“Druk, druk, druk!” is het antwoord vaak als je iemand vraagt hoe het ermee gaat. En dat is een antwoord dat je kunt verwachten, maar niet waar ik naar vraag. Ik hoef natuurlijk ook niet te horen, dat je zo lekker mindful bezig bent de laatste tijd. Ik wil een antwoord, ergens, daar tussenin. Iets waaruit blijkt, dat je lekker in je vel steekt bijvoorbeeld, of even juist niet.

Ik vraag dus altijd even dóór, als men stelt het vréselijk ‘druk’ te hebben.

En dan zie je ze schrikken.
“Wat wil je werkelijk hóren?” nog net niet in paniek, zoeken ze naar antwoorden die dat vluchtige bestaan vergoelijken.

Er is een legio aan vragen die ik lekker onbeschaamd op ze afvuur, gewoon om tot de kern der zaken te komen. Misschien had ik beter psycho-dingussen gaan doen, en inderdaad ooit een start daarmee gemaakt door bij de Open Universiteit een studie psychologie te beginnen. Het vooruitzicht, dat je dan alleen nog maar met nare ervaringen van anderen te maken krijgt, waar een constructief bouwen aan een toekomst niet zo één-twee-drie wil vlotten, deed me echter terugdeinzen.

Mijn dwingende blikken op een diepzinniger gesprek blijf ik hanteren. Ik heb de ervaring dat mensen juist dan even dat rustmomentje krijgen. Een soort van mogelijkheid om te reflecteren wat de status van hun bestaan nu werkelijk is.

Vaker wel dan niet, betekent die grote drukte waaraan mensen lijden(!) dat ze ongeëvenaard in hun vrije tijd wat me-time proberen in te plannen. En dat ze bang zijn dat die ander iets van hun ‘wil’. Of dat ze iets ‘moeten’ doen, waar ze geen zin in hebben.

Druk zijn is in mijn ogen dus louter een beleving. Een vergankelijk beeld. Iets tijdelijks, dat men louter uit zelfbescherming hanteert. De wil en motivatie om meer te werken aan vrije tijd en me-time. Zolang je jezelf niet voorbij rent, en te snel wil leven, lijkt die ervaring of beleving legitiem. Maar mijn ervaring is dat zij die geen tijd hebben, er vooral niet mee om kunnen gaan…