Hoe ik mijn site zo snel laat laden

Met die mobile-first vereisten, these days, kan er vaak heel wat verbeterd worden aan je site. Dit met betrekking tot de laadtijd van je site. Je kunt je voorstellen dat men gauw weg is, als je site te lang moet opstarten dan wel laden voordat het geheel in een browser wordt vertoond.

Zoals altijd wroet ik graag in de opties die zoal voorbij komen. Ik mag daarbij graag experimenteren. Leest en huivert:

Stap 1: neem een goede webhost (ik zit tegenwoordig bij Xynta.com);
Stap 2: stel je php-versie in op minstens 7.4 (let op: in de php-opties moet de optie GD of Imagick aangevinkt zijn;
Stap 3: installeer een goede caching-plugin, zoals Nitropack.io, de eerste 5000 URLS die geladen worden zijn gratis, daarna kun je overstappen naar de premium versie. Bovendien zorgt deze plugin ervoor dat bij het laden van je website de URL van je afbeeldingen wijzigt naar de extensie met WebP (in plaats van de extensies: *.jpg, *.png of *.gif), dat versnelt je site al aanzienlijk;
Stap 4: check Google PageSpeed Insights of GT-Metrix, en verbaas jezelf:

Update 13:47 uur: En alsof de duvel ermee speelt, staat hier een artikel wat de bezwaren zijn tegen een plugin als Nitropack.

Geen nood, in dat artikel hierboven worden o.a. ook LiteSpeed Cache plugin en FlyingPress plugin genoemd als aanzienlijke verbeteringen.

Mijn oordeel is dat je als leek tenminste niet alle noodzakelijk vereisten hoeft aan te vinken in eerstgenoemde plugin. Voor mij geldt nog steeds: gemak dient de mens.

1
0

WordPress: 18 jaar

Hoera, deze week viert WordPress een feestje: het leeft alweer zo’n 18 jaar. En allez oeps, dat is korter dan mijn eigen blogcarrière, zeg maar. Ik begon in 2002, als enthousiaste volgeling van o.a. @electricluna.

Maar de eerste blogsoftware die ik destijds benutte was Pivot. En later PivotX van oerNederlandse bodem. En mijn hemel, wat raakte ik gefrustreerd destijds al, over die standaard lay-outs. Zo’n uitstraling wilde ik dus zelf absoluut niet. Dus begon ik aarzelend, maar toch wel fier, aan bestanden te morren. Daar ben ik nooit mee opgehouden, zeg maar. Ook niet in zo’n 2008, toen ik overstapte naar WordPress.

Ook vorige week hield ik me niet in, toen ik onverwachts een fout kreeg in louter mijn Safari browser in specifiek de PageSpeed Insights module van Google Site Kit plugin. Natuurlijk kon ik het niet laten zulks te melden op hun support forum. Echter, met het schaamrood nog op mijn kaken kan ik nu trots melden dat de fout niet dáár lag maar in mijn eigen Safari-configuratie, waar ik gelukkig zelf notabene achter moest komen. En daardoor bleek dat de Site Kit plugin weer draait als een tierelier.

Het mooie daarvan is dat die developers je stimuleren om tot het gaatje te gaan om het probleem ook zelf op te lossen. Iedere keer bedankten ze me opnieuw, voor mijn bevindingen, maar ook vanwege het feit dat ik het meldde.

Zo zie je maar, dat een weinig samenwerking kan leiden tot super mooie oplossingen. Waardoor ik iedere keer opnieuw weer gestimuleerd raak om meldingen te doen, waarvan ik denk dat een oplossing het geheel wel zo zou sieren.

Daar word ik dan super blij van. En enthousiast, maar dat snapte je al.

Enniehoo, bestaat WordPress dus 18 jaar reeds. En hoewel ik somtijds een haat-liefde verhouding koester jegens dit prachtige blogfenomeen, misgun ik hun het succes absoluut niet.

Ik vind als altijd dat het gewroet aan themes, de lay-out dus, te moeilijk wordt gemaakt. Dat werkt niet echt louterend of enthousiasmerend. Ik kan me nog goed herinneren dat Pivot en later PivotX dat beter hadden opgelost door intern een soort van file management systeem in te bouwen.

