Twintig jaar te vroeg

Sinds een jaar doe ik ook weer extra vrijwilligerswerk. Wat begon als het doodgewoon opleuken van een website voor een lokaal ontmoetingscentrum, is nu verder uitgebreid tot een grootser initiatief; hoe kunnen we onze (oudere) medemens nog digitaal krachtiger maken? Dit houdt onder meer in, dat ik tweemaal per week een spreekuur (klinkt wel gewichtig, niet?) houd van een paar uurtjes. Men kan dan vragen stellen over computers of tablet of smartphone, of allemaal tegelijk. En de vragen zijn er. Gelukkig.

Gestage vooruitgang

Wat me daarbij opvalt, en ik zal vast de enige niet zijn die dat ervaart, is dat er met de digibeten onder ons geen rekening wordt gehouden. De digitale wereld draaft gestaag voort. En wat mij betreft hadden de ontwikkelingen zoals die nu plaatsvinden, nog wel met een jaartje of 20 (lees: twintig) uitgesteld mogen worden.

Want het is nu eenmaal lastig uit te leggen aan een digibeet, waarom je op het Internet een identiteit moet hebben. Met liefst daaraan gekoppeld ook nog een wachtwoord. Maar wacht… ho, dat is nog niet toereikend genoeg. Voor iedere app, e-mailadres, identiteit bij een cloudservice, ga-zo-maar-door, vergt het van hetzelfde laken een pak.

Wachtwoorden zijn gevoelige items, maar dat beseft men dan weer wél, zelfs de digibeten onder ons. Dus adviseer ik lukraak opnieuw wachtwoordkluizen, in alweer een nieuwe app, met (ja, joepie) wéér een heel nieuw paswoord, wat ook een cijfercode mag zijn. En dan zie je hun ogen oplichten omdat ze (nog) niet beseffen dat er allerhande mogelijkheden zijn.

Maar niet helder voor de digibeet

Daarom kan ik me gruwelijk ergeren aan een bank, neem bijvoorbeeld de ING, die ineens instelt dat je bij inloggen op de desktop ook nog eens een separate smartphone-verificatie moet doen. En dat voorheen de ING site heel helder en overzichtelijk bleek, maar dat met de huidige aanpassingen in hun app niet gaat redden. Niet iedere ontwikkeling is een verbetering, maar dat wisten we al.

En dat Apple ID dan, waarbij je, mocht je van ID veranderen, ineens je oude apps niet meer kunt updaten. Leg dat maar eens uit aan die wat oudere dame die zo graag dat spelletje WordFeud deed met bekenden op haar mooie iPad Mini.

Leg ook maar eens uit waarom een e-mailserver plotseling overvol is geraakt, waardoor er geen nieuwe e-mails meer binnenkomen. En vertel dan erbij dat deze mailserver af en toe, maar dat ligt natuurlijk aan het aantal toegestane GigaBytes (?!), geleegd moet worden.

Een potlood vasthouden is eenvoudiger

Hoor ik mijn cliëntèle steeds weer roepen met vaak vragende en soms ook smekende ogen. Opgetrokken wenkbrauwen als ik een poging waag iets uit te leggen.

Het zou me niets verbazen als mijn (oudere) medemens ooit in opstand kwam en een revolutie opzet om die verrekte digitale ontwikkelingen omver te werpen. Toch laten ze het ietwat gelaten allemaal over zich heen komen. En vragen nog netjes om hulp. En ik kan het niet helpen volledig verwonderd te zijn als ze aanbieden er ook nog voor te willen betalen, terwijl ik dit dus louter als vrijwilliger doe.

Maar als men het eenmaal doorheeft, dan gaat er een wereld voor ze open. Dan zie je die lichtjes in hun ogen opleven. Waarop ik me dan innerlijk afvraag, of onze tegenwoordige digibeten werkelijk ooit oud zijn geworden…

Vergeet-me-nietjes: over logins en wachtwoorden

Soms gruwel ik als webdesigner, als ik weer eens een vraag krijg van iemand of ik wellicht hun logins nog heb, of erger: een wachtwoord kan resetten. Dat gebeurt tot mijn immer groeiende verbazing overigens vrij vaak en natuurlijk altijd als ik zelf enigszins verderaf verwijderd ben van mijn magic box.

Tip: gebruik een wachtwoord manager

Daar heb ik zelf al jaren geleden iets op gevonden, ik gebruik een wachtwoord manager. Dan hoef je maar één hoofdwachtwoord te onthouden om toegang toe te krijgen in je toch al drukke hoofd. Liefst benutte ik niet een wachtwoord manager die van een cloudopslag gebruik maakt, maar hee als het niet anders kan, dan is het toch wel verdraaide handig als dat synchroniseert met ook mijn tablet en/of smartphone.

Met de technieken van tegenwoordig, zijn er wachtwoord managers die zelfs in je browser een extensie instellen, dat je zodra je wil inloggen een popup-venster voor je neus krijgt met die superhandige vraag of je wellicht je inlogdata wil opslaan voor ook de volgende keer.

