Ik las ergens dat het ‘bijna op verering lijkende gezweem met huisdieren misselijkmakend is’. Dat komt vanzelfsprekend van iemand die zelf blijkbaar geen huisdier heeft of wil hebben omdat men het een te grote beknotting van zijn vrijheid vindt. Of denkt dat de verantwoording voor een beest te groot zal zijn. Natuurlijk zijn die mensen niet opgegroeid met een huisdier. What’s worse, ze vinden het zelfs gek, en tonen vrijwel geen inlevingsvermogen voor de mens die dat wel wil of doet, anders zou je bovenstaande niet roepen.

Ik zou zo iemand bijna verplicht een paar weken willen opzadelen met mijn poezenbeest om het dier te behandelen alsof het een mens is. Of met het hondje van moederlief. Of met welk ander beest dan ook. Maar weet uit ervaring dat die persoon dat rustig zal weigeren. Alsof men ergens bang voor is. Ik kan me zo voorstellen, dat diezelfde mens niet in staat is een volwaardige relatie aan te gaan, maar pleegt te zeggen dat hij lijdt aan ‘bindingsangst’.

Iedereen die de zorg heeft voor een huisdier, heeft binnen luttele dagen al een band met dat beest, tenzij dat beest dusdanig asociaal is opgevoed, dat daarvan geen sprake kan zijn. Iedereen ziet binnen een paar dagen trekjes in een dier, waarmee men zich bepaald verwant voelt. Zelfs trekjes die een mens niet vreemd zouden staan.

Iedereen die ook maar even de speelsheid van een dier leert kennen, het gemak van de aanhankelijkheid die het tentoon spreidt, maar ook de mindere kanten, weet dat zo’n beest in alle opzichten zal slagen een volwaardig ‘lid’ van een gezin te worden. Voor kinderen is het zelfs uitermate goed. Niet alleen leren ze die verantwoording te nemen voor een dier, ook wennen ze er maar vast aan dat het met plussen en minnen deel uitmaakt van je leven. Bijna zoals een volwassen relatie aangaan met een mens dus. En dat iedere wijze uil ooit een uilskuiken is geweest en dat vlekkeloos accepteert van dat beest.

Je zou zo iemand dus bijna adviseren een kat te nemen, want hij heeft immers een baasje nodig. Gemekker als ‘misselijkmakend’ wil ik dus niet horen, dan schaf ik nog liever een geit aan.