De laatste tijd staar ik iets te vaak naar een loos knipperende cursor. Ik heb wel verhalen, maar hoe dan ook, ik vertrouw ze – nog – niet toe aan deze blog. Het lijkt wel, alsof die jengelende tijdsfactor me niet veel doet. Wat nogal raar is, want als ik met een deadline te maken krijg, dan wist ik het wel. Ondertussen concentreer ik me op wat mijn brein me wil vertellen.

De tijd echoot voor me uit. Dat ervaar ik al sinds het prille begin. Dat er een echo zit als je het woord tijd uitspreekt. Ooit gehoord? Net als wanneer je de Engelse variant uitspreekt: ‘Time’. En ineens begrijp je dan de bedoeling van een uitspraak als: ‘Only time will tell!’ Die echo, dat uitstel, omdat je ergens wel vermoedt dat je nu nog achter feiten aanloopt. Dat gevoel – ken je dat? – dat ik soms in afwachting ben van iets, het maakt niet uit wat, maar omdat ik dus dat gevoel heb ergens middenin te zitten… Aarzel ik – vooralsnog – om loze kreten te doen.

Terwijl je het wel himmelhoch jauchzend zou willen uitschreeuwen. Juist omdat je denkt, voelt, ervaart, weet. Je lééft.

Maar niets van dat alles. Ondertussen heerst er stilte, in dit huis, vanuit mijn binnenste, vanuit dit blog, vanuit mijn brein. En arrghhh, ik heb zo veel te melden, dacht ik. Ik weiger dan ook de radio of tv aan te zetten, te bang dat ik mijn eigen breinstem overschreeuw. Ik wil mezelf soms hóren denken. Ik wil dat gesprek met mezelf blijven aangaan.

Soms – voor heel even – dringen er dan toch andere geluiden door. Een hond die de hele dag alleen zit, in tegenover liggend appartement, en jankt. Dat janken gaat door merg en been, kan ik wel stellen. Soms heb ik de neiging om deze hondenbezitters mijn waarheid te vertellen over het sneue leven van hun hond als zij de hort op zijn, maar doe dat niet omdat zij dat vast wel beseffen. Dat terzijde.

Die stilte, binnenin, die maakt niet dat ik mijn blog verwaarloos, louter dat ik voor heel even werd afgeleid.