“U ontspant uw tenen, de rest van uw voeten ook, vervolgens naar omhoog, uw kuiten, uw bovenbenen, en…” De rest van het relaas van onze yoga-instructrice heb ik niet meer meegekregen. Ik snurkte, zodanig hard dat iedereen kon meegenieten en grinnikte. Het deerde zelfs niet eens hoe hard dat matje onder mijn luie billen en kwetsbare rug aanvoelde. Of waar de rest van deze waardevolle les over zou gaan. Ik was volledig verdronken in dromenland.

Blijkbaar heb ik aldus geen moeite met ontspanningsoefeningen, was de conclusie van de dame die les gaf. Ze zei nog dat ze een volgende keer de les zou eindigen met deze relaxmodus, dan zou ik in ieder geval nog wat meekrijgen van de rest van de les. Ik wist het niet zeker, maar ergens bespeurde ik dat toontje van sarcasme, maar goed, omdat ik zo verrekte ontspannen was liet ik het me maar welgevallen. Voor deze ene keer.

Het overkomt me dan ook niet vaak dat ik ’s nachts de slaap niet kan vatten. Maar als dat wel eens gebeurt, dan kunnen er twee dingen spelen. Eén: ik kreeg een idee fixe, wat ik terstond moest gaan uitvoeren. Wat me noopt erbij te zeggen, dat ik me verplicht voel om vooral geen lawaai te schoppen in mijn nachtelijke bezigheden, want volgens mijn onderbuurman heeft zijn vrouw verrekte vaak hoofdpijn, als hij zich meldt over burenoverlast. Of twee: mijn brein is altijd actief, lijkt wel. Dat denken van mij stopt nooit en te nimmer. Dat is zo ernstig, dat ik dan weer heel diep moet graven naar de herinnering over deze markante yogales.

Ik ben dus ook maar één luttele keer naar yoga geweest, want ergens geneerde ik me toch wel dat mijn gesnurk de lieftallige zachte intonatie van onze lerares geheel overstemde. En zo gaat dat wel vaker. Zo zijn groepslessen in fitness ook niet aan mij besteed. Vooral niet als ik mezelf mag terugzien in levensgrote spiegelwanden. Wat dat betreft, behoud ik gedurende al mijn leeftijden steevast een gezonde tegenzin in sport.