Natuurlijk zijn er grandioze verschillen in de diverse beschikbare password managers. Met name in beschikbare functies, gebruiksvriendelijkheid en encryptie.

Wil je gaan voor de gratis versie, die louter lokaal werkt, maar toch ook kan synchroniseren met bijvoorbeeld Dropbox, dan adviseer ik: KeePass. Voor de overige talloze applicaties kan ik bijvoorbeeld ook 1Password, Dashlane en LastPass aanraden.

Lokaal vernuft

Natuurlijk heb je ook van die mensen die zelfstandig een tekstbestand opzetten, en daar netjes hun logins en wachtwoorden opslaan. Dit vergt wel van je dat je graag orde op zaken stelt, en wat regelmatig terugkerende efficiëntie. Sommigen gebruiken daar zelfs Excel voor als database.

Wachwoorden bedenken

Wees ook uiterst creatief in het bedenken van een wachtwoord. Want jouw buurman weet gerust nog wel dat je ooit in die Ferrari reed of de geboortedata van je kids. Gebruik afwisselend leestekens, cijfers en letters. En als je die wachtwoordmanager eenmaal gebruikt, heeft die vaak ook een suggestie voor een slimme toegang.

De tijd dat je bij voorbaat zelfs het wachtwoord van je voordeur kwijt kon raken is helaas definitief voorbij.

Deze blog verschijnt tezelfdertijd op hoevrouwendenken.nl.

Hoe scoor ik hoog in Google?

Je zult maar online willen zijn (of gaan), met een website. En dan wil je natuurlijk meteen zo hoog mogelijk scoren in de zoekmachines (lees: Google). Dat is de eerste vraag die een beginnende web-entrepeneur mij stelt: “Hoe kom ik als eerste én hoog gerankt in Google?” Let wel; de vraag is nooit: “Wat heb ik er voor over?”

Want aan dat in zee gaan met al die SEO- en SEA-specialisten hangt een stevig prijskaartje. En het is echt niet alsof de slogan ‘No cure, no pay!’ hierop van toepassing is. Neen, men moet vooraf dokken en dan maar heel hard hopen dat de website na een maandje of zes een vogelvlucht van heb ik jou daar heeft genomen.

Wel, wat heb je er voor over?

Ik roep altijd, dat die website een scherpzinnige domeinnaam, een knallend logo, een helder menu, en goede maar leesbare – dus voor het web geschikte – teksten moet hebben. Met de juiste koppen en secties. En dat je vooraf een goed keyword onderzoek doet. Dat je links terug krijgt (crosslinks). Dat de potentiële klant wil kunnen lezen hoe jij omgaat met je clientèle, dus dat je ook nog eens doet aan soort van storytelling.

En Google, ja Google, wil af en toe (lees: regelmatig) een schopje dat het iets moet doen, met kakelverse content in de vorm van bijvoorbeeld de betere blogposts met content van minstens 300 (lees: driehonderd) woorden. Want di Google negeert statische content die niet op gezette tijden wordt aangepast, hoe goed die verrekte teksten ook geschreven zijn.

Reviews, vraag naar reviews op Google

Mijn ervaring als website- en SEO-specialist is, dat de klant – zelfs als je hoog rankt in Google – nog altijd aarzelt om jouw contactformuliertje in te vullen. Diegene kent je immers niet persoonlijk. Nog niet.

In mijn ervaring is mond-tot-mond reclame vele malen beter dan een afstandelijke website die men dan wel goed kan vinden, maar waar geen enkele testimonial op te vinden is.

Sterren horen erbij

En inderdaad is iedere gebruiker zelf ook weer dienstverlener of verkoper, en daarom worden er zoveel sterren gevraagd bij een review. En dat is ook de reden dat men als bedrijf steeds weer wordt geconfronteerd met het feit dat de klantvriendelijkheid en behulpzaamheid (lees: zinvol bezig zijn) altijd nóg beter kunnen. Met als resultaat dat wij als cliënt worden doodgegooid met enquêtes en review requests.

Met al die wijsheden in pacht kun je stevig voortborduren om blijvend hoog te scoren, want met een website ben je gelukkig nooit helemaal klaar. Het kan altijd nog béter. En misschien, heel misschien sta je, als je mazzel hebt, dan ook nog beter gerankt.

Ter info: deze blogpost verschijnt tezelfdertijd op hoevrouwendenken.nl.

Nieuw design – nieuwe ideeën

Eigenlijk zag ik direct dat ik deze WordPress-theme heel mooi vond. De producent van deze theme maakt vaak heel bijzondere. Hij is dan ook degene die oorspronkelijk het Human theme ontwierp.

Er waren echter nogal wat puntjes, aan deze moedertheme, waaraan nog wat geschaafd kon worden. Vind ik dan weer…

Dus heb ik een child theme (what’s new, babe?) ingezet.

Wat heb ik aangepast?

