Om mij heen zijn een paar mensen driftig bezig met verhuizen naar elders. Zoals altijd waag ik het betrokken te blijven met hun wel en wee. Wat heet: ik krijg het er plaatsvervangend hartstikke koud en warm tegelijkertijd van. En bij mij ontstaan warempel (mooi woord) ook kriebels in de buik. Want hee, al die 20 jaren dat ik hier reeds woon, heb ik niet of nauwelijks om me heen gekeken. Ik leef blijkbaar op een vierkante meter, als drievoudig onvoorwaardelijk gekluisterd aan mijn magic box wat deze computer is. Ik keek niet om me heen, want hee, stel je voor…

Maar nu is die tijd dus daar dat mijn oogluiken open gaan. En ik moet heel erg mijn best doen om niet al te zeer te laten blijken dat de schellen me van de ogen vallen. Dat komt zo naïef over, immers.

Ik ben een geboren en getogen Haarlemse. En ik mag wel stellen dat ik zou zweren met spuug en al, dat ik hier never nooit niet zal weggaan, maar jongens die huizen elders, zelfs appartementen her en der, die zijn allemaal zo mooi. Zo nieuw. Zo anders. Zo veel beter. Of misschien niet eens zo veel beter, maar dat avontuur dat lonkt. Naar mij. Toch wel. En ik vraag me dus af, door hier te blijven – voor altijd – ben ik dan niet een dief van mijn eigen knip? Want elders blijkt het leven ook nog eens stukken goedkoper te kunnen zijn.

Des nachts droom ik zelfs over ietwat kolderieke verhuizingen, waarbij alles mis gaat, maar uiteindelijk ik stevig beland in nieuwe aarde.

Ergens is het dus wel eens goed, dat je je leven eens van ondersteboven bekijkt. Je een beetje wordt opgeschud. Al was het alleen maar om te checken of er misschien nóg méér inzit. Bovenal, hoeft het van mij niet altijd hetzelfde te blijven…