Over een schroef in de band

Gistermiddag hobbelden we even naar een tuincentrum – where else met zo’n overtollige Pinksterdag – want ik wilde nog even twee witte Hortensia’s voor d’r bij. Ik zou zweren, dat ik vroeger die – juist die – Hortensia’s een beetje oubollig vond en iets voor oude taarten. Maar allez oeps, blijkbaar heb ik nu dus die geweldige leeftijd bereikt dat ik ze zomaar kan waarderen.

We laveerden aldus door de mensenmassa’s heen tussen planten en struiken, bomen en overige hebbedingen voor buiten. Want tjemig, wat is het dan druk. Het mag mijn pret niet drukken, overigens. Maar ik verbaas me altijd een weinig, over die mensenmassa’s op vrije- en zondagen. Filevorming doordeweeks is daar niets bij.

Toen we uitgehobbeld waren en weer richting la voiture liepen, constateerde di Mama dat één van de voorbanden lek was. En alsof het zo moest zijn, zagen we gelijk de boosdoener. Een schroef die in de band zat, als soort van overbodig juweel. Op dat moment begon het te hozen. En omdat ik mijn vrolijkste zonnige jurk aanhad, getooid met flipflops, en de reserveband ergens onderin verborgen maar een ‘thuiskomertje’ bleek, belden we de ANWB maar even op. Gelukkig had ik al de gegevens bij de hand in mijn smartphone. Blijkt dat ding toch nog ergens goed voor. Want een foto van de band vergaten we natuurlijk glad.

Wij mochten even een stief kwartiertje en wat langer wachten totdat onze redder in de nood aan zou komen waaien. De lucht boven ons voorspelde niet veel goeds, het waaide en regende steeds harder, al was het nog tamelijk broeierig. Ergens vreesden we het ergste voor als die redder de band moest gaan vernieuwen in de stromende regen en wellicht zelfs met een vleugje onweer als kers op de taart.

Uiteindelijk kwam hij aangescheurd in zijn klusbus. En wonder boven wonder hield de regen plotseling op, als was het een bovenaards commando, en toog hij snel aan de klus.

Ik was natuurlijk uitermate nieuwsgierig hoe hij dit zou gaan oplossen. Maar niets van banden verwisselen. Nee. Hij pompte de band op, spoot wat zeepsop op die stoute boosdoenerige ingedraaide schroef. Pakte nog wat klusmateriaal, draaide de schroef er handig uit en propte er een soort van lusvormig spul in. Dat spul, zo vertelde hij, zet uit, en blijkt het wel voor een poosje uit te kunnen zingen. Al moeten de voorbanden toch wel vervangen worden, was zijn advies. Als extra service pompte hij alle overige banden ook nog even voller op.

We gaven hem een goede fooi en daar vertrok hij weer. Het klusje had maar zo’n vijf minuten in beslag genomen. En wij konden weer veilig naar huis hobbelen.

Achteraf bedacht ik me dat ik stevig baalde van die lekke band. En dat het maar goed was, dat ik die 3 mensen niet om de oren heb geslagen nadat ze ons vrolijk meldden dat onze band lek was en we dus beter niet de weg op konden gaan. Maar dat ik nog meer baalde van die ongelooflijke regenbuien, die pardoes als sneeuw voor de zon verdwenen toen de oplossing nabij was. Maar vooral dat ik die snelle oplossing zo verrekte geniaal gevonden vond, dat ik vind dat de uitvinder ervan toch minstens een plaatsvervangende Nobelprijs zou moeten winnen…

Dat maakte die tweede mooie én regenachtige Pinkstermiddag weer helemaal goed…

[jetpack_subscription_form title=”Wil je mijn blogstukjes in de mail ontvangen?” subscribe_text=”Voer je e-mailadres dan gauw hieronder in!” subscribe_button=”Abonneer mij ook” show_subscribers_total=”0″]

0
0

Maakt navigatiehulp ons werkelijk dommer?

Het lijkt erop, dat ik mijn topografie-lessen, destijds, in mijn (zeer) korte geheugen heb opgeslagen. Want rijd rustig richting Maastricht via de Afsluitdijk. Nu ga ik daar helaas – want prachtige stad – niet vaak heen, maar dat terzijde.

Voor mij is een beetje navigatie tijdens het autorijden dus een absolute must. En ik dank de Hemel voor apps op mijn mobiel, want echt, zonder dát kom ik nergens, maar wel blindelings weer thuis.

Zo had ik in vroegere tijden een TomTom te leen. Die stuurde me globaal wel de juiste kant op. Ook daar is een kanttekening; je moet zo’n TomTom tussentijds updaten. In de stad bleek de navigatiestem ietwat confuus bij een wegreconstructie. En bleef tot mijn grote hilariteit maar roepen: ‘Keer om, en ga terug naar af!’

