In een AlleJezus-stemming wakker worden, steeds opnieuw uitademen omdat je ergens opgelucht bent.

Geen pijn, je eindelijk uitgerust voelen omdat je de nacht goed sliep, je rekeningen kunnen betalen en dat met een verademing constateren. En dan de zon, die ook nog schijnt.

Het is zondagmorgen, en nee, ik hoef niet naar de Kerk, want ben die ongelovige atheïste. Toch heb ook ik af en toe van die momenten dat ik innig dankbaar ben. Dat vind ik bijna een religieuze tendentie, maar ik laat het lekker zo, zonder morren.

Die momenten van dankzeggen, ín- en uítademenen van pure opluchting, daar sta ik steeds een klein beetje vaker stil bij. Het hoort stiekem bij mijn zondagsochtend-ritueel.

Het is zelfs zo erg, dat ik het moment van actie of doen nadien zo lang mogelijk uitstel om maar even dat geluk vast te mogen houden.

Dat is misschien toch een klein beetje geheime spiritualiteit binnen in me. Ik had nooit gedacht het te zullen roepen, maar bij dezen.

Zien is niet geloven, geloven is zien.