nog geen 30. En als ik de verhalen zo lees, her en der, is dat precies op het juiste moment geweest. Dat is voor mij natuurlijk een mijlpaal. I must have done something good.

Wat andere happy facts: Mijn appartement is gelegen op het zuidwesten, waardoor ik vanaf een uurtje of 14 de zonnestralen op mijn pokerface mag laten schijnen. En ow ja, mijn balkon is gelegen aan mijn woonkamer wat niet overal in dit complex zo is. Bij sommigen stap je via de slaapkamer op het balkon.
Sindsdien heb ik er nog niet veel aan verbouwd, behalve mijn toilet en een nieuwe IKEA-keuken dan, die er inmiddels ook al zo’n 17 jaar inzit. Alles lades en deurtjes werken ook nog formidabel. Wat wel een sterk puntje is, want ik ben af en toe niet zachtzinnig in de behandeling ervan.
Een ander leuk feitje is dat ik in de badkamer destijds alle voegen knalgeel heb geschilderd, waar ik inmiddels wel spijt van heb. Maar goed sparen en dromen van een nieuwe badkamer mag natuurlijk altijd.
Ik heb een ruime logeerkamer, naast slaapkamer. Een ruime bergkast en beneden nog een berging, waar minstens een fiets in kan.

Het leuke ook is dat ik nu zo veel buurtjes heb zien komen en gaan. Je verankert een beetje met de locatie, zeg maar. Ik wandel hier in de buurt ook nog eens heerlijk met een meer, een park en bosrijk gebied. Kortom, het wordt inmiddels tijd voor een hond die ik vanuit hier een geweldig gouden mandje kan bieden. En ook daar wordt aan gewerkt.

Daarnaast is mijn huis nog steeds niet zelfreinigend, dus op z’n tijd een beruchte chaos. Het is dus nog even wachten op die huishoudrobot, want pas dan zou mijn woning helemaal ideaal zijn.

Gruwelijk trotseren

Photo by Pixabay on Pexels.com

Sinds poeslief vorig jaar rond Kerstmis het leven liet, vind ik het leven van mezelf en haar broertje Binkie maar erbarmelijk. Ergens denk ik, dat hij het super fijn vindt dat alle aandacht nu zijn kant op komt. Aan de andere kant is hij met zijn 15 levensjaren nog zo speels, dat ik hem een maatje toewens.

Gelukkig ben ik altijd opgegroeid met beesten in huis. Mijn ouders hebben me opgevoed met het idee dat beestenliefde meestal heel wat menswaardiger is, dan de liefde tussen de mensheid zelf.

Dus nu volg ik op Facebook allerhande groepen en pagina’s waar dat jonge grut voorbijkomt, maar ook die groepen waar een aanbod is van de al wat oudere feline soort. Nee, natuurlijk niet alleen van dat. Ook van het canine soort, dus honden. Niet te groot, nee, gewoon een leuk hondje. Hoeft niet eens raszuiver te zijn.

Ik kan je vertellen, dat ik inmiddels een stief maandje verder, bijna Facebook niet meer durf te openen. Iedere keer, immers, word ik geconfronteerd met de meest schattige foto’s en zelfs snoezige video’s die je maar kunt bedenken. Iedere keer denk ik, ik wil ze állemaal. En iedere keer moet ik weer slikken en wegklikken.

De afstanden nopen mij daartoe. Ik woon namelijk in Noord-Holland, en ik wil gaarne een kitten (lees: poesje) of een pup (lees: teefje) adopteren, maar het lijkt wel of alleen in het uiterste westen en zuiden van ons piepkleine landje dat grut wordt aangeboden.

Ik zie dan hele rampscenario’s voorbijkomen. Dat ik zo’n beestje ophaal, en die bij de eerstkomende gelegenheid gelijk weer ontsnapt. Had zelfs een droom dat ik per ongeluk mijn eigen verse hondje in zijn achteruit, overreed. En dat we nooit heelhuids aankomen op ons thuisadres. Met andere woorden, ergens zal ik eerst een bench aan moeten schaffen, voor een waarborg van een veilige thuiskomst. Maar geen paniek, dit is louter emotionele chaos. Dat snap je.

En ook, ergens wacht ik even af, dat probeer ik althans manhaftig, totdat deze gruwelijke coronaperiode achter ons ligt. Om het beestje te kunnen redden van hen die wel even dachten een huisdier aan te schaffen, maar voor wie het achteraf toch zo tegenviel.

Ik wil dus nog even geduld betrachten. Ja, ik kan dat, terwijl geduld, echt niet mijn sterkste kant is. Die schakelaar zijn mijn ouders immer vergeten tijdens dat passionele moment van mijn ontstaan.

Maar oh, oh, oh, wat is dat lastig en hoe vaak moet ik een gruwelijke prop wegslikken, dat trotseren, om ze niet allemaal een gouden mand te bieden.

Je kunt immers niet bij elke hartenklop je deur wagenwijd openzetten, al is het dan wel verschrikkelijk aanlokkelijk. En dan klik ik maar weer weg.

