Waarschijnlijk is het overbodig om nog te roepen, ik stam van de wederhelften van een typische buurtwinkel, dus uit een ondernemersgezin. Ik ben opgegroeid in de – grote – stad, Haarlem. In onze stad heerst de slogan: ‘Hartje Haarlem, hartstikke gezellig’. Haarlem is top en fijn. Ik wil er nooit meer weg.

Genieten van je buurt ~ MightyMusings.nl
van Gemeente Haarlem.

Meestal als ik ga stappen, word ik dan ook herkend, want lijk op mijn vader. Dus ben wel enigszins berucht, als je het zo wilt noemen. Als ik me in de stad vroeger misdroeg, werden mijn ouders daar de volgende dag altijd wel tussen neus en lippen van op de hoogte gesteld. Daar was ik toen niet altijd blij mee, maar nu begrijp ik dat het de zorg van de medemens betrof.

Ik ben zelf ook korte tijd ondernemer geweest – op mijn achttiende – en runde samen met mijn moeder een delicatessenwinkeltje: ‘De Snoeperij’. Dat was geweldig, die tijd. Kinderen die met een kwartje (lees: vijfentwintig cent) kwamen en uren de tijd namen om liefst zoveel mogelijk snoep uit te kiezen. Het kon, het was leuk, ik genoot daarvan. Temeer daar er in de directe omgeving een lagere school en twee middelbare scholen gevestigd waren. De pauzes waren echt van de gekke, zo druk. We hadden mijn winkeltje zo ingericht met twee grote toonbanken en alles daarop was vastgemaakt, vastgeplakt, zodanig, dat niemand iets kon stelen of achter de toonbanken kon komen.
Aan de overkant waren mijn ouders gevestigd met hun doe-het-zelf stofzuiger-/lampen-/schakelmaterialen-zaak. Dus had mijn moeder – die daar – met haar twee gouden rechterhanden – ook meewerkte – een goed overzicht op mijn zaakje. En sprong tijdens de schoolpauzes altijd even in.

Eén van mijn grootste concurrenten qua snoepinkopen was V&D. Zij konden partijen inkopen, waar tegenop ik never nooit kon inslaan. Zij konden snoepwaren verkopen tegen dumpprijzen, waartegen ik niet kon opboksen. Dus had ik destijds een soort van haat-/liefde-verhouding met deze keten.

Nu de berichten over een mogelijke doorstart van V&D tot niets leiden, maak ik me een beetje zorgen over het aanzien van de binnenstad. V&D lag in het hart van het centrum. Het is een gigantisch gebouw, dat er al een paar eeuwen moet staan. Van binnen oogt het winkelgedeelte vrij modern, maar als je het trappenhuis betreedt, dan zie je het glas-in-lood, de oude liften, kortom: het oude gedeelte nog goed.

Ik heb zelfs nog een aantal jaren bij V&D gewerkt als (DoZa) tijdens mijn studententijd, en kreeg uiteindelijk de Lingerie-afdeling als standplaats.

Natuurlijk liep ik later er ook vaak straal voorbij. Ik woon nu zuidelijk in Haarlem, dus als ik in de stad kom dan zijn de kleinere zaken vaak de pineut. Want hoe ik het ook wend of keer, de kleinere winkels genieten altijd mijn voorkeur. Vooral nu er zoveel leegstand is, is de stad min of meer een uitgestorven geheel.

Behalve ’s avonds als je de kroeg in wilt of een restaurantje pikt. Want ook daarom staat Haarlem wijd en zijd bekend. Er is altijd dat ‘rondje rond de Kerk’ op de Grote Markt, wat zoveel betekent als een kroegentocht langs alle kroegen die om de Kerk heen zijn gevestigd.

Ik geniet dus altijd weer van de uitstraling die Haarlem heeft, of het nu het Algemeen Beschaafde Nederlands (lees: ABN) is, of de pracht van de stad. Het lééft. Het ademt. Ik ben er trots op hier te zijn geboren. En ik geniet daarom des temeer van de binnenstad als ik er ben.

Ik hoop dat diezelfde liefde bij anderen ook bestaat. En dat men beseft dat het floreren van alle ondernemers zo belangrijk is voor het hart van Haarlem. Vandaar mijn oproep om zaken in je buurt te blijven doen. Het komt uiteindelijk drievoudig naar je terug.