De tanden die ik in het leven heb gezet – tot circa dat beruchte 35ste levensjaar – staan nog al te vers in mijn geheugen gegrift. Misschien was ik er al vroeg bij, die midlifecrisis? En ik wil je niet al te zeer vermoeien met mijn wat pijnlijke geschiedenis. Of het nou het verlies van een partner betreft. Of die never ending stroom aan reorganisaties bij de bedrijven waar ik werkte waardoor ik mocht afvloeien wegens te oud of te duur. Of dat armzalige punt waarop je denkt, zal ik dan kiezen voor het Bewust Ongehuwde Moederschap?

Het resultaat was wel dat ik me ietwat terugtrok in mijn eigen cocon, maar niet helemaal… want ik voelde immers danig de behoefte om te gaan schrijven. Dat laatste was wel zo’n dringende of dwingende – zo je wil – inquisitie, want ergens hoopte ik daarmee toch dat contact te blijven houden met de wereld om me heen.

Hoe dan? Wel, net op tijd roerden het fenomeen Internet, en dat aanverwante artikel bloggen, hun staarten.

Veilig

Dat cocoonen van mij was een gevoelsmatige beslissing, besef ik nu. En leek des te meer aanlokkelijk, omdat ik veilig thuis van achter mijn desktop toch een klein beetje kon meegenieten – als van achter een gordijn – van hen die tanden bleven zetten in hun bestaan. Misschien zocht ik ook wel stiekem naar blijvende herkenningspunten, want rond die tijd was ik gigantisch gedesillusioneerd. Niet alleen in de wereld, maar ook met name in mezelf.

Survival tripping

Als ik daar nu op terugkijk, zie ik dat ik ergens een bepaald houvast probeerde te vinden. Heel aarzelend – in eerste instantie – begon ik te bloggen. Ik had niet echt dat vertrouwen dat ik me kon meten aan de bloggers die destijds al roelden. Integendeel. En toch was ik gefascineerd door de open blik. De herkenning. Of herkenbaarheid.

Het feit alleen al, dat men zich openstelde en openbaarde op deze grote schaal, waardoor iedereen mocht meelezen dan wel meegenieten. En zelfs kon reageren. Of door andermans blog dusdanig geïnspireerd raakte dat men ook begon met bloggen. Bloggers die het begrip lifeloggen verder wisten uit te breiden. Of weer een nieuwe, maar evenzo gepassioneerde weg, vonden.

Al die mensen – ontdekte ik vaak heel verrast – zijn net zo hard op zoek naar de zin van het leven. Of ontdekten hun manier van ‘zin’ door het zelf te schrijven. Alsof ze zelf – onbewust – een soort van overlevingstocht ervan brouwen.

Immers, omdat die reactiemogelijkheid aanwezig is bij bloggen, kon men zichzelf daarmee goed rechtvaardigen of moest men zich soms zelfs verdedigen.

Mensen vinden altijd weer een weg

Over de jaren heb ik heel wat blogposts mogen lezen en vond het altijd weer interessant dat men zich op een bepaalde manier wist te manifesteren. Dat men door dat manifesteren weer een zinvolle invulling vond in zijn bestaan.

Immers, iemand die schrijft vertelt onwillekeurig zijn verhaal. Een goede lezer leest tussen de regels door.

Op actie volgt reactie.

Bijna stiekem kon men van achter die façade toch blijven groeien en bloeien. Een beetje steun vinden.
Of zelfs tegengas, als de appel te zuur werd volgens zijn volgers.

To spice things up or not

Mensen vinden altijd weer een weg om hun leven met wat extra peper in hun achterste spannender te maken als in ‘to be or not to be’. Is het niet bewust, dan toch wel onbewust. En net zolang totdat ze zelf weer genoeg krachten hervinden om weer in het midden van het leven te kunnen staan. Of dat nu via een blog is of andere kanalen zoals microposten via bijvoorbeeld Twitter of Facebook.

Ook dit is een reactie

Dat wilde ik eigenlijk toevoegen of vertellen aan onze Koning naar aanleiding van zijn Kerstspeech toen hij zei: “… Steeds meer mensen houden hun digitale deur het liefst dicht en nemen alleen nog kennis van ideeën die hun groepsgevoel en mening bevestigen.
Met dit alles kan iets essentieels verloren gaan…”

Of aan Obama met betrekking tot dit interview.

Conclusie

Het maakt werkelijk geen donder uit hoe men zijn tanden laat zien, want hoe mooi is het, als een mens zichzelf – met elkaar óf alleen – in die zin schetst of hervindt? Ergens mag dat best een sprankje hoop bieden.