Ooit – toen ik nog tijd teveel had – verdiepte ik me in de kunst van de Feng Shui. Mijn huis is zelfs een keer door zo’n specialist doorgelicht. Maar de beste vrouw geraakte al snel in een diepe put van bijna een depressie omdat mijn toilet op een gans verkeerde plek gesitueerd is.

Daar kon ik nog wel iets mee, zei ze, mijn vragende wenkbrauwen beantwoordend.

Ze raadde me aan mijn verzameling foto’s daar te verwijderen, alsook de talrijke spreuken die ik er op een prikbord heb hangen, anders zou het geluk van iedereen die op de foto’s werd weergegeven én ook de wijsheid van de spreuken worden weggespoeld in het toilet.

Daarenboven moet ik te allen tijde doortrekken en de klep op de wc-pot dichthouden. Ik heb het er altijd erg druk mee. En mijn wc ook.

Ergens bevreemdde het me wel. Ze adviseerde me aan de gangkant op de deur van dat kleinste kamertje een spiegel in de vorm van een zon – die ik nog had – te hangen. Met als resultaat dat als iemand bij mij hoge nood heeft, zich terstond verwondert over de vreemde plek van deze spiegel. Vooral als men de deur ietwat te hard dichtgooit, rammelt de spiegel aan alle kanten en dreigt te vallen.

Het komische vind ik dan, dat men me altijd weer vertelt dat een deur geen plek is voor een spiegel.

Het overige aanhangsel van mijn FengShui tijd is ook een kristallen bol die voor mijn raam hangt te bungelen. Als de zon schijnt, zie je dan hele kleine regenboogjes verschijnen op mijn plafond. Wat hetzelfde is, als positieve Chi in huis halen. En inderdaad, maken die kleine gekleurde streepjes me altijd weer vrolijk.

Het gros van de mensheid denkt dat ik wellicht niet spoor, want deze twee chi-dingetjes zijn toch altijd weer hét onderwerp van gesprek. Daarnaast moet ik er altijd om grinniken, als men met meer vragen dan antwoorden dit huis verlaat…