Sinds kort is dat zotte vlammetje weer eens aangewakkerd. Ik vroeg me al af, of het nog eens zou gebeuren, want eerlijk gezegd, verliefd word ik niet zo snel. En eigenlijk neem ik er ook wel genoegen mee, zo. Ik wil helemaal niet weten, of die ander wel of niet diezelfde gevoelens koestert jegens mij. Want dat zou de zaken maar onnodig compliceren.

Nee, eigenlijk wil ik het hierbij gewoon maar laten. In stilte iemand aanbidden, vind ik prachtig op zichzelf. Het idee alleen al, dat je een bloemetje plukt en dan één voor één de bloemenblaadjes ervan af trekt. Hij vindt me wel leuk of hij vindt me niet leuk. Ik blijf steken op de laatste zeven. En dan gooi ik de bloem maar weg. Ik wil het niet weten. Eigenlijk is het idee gewoon absurd, verliefd zijn. Of toch niet?

Die vlinders in je buik, en dat gevoel niet te hoeven eten, want stel je voor dat je maag daar maffe dingen mee doet? Of die warme gloed, als je denkt aan dat nu nog ongeleide projectiel dat jouw goedkeuring wel kan wegdragen. Dat steelse kijken naar die ander als hij het het minst vermoedt, en dat intense staren als je dan weer alleen bent.

Dat je dromen hebt over gelukzalige eenzame eilanden waar je samen die liefdevolle avonturen beleeft. Dat je ook droomt over oneindige wandelingen samen en over onverwijlde acties in struiken in het bos, die niet eens bevroeden, dat ze behalve wildgroei ook nog eens geschikt zijn voor passievolle ontmoetingen. Terwijl je steeds weer een beetje bang bent, dat je ontdekt zal worden door die wandelaar die voorbij loopt op datzelfde moment.

Het is echt heel erg gesteld met mij. Ben verliefd geworden zonder dat ik het wou, neem me niet kwalijk dat ik van het leven hou.