Binnen twee maanden acht en een halve kilo kwijt zijn, zonder er al teveel moeite voor te hoeven doen. Een vreemde druk achter mijn oogkassen. Duizelingen, misselijkheid zo straal dat ik continu op zoek ben naar een spreekwoordelijke emmer. Als ik achterover ga liggen, mijn ogen dichtdoe, dan staat de wereld even op zijn kop, steeds meer duizelingen volgen. Liever heb ik mijn ogen niet dicht, maar zelfs dan ervaren mijn ogen moeite om een vast punt vast te houden.

Ik hoorde het mezelf terugvertellen aan mijn bezoek. Mijn vriendin zei dat het me wel aan te zien is. Witjes, teruggetrokken, en onstabiel. Toen ze vertrok ben ik even gaan liggen. Het mag maar heel even duren, die rust. Ik hou het niet vol om met die duizelig- en straalmisselijkheid kalm te blijven.

Na het rusten sta ik even monter op, maar niet te snel, want ik vind geen houvast. Tenzij ik me vastklamp aan een deurpost of een muur, wat heel even die schijnwerkelijkheid van stabiliteit geeft.

Man, wat heb ik een hekel aan ziektebeelden die me nu toch echt dwingen terug te gaan naar de huisarts om een verwijsbrief naar een KNO-specialist te vragen. Het zal ooit over gaan, maar voor nu probeer ik even afleiding te vinden in lezen, hoewel de letters in schijnbaar onevenredige taal voor mijn ogen dansen. Nietsdoen is lamlendig als je ’t niet wilt. Lummelen zou zo lekker moeten zijn.

Normaliter ben ik niet zo van de extreme negativiteit, maar ’t is even niet anders. Morgen is er weer een dag. Een kans om beter te worden, beter te zijn. Voor nu is ’t afzien..