Nu kan dit natuurlijk met WordPress ook via een te installeren (third-party) plugin, zoals File Manager. En ook intern bestanden hernoemen, zoals afbeeldingen, is nog een dingetje, maar ook daar kan een andere plugin voor worden ingezet. Punt is wel, dat schier oneindige installaties van plugins je site drastisch kunnen vertragen, wat je niet wil. En het advies is dan ook om het maximum te beperken tot 20.

Hoe dan ook, al dat gewroet en gemor, maken wel dat ik steeds meer bijleer (“Ow, zo?!”) en ook dat ik daardoor die onvergeeflijke enthousiasteling blijf op het gebied van bloggen of sites bouwen. Het levert immers ook altijd weer leuke blogposts op, die naar ik hoop trouw worden gelezen.

1
0

Fröbelen op zondag

Tja, ineens was ik deze lay-out een beetje zat. Dat is, ik vind nog steeds specifieke elementen zoals mijn vaststaande header en overige kleine dingetjes erg mooi, maar het is zo leuk om af en toe te spelen met nieuwe varianten en een andere uitstraling.

Want ik zie de prachtigste WordPress-themes voorbijkomen. Echter, als ik dan zo’n theme aanschaf, en inzet, dan overvalt me toch ietwat van teleurstelling. Waar ligt dat aan, vraag ik me af. Ik vermoed zomaar dat de prachtige afbeeldingen die in zo’n theme demo je verleiden, zonder dat je echt goed kunt testen op je eigen omgeving.

De enige WordPress-theme die me nooit echt tegenviel en ook niet op de lange duur, was Typology, maar die theme heb ik toch wel gezien nu. Zo’n beetje.

Als webdesigner moet je dan toch tenminste iets neerzetten, wat helemaal naar eigen smaak is ingericht. Welke elementen je ook kunt bedenken, zodat het helemaal naar eigen input riekt.

Maar ik kan me zo voorstellen dat een mogelijke lezer vannacht en vanmorgen is geschrokken van de aanpassingen die natuurlijk niet gelijk in goede proporties stonden. Ik werk niet graag achter de schermen met bijvoorbeeld een ‘coming soon modus’. Ik zie liever gelijk resultaat. Dus mijn excuses, mocht je onlangs last van mijn gestuntel hebben ondervonden.

Vooralsnog ben ik nu super tevreden en blij met hoe deze site oogt. En naar ik hoop, jij als lezer ook.

0
0

Twintig jaar te vroeg

Sinds een jaar doe ik ook weer extra vrijwilligerswerk. Wat begon als het doodgewoon opleuken van een website voor een lokaal ontmoetingscentrum, is nu verder uitgebreid tot een grootser initiatief; hoe kunnen we onze (oudere) medemens nog digitaal krachtiger maken? Dit houdt onder meer in, dat ik tweemaal per week een spreekuur (klinkt wel gewichtig, niet?) houd van een paar uurtjes. Men kan dan vragen stellen over computers of tablet of smartphone, of allemaal tegelijk. En de vragen zijn er. Gelukkig.

Gestage vooruitgang

Wat me daarbij opvalt, en ik zal vast de enige niet zijn die dat ervaart, is dat er met de digibeten onder ons geen rekening wordt gehouden. De digitale wereld draaft gestaag voort. En wat mij betreft hadden de ontwikkelingen zoals die nu plaatsvinden, nog wel met een jaartje of 20 (lees: twintig) uitgesteld mogen worden.

Want het is nu eenmaal lastig uit te leggen aan een digibeet, waarom je op het Internet een identiteit moet hebben. Met liefst daaraan gekoppeld ook nog een wachtwoord. Maar wacht… ho, dat is nog niet toereikend genoeg. Voor iedere app, e-mailadres, identiteit bij een cloudservice, ga-zo-maar-door, vergt het van hetzelfde laken een pak.

Wachtwoorden zijn gevoelige items, maar dat beseft men dan weer wél, zelfs de digibeten onder ons. Dus adviseer ik lukraak opnieuw wachtwoordkluizen, in alweer een nieuwe app, met (ja, joepie) wéér een heel nieuw paswoord, wat ook een cijfercode mag zijn. En dan zie je hun ogen oplichten omdat ze (nog) niet beseffen dat er allerhande mogelijkheden zijn.

Maar niet helder voor de digibeet

Daarom kan ik me gruwelijk ergeren aan een bank, neem bijvoorbeeld de ING, die ineens instelt dat je bij inloggen op de desktop ook nog eens een separate smartphone-verificatie moet doen. En dat voorheen de ING site heel helder en overzichtelijk bleek, maar dat met de huidige aanpassingen in hun app niet gaat redden. Niet iedere ontwikkeling is een verbetering, maar dat wisten we al.

