Shag! Overal lag shag. Tijdens het rollen, roken, rond de asbak en ver daar vandaan. Werd er dol van. En na zoveel pogingen te stoppen met roken, dacht ik, dat ik die standvastigheid niet had. Ik wist wel dat ik mijn rug kon rechten, indien nodig. Dat vol kan houden. Maar niet, dat ik de stress niet van me af hoef te blazen. Ik weet nu ineens ook, dat je ook kunt blazen zonder te roken. Net als dat je niet een hond hoeft te hebben, om een wandeling te maken, elke ochtend.

Je snapt het al, ik ben sinds zaterdagmiddag klaar met dat fenomeen roken, reedsch sinds mijn dertiende. Ik begon de ultieme zelftest, want onlangs waren foto’s genomen van mijn longen, en werd er geroepen dat ze ‘schoon’ waren. “Houwen zo!” was mijn mantra.

Alléén, wannéér, wáár en hóé en kon ik de verrekte shag, die idiote verslaving aan roken, laten staan dan wel laten liggen? Na die eerste dag, niet-roken, weet ik dat het me lukt. Hallelujah.

Ik denk dat de grootste en die ultieme zelftest was dat ik bang was, dacht dat ik het niet zou trekken. Ik weet nu wel beter. Nog even, en dan sluipt er zomaar een verrekte arrogantie in, want hoe fijn is het te weten dat je zelf de meesteres over je eigen hersenpan en wíl bent?