Ergens tussen twee bezoeken door kregen we afgelopen vrijdagmiddag een oproep of we ergens in het weidse natuurgeweld een dode zwaan konden oppikken die was gevonden tussen twee boerderijen in. Waarschijnlijk was ze door de schrik tegen een schoorsteen aan gevlogen en brak ze daarbij haar nek.

Onderweg ernaar toe zwegen we. Dit zou geen makkelijke klus gaan worden, dat wisten we. Toch waren we bij aankomst gerustgesteld dat het beest – een prachtige witte zwaan – reeds overleden was en dat we dus makkelijker tot opruiming ervan zouden komen. Anders dan wanneer het nog in doodsangst verkeert en geen aanraking wenst, want zo zijn zwanen nu eenmaal. Een prachtfenomeen, maar onhandig in het gebruik ervan. We spreidden een grote deken uit en probeerden het beest zo respectvol mogelijk daarop neer te leggen om het zo te kunnen vervoeren.

In het holst van de nacht werd ik vannacht wakker en stond de aanblik van deze dode witte zwaan op mijn netvlies gebrand. Dit beeld laat me sinds een paar dagen niet los. Met haar vleugels zichzelf beschermend lag ze daar mooi te zijn en triestheid uit te stralen. Het maakte dat ik de rest van de dag ietwat somberder door het leven ging. Zeker na de gebeurtenissen in de wereld de afgelopen periode.

Even – maar heel even – kon ik daar een metafoor in zien. Die witte zwaan die het leven verloor stond symbool voor mijn dromen ten aanzien van de toekomst van een wereld mét vrede. Zij was het die de laatste resten bijeen hield van wat ooit was, maar nooit meer zal zijn.