  1. Ik heb de linker balk fixed (vaststaand) gemaakt ten behoeve van de desktop versie (responsive modus in stylesheet). Daartoe moest ik wel de header.php kopiëren en in het child theme plakken en veranderen. De social media iconen hebben een iets prominentere plek gekregen.
  2. In het originele theme staat de uitgelichte afbeelding (als bij zoveel andere themes) boven de blogposttitel. Ik vind een titel van een blogpost belangrijker, dus heb ik zowel content.php als single.php gekopieerd naar het child theme, en aangepast. Dat heet de uitgelichte afbeelding verplaatst naar onder de titel.
  3. Ik hou ervan als in de uitgelichte afbeelding direct de bron van de fotograaf of anderszins wordt vermeld. Dus heb ik dat tevens toegevoegd.
  4. Daarnaast vind ik het altijd leuk wat persoonlijker tintjes toe te voegen, als een ander font. Deze font voor het menu, en de blogposttitels, komt ook voor in mijn logo.
  5. Verder heb ik Autoptimize, WP Fastest Cache & Enable GZIP compression ingezet, om de blog wat sneller te laten laden, op alle responsive modi (dus op desktop, tablet en smartphone).

Blij met dit resultaat

Uiteindelijk ben ik een blij ei met dit resultaat. Niets meer aan doen, dus. Ik hoop dat jij als lezer net zo blij bent. Nu alleen nog vaker schrijven…

Over een schroef in de band

Gistermiddag hobbelden we even naar een tuincentrum – where else met zo’n overtollige Pinksterdag – want ik wilde nog even twee witte Hortensia’s voor d’r bij. Ik zou zweren, dat ik vroeger die – juist die – Hortensia’s een beetje oubollig vond en iets voor oude taarten. Maar allez oeps, blijkbaar heb ik nu dus die geweldige leeftijd bereikt dat ik ze zomaar kan waarderen.

We laveerden aldus door de mensenmassa’s heen tussen planten en struiken, bomen en overige hebbedingen voor buiten. Want tjemig, wat is het dan druk. Het mag mijn pret niet drukken, overigens. Maar ik verbaas me altijd een weinig, over die mensenmassa’s op vrije- en zondagen. Filevorming doordeweeks is daar niets bij.

Toen we uitgehobbeld waren en weer richting la voiture liepen, constateerde di Mama dat één van de voorbanden lek was. En alsof het zo moest zijn, zagen we gelijk de boosdoener. Een schroef die in de band zat, als soort van overbodig juweel. Op dat moment begon het te hozen. En omdat ik mijn vrolijkste zonnige jurk aanhad, getooid met flipflops, en de reserveband ergens onderin verborgen maar een ’thuiskomertje’ bleek, belden we de ANWB maar even op. Gelukkig had ik al de gegevens bij de hand in mijn smartphone. Blijkt dat ding toch nog ergens goed voor. Want een foto van de band vergaten we natuurlijk glad.

Wij mochten even een stief kwartiertje en wat langer wachten totdat onze redder in de nood aan zou komen waaien. De lucht boven ons voorspelde niet veel goeds, het waaide en regende steeds harder, al was het nog tamelijk broeierig. Ergens vreesden we het ergste voor als die redder de band moest gaan vernieuwen in de stromende regen en wellicht zelfs met een vleugje onweer als kers op de taart.

Uiteindelijk kwam hij aangescheurd in zijn klusbus. En wonder boven wonder hield de regen plotseling op, als was het een bovenaards commando, en toog hij snel aan de klus.

Ik was natuurlijk uitermate nieuwsgierig hoe hij dit zou gaan oplossen. Maar niets van banden verwisselen. Nee. Hij pompte de band op, spoot wat zeepsop op die stoute boosdoenerige ingedraaide schroef. Pakte nog wat klusmateriaal, draaide de schroef er handig uit en propte er een soort van lusvormig spul in. Dat spul, zo vertelde hij, zet uit, en blijkt het wel voor een poosje uit te kunnen zingen. Al moeten de voorbanden toch wel vervangen worden, was zijn advies. Als extra service pompte hij alle overige banden ook nog even voller op.

We gaven hem een goede fooi en daar vertrok hij weer. Het klusje had maar zo’n vijf minuten in beslag genomen. En wij konden weer veilig naar huis hobbelen.

Achteraf bedacht ik me dat ik stevig baalde van die lekke band. En dat het maar goed was, dat ik die 3 mensen niet om de oren heb geslagen nadat ze ons vrolijk meldden dat onze band lek was en we dus beter niet de weg op konden gaan. Maar dat ik nog meer baalde van die ongelooflijke regenbuien, die pardoes als sneeuw voor de zon verdwenen toen de oplossing nabij was. Maar vooral dat ik die snelle oplossing zo verrekte geniaal gevonden vond, dat ik vind dat de uitvinder ervan toch minstens een plaatsvervangende Nobelprijs zou moeten winnen…

Dat maakte die tweede mooie én regenachtige Pinkstermiddag weer helemaal goed…

Wil je mijn blogstukjes in de mail ontvangen?

Voer je e-mailadres dan gauw hieronder in!