Ik weet ‘t, m’n kijkcijfertjes hollen zienderogen achteruit sinds ik niet langer elke snik, hik of himmelhoch jauchzende belevenissen deel op de Twitters of Facebook. Ik mis ’t niet. Ik kan zonder. Naar blijkt wordt ’t wel van me verwacht als ik betere cijfertjes wens voor mijn blog, maar is dat een absoluut verlangen?

Ik vind ’t allemaal fantastisch hoor, jullie meningen enzo. Ik vind andere mensen beduidend bewonderenswaardig dat ze ’t nog volhouden ook. Maar ’t is in wezen – lees: intrinsiek – niets voor mij. Het leven is te vluchtig voor me. Ik beleef dingen die ik wel zou kunnen delen met jullie allemaal. Ik weet dat slechts de helft of nog minder daarvan deelwaardig is. Dus rest mij de vraag: ‘Hoe interessant ben ik of mijn leven?’

Dat laatste is wel iets om over na te denken. Of niet. Of wel.

Ik moet steeds terugdenken – en dan mag je best denken: ‘daar heb je Opoe weer!’ – aan de begintijd van het bloggen. Ik vind ’t veel leuker als je direct op mijn blog reageert. Dat is leuker dan via Sociale Media. Dus zoals vroegah. Toen Sociale Media nog helegaar niet bestond. Toen reageerde men nog wel op je blogposts. En dát mis ik wél. Snik. Zucht.

M’n blog stel ik boven Sociale Media. Lijkt wel. En dat is toch lekker mooi nog steeds mijn standaard. Dat is wat ik met jullie wíl délen. Dat is slechts een greep in mijn gedachtengang. Dat is wat ik wíl schrijven. Op mijn blog. Dagelijks of minder dan dat. Net als het leven. Dat is wat het is.

Nou, sorry…