Als je ouder wordt, wordt alles anders, lees: slechter. Behalve het vergeten, dat gaat steeds beter. Zo wil mijn brein in tijden van malaise vergeten sereen te blijven, waar je dat zo nodig hebt, vooral omdat je weet dat de malaise uiteindelijk weer óvergaat.

Ik had waarschijnlijk een briljant actrice geweest, want drama tot uitvoering brengen, het tot in de volle intensiteit beleven, echt: ik kán dat.

Toch voel ik me nadien altijd weer schuldig. Omdat ik zo weinig aan kracht, of zo je wil draagkracht, tentoon spreid. Kan ik dan zo slecht tegen pijn, dat mijn stemming per se daaronder moet lijden? En wil ik al teveel afhankelijk zijn van medicatie om die pijn maar niet te hoeven voelen? Hoe noodzakelijk is dat werkelijk?

Want het is mogelijk namelijk. Je kunt jezelf vertellen dat pijn er niet is, zelfs als je het wel voelt. Ik ondervond dat, toen de spit me geenszins rust bood. Ik kon niet liggen, zitten, staan en de rest. Ik merkte op dat mijn humeur zakte naar ver onder het nulpunt. En hoewel ik mezelf regelmatig bestraffend toespreek, lukte het me niet die focus te hervinden om bijvoorbeeld afleiding te zoeken in een boek, of zelfs een leuke anekdote te vertellen in een blogpost. Nee, ik ging helemaal op in een soort van zelfmedelijden.

Ik ging een soort van krachtmeting aan met de pijn, waardoor het nog erger werd.
In plaats van het te doorstaan, te doorvoelen, en het gelaten te ondergaan, werd ik opstandig en ging dat ten koste van mijn goede stemming.

Toen ik dat eenmaal doorkreeg, eens rustig in- en uitademde, kon ik mezelf vertellen dat ik die pijn niet wilde voelen, en kon ik mezelf manen in een gedachtenspiraal die schreeuwde dat ik kon slapen. En dus sliep ik. Uiteindelijk.

En dan denk ik aan anderen, die een nog veel zwaarder leven hebben. Een slecht geheugen hebben in nare tijden, kan misschien eventjes soelaas bieden. Een goed geweten levert dat niet op…