En dat Apple ID dan, waarbij je, mocht je van ID veranderen, ineens je oude apps niet meer kunt updaten. Leg dat maar eens uit aan die wat oudere dame die zo graag dat spelletje WordFeud deed met bekenden op haar mooie iPad Mini.

Leg ook maar eens uit waarom een e-mailserver plotseling overvol is geraakt, waardoor er geen nieuwe e-mails meer binnenkomen. En vertel dan erbij dat deze mailserver af en toe, maar dat ligt natuurlijk aan het aantal toegestane GigaBytes (?!), geleegd moet worden.

Een potlood vasthouden is eenvoudiger

Hoor ik mijn cliëntèle steeds weer roepen met vaak vragende en soms ook smekende ogen. Opgetrokken wenkbrauwen als ik een poging waag iets uit te leggen.

Het zou me niets verbazen als mijn (oudere) medemens ooit in opstand kwam en een revolutie opzet om die verrekte digitale ontwikkelingen omver te werpen. Toch laten ze het ietwat gelaten allemaal over zich heen komen. En vragen nog netjes om hulp. En ik kan het niet helpen volledig verwonderd te zijn als ze aanbieden er ook nog voor te willen betalen, terwijl ik dit dus louter als vrijwilliger doe.

Maar als men het eenmaal doorheeft, dan gaat er een wereld voor ze open. Dan zie je die lichtjes in hun ogen opleven. Waarop ik me dan innerlijk afvraag, of onze tegenwoordige digibeten werkelijk ooit oud zijn geworden…

0
0

Vergeet-me-nietjes: over logins en wachtwoorden

Soms gruwel ik als webdesigner, als ik weer eens een vraag krijg van iemand of ik wellicht hun logins nog heb, of erger: een wachtwoord kan resetten. Dat gebeurt tot mijn immer groeiende verbazing overigens vrij vaak en natuurlijk altijd als ik zelf enigszins verderaf verwijderd ben van mijn magic box.

Tip: gebruik een wachtwoord manager

Daar heb ik zelf al jaren geleden iets op gevonden, ik gebruik een wachtwoord manager. Dan hoef je maar één hoofdwachtwoord te onthouden om toegang toe te krijgen in je toch al drukke hoofd. Liefst benutte ik niet een wachtwoord manager die van een cloudopslag gebruik maakt, maar hee als het niet anders kan, dan is het toch wel verdraaide handig als dat synchroniseert met ook mijn tablet en/of smartphone.

Met de technieken van tegenwoordig, zijn er wachtwoord managers die zelfs in je browser een extensie instellen, dat je zodra je wil inloggen een popup-venster voor je neus krijgt met die superhandige vraag of je wellicht je inlogdata wil opslaan voor ook de volgende keer.

Natuurlijk zijn er grandioze verschillen in de diverse beschikbare password managers. Met name in beschikbare functies, gebruiksvriendelijkheid en encryptie.

Wil je gaan voor de gratis versie, die louter lokaal werkt, maar toch ook kan synchroniseren met bijvoorbeeld Dropbox, dan adviseer ik: KeePass. Voor de overige talloze applicaties kan ik bijvoorbeeld ook 1Password, Dashlane en LastPass aanraden.

Lokaal vernuft

Natuurlijk heb je ook van die mensen die zelfstandig een tekstbestand opzetten, en daar netjes hun logins en wachtwoorden opslaan. Dit vergt wel van je dat je graag orde op zaken stelt, en wat regelmatig terugkerende efficiëntie. Sommigen gebruiken daar zelfs Excel voor als database.

Wachwoorden bedenken

Wees ook uiterst creatief in het bedenken van een wachtwoord. Want jouw buurman weet gerust nog wel dat je ooit in die Ferrari reed of de geboortedata van je kids. Gebruik afwisselend leestekens, cijfers en letters. En als je die wachtwoordmanager eenmaal gebruikt, heeft die vaak ook een suggestie voor een slimme toegang.

De tijd dat je bij voorbaat zelfs het wachtwoord van je voordeur kwijt kon raken is helaas definitief voorbij.

Deze blog verschijnt tezelfdertijd op hoevrouwendenken.nl.

0
0