Feloranje schijnen de muren van de wachtkamer me toe. Een kleur die niet bij toeval gekozen is. Je wordt er geheid vrolijk van.

Ik neem plaats en naast me gaat nog een dame zitten. Even zitten we allebei te hannesen op onze smartphones.

Ergens mijmer ik dat het er verdraaid veel op lijkt dat we ons een houding aanmeten. Onze verlegenheid of anderszins erdoor kunnen verbergen. En bij elke klik die ze doet hoor ik een soort van Splash-geluid. Ergens vind ik dat grappig. Ik grinnik erom en ze kijkt verschrikt op.

‘Heeft u er last van?’ in prachtig Nederlands.

Het tijgermotiefje schijnt door haar hoofddoekje. Helemaal mijn stijl. Ik heb gelijk zin om een gesprek aan te knopen. En dat gesprekje volgt dan ook. Over het weer, de drukte op dit tijdstip in de wachtkamer, het nieuws van vandaag. Ze lijkt blij te zijn dat iemand een doodgewoon gesprek wil hier.

Als het mijn beurt is knikt ze me vriendelijk toe en wandel ik langs haar heen met de huisarts mee.

Even later na onze afspraak staan we samen in de lift. Zonder ons te bekommeren over het hoe en waarom achter onze afspraken bij onze artsen. Ik proef haar opluchting en wens haar een fijne dag toe terwijl ik richting mijn fiets wandel.