“In zijn ogen schemert verlangen.” Dat was de slotzin van een column van Roos Schlikker onlangs. En die zin blijft me maar bij, omdat het een prachtige afronding is. Niet alleen van haar column, maar die zin vertelt een heel verhaal. In feite hoef je het voorgaande niet te lezen. De naakte waarheid wordt daarin zomaar even bloot op je tafel gelegd.

En zoiets is wat deze vrouw zoekt, dat schemeren van verlangen. Bij elke date zoek ik er wel naar.

Want op een gegeven moment zijn die dagen wel voorbij dat je het moest stellen met de ego’s van je broers vrienden die graag mogen opscheppen dat je met hen flirtte, terwijl je alleen maar aardig probeerde te zijn. Ze mochten het willen, after all, omdat je verontwaardiging daarover groeit.
Over die dagen dat je louter valt op foute mannen die rijden in je favoriete Jaguar, met hun flitsende midlifecrisis, torenhoge schulden en die drie pilletjes Viagra per dag, waardoor ze in die snelle genotsmodus die condooms nog wel eens willen vergeten.
Over, ook de dagen dat je de dag na de steengoede seks met die reeds bezette man tevergeefs wacht op een belletje of teken van leven.

Dat je ineens vaarwel kunt zeggen tegen die jarenlange onbereikbare liefdes. En dat je het plots niet langer noodzakelijk vindt alle andere mannen te vergelijken met die ongrijpbare vent, al vergeet je nooit meer zijn steelse blikken. Dus toch, dat schemeren van verlangen? Omdat plotseling de tijd daar is, dat je dat verleden eindelijk eens los kunt laten.

Nee, geef me dan een vent met in die ogen dat schemeren van verlangen, want dat stiekeme beetje aandacht doet mijn fantasie wel groeien. Laat mij maar dromen dat het een droom blijft. Omdat je tenslotte beseft, dat onthouden wat je waard bent het enige antwoord is en moet zijn.