Het joch – van een jaar of 7 – stond aan de kant van het stroompje waar vlak voor z’n voeten een moedereend zwom met haar drie schattige kleine piepjonge eendjes.

Ik denk dat ze – hallelujah – net een dag oud waren.

Het joch kwam steeds een beetje dichterbij.

Moedereend reageerde door even wat meer afstand te nemen naar het midden van de plas. Ik zag aan het joch dat hij zo graag een van de kleintjes had opgepakt en meegenomen. Tsja… zoiets wil iedereen wel koesteren, vasthouden en knuffelen, natuurlijk.

Dus bleef ik met de hond op een veilige afstand staan. Hij kreeg dat al snel in de gaten en stapte achteruit.

Ergens moet het tot hem doorgedrongen zijn dat die schattige kleine ducks meer dan dat verdienen. Dat het leuker is om ze in hun eigen hoedanigheid te laten zwemmen en leven. En dat hun leven al risico genoeg loopt met reigers en overige hongerige vogels.

Hij keek me heel even aan.

‘Lief zijn ze zo, hè?’ Zei ik zo begripvol mogelijk.

Hij beaamde dat door heftig zijn hoofd op het ja-standje te schudden. Draaide zich om en holde hard weg.

Heel even was ik trots op onze wederzijdse stilte, maar ook op zijn begrip en liefde voor al wat leeft…