Zowel binnen als buiten de wachtkamer van mijn KNO specialisten is het altijd loeidruk. Als je dan toch ergens ‘last’ van hebt, vind je hier prachtige indrukken voor een nieuwe blogpost.

Of het nu het langharige typetje is die luid zit te bellen: ‘Nee, daar ligt het geld niet, het ligt onder de koffiezetter in de keuken!’ of kids die lekker flexibel op hun rechtervoet zitten te spelen aan het legotafeltje. Het is er een komen en gaan van alle soorten en maten mens. Gelukkig loopt het altijd goed door, waardoor ik binnen een stief half uurtje reeds buiten stond.

De KNO arts – een vriendelijke en kordate vent – keek me eens aan, en zei: ‘Je ogen schieten alle kanten uit!’ en keek eens in mijn oren. Hij hoorde m’n klachten aan. En ik vroeg of hij daar (nog) kaas van kon maken.

Hij glimlachte: ‘Waarschijnlijk is het een virale labyrinthitus, maar ik wil ook nog even een onderzoek doen naar de mogelijkheid van de ziekte van Menière!’

Kabang. Dat was het dan. Even had ik gehoopt dat de man zou zeggen dat ik me niet zo aan moest stellen en ‘to get over it.’ Ik houd niet zo van kwalen. Ik wil er vanaf. Of vanaf wezen. Ik weet niet goed welke van de twee beter is.

‘U heeft ook last van misselijkheid door die duizeligheid, daar kan ik u wel iets tegen geven.’ Hoe lang het gaat duren, kon de arts niet zeggen. ‘Naar alle waarschijnlijkheid trekt het ook langzaam weer weg.’

Tien minuten later stond ik nog steeds tollend en duizelig buiten. Over een paar weken mag ik terugkomen voor een gehoortest. Wordt vervolgd.