Het was erg warm in de bus. De airconditioning werkte niet naar behoren, en bovendien bracht het ding nare geurtjes voort, maar het kon me niet deren. Ik was immers op vakantie. En zolang deze bus, hopsakee, ons elke dag maar op pad nam onderweg naar weer een stapeltje stenen wat men dan ruïnes noemt, vond ik vrijwel alles best. Griekenland is zó mijn land, naast Italië maar dat voornamelijk vanwege de fijne koffie die ze daar schenken. En daar kan Griekenland niks aan doen, want bij hun vaak een armzalig smakend zakje Nescafé naast je kopje heet water. Maar niet zeuren, want ’s lands wijs ’s lands eer, zeg maar.

Onze chauffeur én reisleider scheen zo uit een standbeeld te zijn gewandeld, hij had die looks, die van een wat oudere Adonis. Hij kon naast geweldig manoeuvreren tegen een berg op – al konden wij dan angstig gruwelen van het half hangen over een ravijn – ook prachtig en honderduit vertellen over Griekse mythen en sagen. En die stapeltjes stenen, ja die ruïnes dus.

’s Avonds zag ik hem vaak wat vermoeid achterover leunen. En op een avond vertelde hij terwijl wij hem een biertje voerden, dat hij een beetje pissig was op wat mensen van onze reisgroep. Er werd geklaagd, veel en vaak onredelijk, over te weinig handdoeken in de hotelkamers, over koud water tijdens het douchen, het Griekse eten. Kort gezegd: het was niet als in Nederland, after all. Hij vroeg zich terecht af, waarom mensen in vredesnaam op vakantie gingen als men hoopte van hetzelfde laken een pak te krijgen. En dus bleven wij hem nog meer biertjes voeren in de hoop dat hij dat maar zou vergeten en nog wat van zijn avond kon genieten.

We begonnen de trip die week in Athene, waar we incheckten in een hotel met op het dakterras een mooi zwembad, met prachtig uitzicht over de ’s avonds verlichte Akropolis, mijlen verderop, bovenop een berg. En aangezien Athene tussen een aantal andere bergen ligt, kon je overdag de smog zien hangen.

Het is daar zo druk in het verkeer dat de ene dag de auto’s met even kentekennummers mogen rijden, en de volgende die met oneven nummers. Dat was toen. En dat is best lang geleden. Ik deinsde meermaals van schrik terug toen we door Athene wandelden, en bijvoorbeeld een poging waagden een rotonde over te steken. Op gevaar voor eigen leven is dat, maar gelukkig word je eerst gewaarschuwd door veel toeters en bellen, voordat ze je echt aanrijden.

Tja… de verwarmingsketel in dit complex was gisteren kaduuk, dan ga je van de weeromstuit maar weer terugdenken aan warmte en vakanties…