De hele dag zat ik al in zak en as. Ik had dat gruwelijke vooruitzicht een podium te hebben, die avond. Ik keek eens naar mijn handen, die zouden het moeten doen. Ik schrok ervan. Mijn nagels leken wel op een femme fatale’s worst nightmare. En wat, oh wat, zou ik in vredesnaam dragen qua kleding? Het moest iets zijn waar ik me op mijn gemak in voelde.

Liefst was dat mijn Minnie Mouse shirt, met mijn driekwart joggingbroek, maar eigenlijk vond ik dat niet kunnen. Dus trok ik in mijn kledingkast eens open. Gooide wat geschikt leek op bed, bekeek het van alle kanten eens kritisch. Zeer kritisch. Nee, dit was waarlijk té extreem, dát weer té vrouwelijk, ik wilde iets zijn wat er tussenin lag. Maar wát dan?

Met tranen van hulpeloosheid dook ik op mijn sofa, en verschanste me daar een uur languit. Mijn oogleden voelden toch al iets te zwaar aan, die dag, wat nog werd meegeholpen door die vrijwel slapeloze nacht ervoor. En wat ik niet wilde, waar ik absoluut geen tijd voor had, die dag, dat gebeurde onherroepelijk. Ik sliep. Anderhálf uur lang. Volmaakt buiten westen.

Ik werd wakker, toen iemand op mijn schouder tikte. Zachtjes. Bijna niet merkbaar, alsof hij wel wist waar ik mee kampte op dat moment. Ik schrok er toch van, en ineens zat ik rechtop. Zijn wenkbrauwen iets opgetrokken, alsof mijn slaperige blik ook hem in verwarring bracht. “We moeten gaan, nu!” fluisterde hij.

Ik rende naar de kapstok, greep mijn jas, trok het aan met een zwaai, zodat hij bijna geraakt werd. Eigenlijk was dit moment wel goed zo. Bedacht ik me. Ik had geen tijd meer. Ik zou het moeten doen, met wat ik aan had en ging uiteindelijk maar gewoon in die auto zitten, die ons geruisloos bracht naar de studio’s. Ik durfde mijn partner nauwelijks aan te kijken gedurende de rit. En beet hard op mijn tong.

Toen het mijn tijd was dat podium te bestijgen, liep ik er als in volmaakt serene toestand heen. Hoe zelfverzekerd kun je lijken? Want innerlijk, was ik bang dat dit het moment zou worden dat iedereen door zou hebben, eindelijk, dat ik zo door de mand zou vallen. Zou worden gezien als een fake artist, die al die jaren iedereen had bedrogen. F*ck it! Ik zou ook dit vast weer overleven.

De volgende dag werd ik opnieuw, maar dit keer drijfnat, wakker. In die droom was de show nog redelijk goed gegaan. Ik had al die liedjes nog kunnen zingen, had die instrumenten bespeeld alsof ik elke dag niet anders deed. Lichtjaren aan ouderdom waren aangegroeid toen ze zichzelf eens bekeek in de spiegel. Die rimpels leken nog nadrukkelijker dan ooit.

Ergens kon ik er wel om grinniken. Dus gaf ik mezelf een knipoogje en lachte vriendelijk. Het was goed. Het voelde goed. En nu: over tot de orde van deze dag.