Shop till you drop

Photo by Tim Douglas on Pexels.com

De laatste dagen is mijn neiging om eens ongegeneerd te shoppen tot in belachelijke proporties gestegen. Zou dat te maken hebben met mijn zelf opgelegde quarantaine gedurende deze coronacrisis?

Het punt is, dat ik om de haverklap blij word gemaakt met een dode mus; we kunnen en mogen weer. Totdat de volgende piek in coronapatiënten zich weer aandient. En de aangekondigde versoepelingen toch net weer geen doorgang vinden. Ja, jammer.

Ik geef het je ook te doen. Een pandemie in goede banen leiden. Dat is bijna niet te behapstukken. Vandaar dat ik zoveel mogelijk poog onze politieke leiders niet op de man te veroordelen. Ik denk dan maar, dat ik best eens in de spiegel mag kijken, en mezelf te manen tot nog eventjes geduld. Dat kan, want er gloort weer een klein beetje licht aan het eind van die tunnel.

Maar er zijn inmiddels wat nijpende toestanden hier in huis. Zo gaan er herhaaldelijk dingen stuk en die zijn dan ook nodig aan vervanging toe. Natuurlijk kun je online veel bestellen. Natuurlijk kan ik die afspraak plannen bij bijvoorbeeld een huis-, tuin- en keukenwinkel. En ik hoor van anderen dat ze dat dan ook doen. Sommigen shoppen till they drop. Op afspraak, en soms zelfs zonder.

Maar iets weerhoudt mij ervan. Mijn banksaldo tiert daar welig bij. Liefst wil ik dat zo lang mogelijk volhouden. Al zie ik af en toe zaken voorbijkomen, waarvan ik kwijl, die ik ‘onbewust’ Google. Ja leuk, denk ik dan. Gaaf, dat wil ik ook. Het zijn dan louter die hebbedingetjes, vermoed ik zomaar. Niet iets wat ik écht ontbeer.

Ergens is deze periode dus wel goed voor, en niet alleen voor mijn banksaldo. Het drukt je eventjes met de neus op de feiten. Want ik denk nu tenminste na over de absolute noodzaak van een aanschaf, waar ik vroeger geen moment twijfelde en kocht.

En nog beter, laatst begaf ik me richting een uitgang, en zag andere mensen heel even wachten, onderwijl die anderhalve meter instandhoudend, totdat die ander het pand had verlaten. Ergens vind ik dat heel mooi en bijna respectvol. Want van al die massa’s tezamen, al dat geduw en getrek aan elkaar, daar baalde ik onderhand best wel van.

We weten immers nu weer even, dat het ook ánders kán. Blijkt zo’n lockdown toch ook goed voor meer ruimte en respect naar elkaar toe. En die intelligente fase hebben we samen heel erg hard nodig.

Haarcreaties

Uit eigen collectie

Na zo’n 1.001 pogingen te hebben gedaan – gedurende deze coronalockdown – om bij mijn favoriete kapper een afspraak in te plannen, was gisteren dan eindelijk die afspraak een feit. En mijn hemel, wat keek ik er als altijd weer naar uit. Waar anderen graag een sauna bezoeken, pretenderen niet zonder vakantie te kunnen, of opteren voor een stevig robbertje seks, wil ik liefst een uurtje onder behandeling bij een Kinki Kapper.

Ik word enorm relaxt als men mijn haar betast, of wast, dan wel masseert. En als men gaat knippen, dan zit ik op het puntje van mijn stoel, van enthousiasme. Knippen is Kunst. Zoveel weet ik, na inmiddels 2.002 kappers te hebben uitgeprobeerd. Maar deze Kinki Kappers hebben een speciaal plekje in mijn hart gevonden. Ik loop altijd weer zingend en fluitend de deur uit.

Ze knippen kunstig, drogen het haar met zwierlijke acties, en doen dan opnieuw die check hoe het haar valt. Dat is kijken in de spiegel. Dat is re-check double-check én out-check, hoe het haar zich nadien gedraagt. Mocht dat nog niet helemaal naar wens zijn, dan gaat die geweldige scherpe schaar er opnieuw in. En mensen, dát bevalt mij. Daar ga ik voor. Want mijn haar wordt er zienderogen beter van.

Hoewel ik meestal wel een ‘good hair day‘ heb, want mijn haar valt goed meestal, staat of valt mijn stemming er ook nog eens mee. Dus mocht je denken: ‘Gôh, wat zit dat haar raar!’, dan (ont)breekt er ook iets in mij intern. Daar kun je donder-op op zeggen.

Ik voel me na zo’n fijn kappersbezoek dan ook altijd weer alsof ik terugkom van een tropische vakantie, zeg maar. Helemaal ontspannen, en weer vol plannen en ideeën. Het is alsof mijn brein een kleine brainwash heeft gehad. En ik zou bijna de volgende afspraak alweer vastleggen. Want hee, stel je voor, dat we weer een half jaar zonder móéten.

Nee, dan hoeft mijn leven niet eens zo perfect te zijn, zolang mijn haar dat maar wél is.