Nu kom je natuurlijk altijd – althans in de bewoonde wereld – wel een mens tegen, die je de weg kunt vragen. Maar sinds ik dat ooit vroeg aan wat ginnegappende volwassen pubers, die het wel leuk vonden me een totaal andere richting op te sturen, aarzel ik daaromtrent toch wel enigszins, tegenwoordig.

Ben dus oprecht blij met mijn Google Maps app die is voorzien van een vrouwelijk Vlaamse navigatiestem, gewoon vanwege mijn afkomst. Ik ben een kwart Belgische namelijk. En wil ook wat humor tijdens mijn verre ritjes, omdat ik de radio niet aanzet. Benauwd als ik ben, iets te missen.

Leg trouwens tijdens een hele warme zomerdag niet je mobiel op het Dashboard, zoals ik ooit deed. Het kreng raakte oververhit, en het duurde liefst tien minuten eer ik weer wist waar ik terecht zou komen. Al was ik inmiddels afgeslagen naar rechts, om mijn mobiel wat rust te gunnen.

Dus maakt navigatiehulp ons werkelijk dommer?

Ik ben geneigd om te zeggen van niet. Op een terugweg heb ik meestal die app niet meer nodig. Rijd ik zonder hulp rustig weer naar huis. En aan topografie-kennis kun je wat gaan doen, al vind ik dat blindelings avonturieren met behulp van een app ook wel iets hebben. Wat jij?


0
0

Daar bij dat stapeltje stenen

Het was erg warm in de bus. De airconditioning werkte niet naar behoren, en bovendien bracht het ding nare geurtjes voort, maar het kon me niet deren. Ik was immers op vakantie. En zolang deze bus, hopsakee, ons elke dag maar op pad nam onderweg naar weer een stapeltje stenen wat men dan ruïnes noemt, vond ik vrijwel alles best. Griekenland is zó mijn land, naast Italië maar dat voornamelijk vanwege de fijne koffie die ze daar schenken. En daar kan Griekenland niks aan doen, want bij hun vaak een armzalig smakend zakje Nescafé naast je kopje heet water. Maar niet zeuren, want ’s lands wijs ’s lands eer, zeg maar.

Onze chauffeur én reisleider scheen zo uit het standbeeld van Zeus te zijn gewandeld, hij had die looks, die van een wat oudere Adonis. Hij kon naast geweldig manoeuvreren met deze bus tegen een berg op – al konden wij dan angstig gruwelen van het half achterover hangen over een ravijn – ook prachtig en honderduit vertellen over Griekse mythen en sagen. En die stapeltjes stenen, ja die ruïnes dus.

’s Avonds zag ik hem vaak wat vermoeid achterover leunen. En op een avond vertelde hij terwijl wij hem een biertje voerden, dat hij een beetje pissig was op wat mensen van onze reisgroep. Er werd geklaagd, veel en vaak onredelijk, over te weinig handdoeken in de hotelkamers, over koud water tijdens het douchen, ja zelfs dat Griekse eten. Kort gezegd: het was niet als in Nederland, after all. Hij vroeg zich terecht af, waarom mensen in vredesnaam op vakantie gingen als men hoopte van hetzelfde laken een pak te krijgen. En dus bleven wij hem nog meer biertjes voeren in de hoop dat hij dat maar zou vergeten en nog wat van zijn avond kon genieten.

We begonnen de trip die week in Athene, waar we incheckten in een hotel met op het dakterras een mooi zwembad, met prachtig uitzicht over de ’s avonds verlichte Akropolis, mijlen verderop, bovenop een berg. En aangezien Athene tussen een aantal andere bergen ligt, kon je overdag de smog zien hangen.

Het is daar zo druk in het verkeer dat de ene dag de auto’s met even kentekennummers mogen rijden, en de volgende die met oneven nummers. Dat was toen. En dat is best lang geleden. Ik deinsde meermaals van schrik terug toen we door Athene wandelden, en bijvoorbeeld een poging waagden een rotonde over te steken. Op gevaar voor eigen leven is dat, maar gelukkig word je eerst gewaarschuwd door veel toeters en bellen, voordat ze je echt aanrijden.

We winkelden ook veel, en werden volmaakt overrompeld door die heftige vruchtbaarheidssymbolen waarop Griekenland zo trots is. Dat zijn van die klein uitgevoerde standbeeldjes die je als Kunstobject kunt aanschaffen, waarbij als je op het hoofd of een ander element drukt, er zo’n manhaftig groot uitgevoerd penissymbool in erectie schiet. Ik kon het natuurlijk niet laten, de meeste uit te proberen.

0
0