Met een glimlach constateerde ze dat een takje van de Mandeville het had overleefd deze winter. Dus knipte ze voorzichtig de omringende dorre takjes weg met haar snoeischaar. Voor iemand die vroeger dacht dat komkommers en tomaten in een blik ergens in een afgelegen fabriek werden gekweekt, was ze best ver gekomen, giebelde ze. Al moest ze eerlijk bekennen, dat ze eigenlijk liever niet dan wel zou bekennen dat ze tegenwoordig de neiging had groene vingers te ontwikkelen.

Zo was het eigenlijk met alles wat ze met haar eigen handen deed. Ooit dacht ze gezegend te zijn met twee linkerhanden, wat nog werd meegeholpen door een alles overweldigende voorkeur voor techniek. Zelfs toen ze op haar zestiende een brommer mocht rijden, hoopte ze het ding te kunnen starten door middel van een simpel knopje. Tot grote hilariteit van de familie die haar met een big smile verkondigden dat ze hem moest aantrappen. Maar gaandeweg – al was ze een laatbloeier, zoals met alles – leerde ze het vuiltje in de bougies te verwijderen, al kon ze die zwarte handen nadien niet echt waarderen, als de brommer weer eens haperde.

En ook die keer toen ze haar handvaardigheid project aan haar oma, een professionele coupeuse, liet zien. Het was iets met drie lagen vilt geweest. En omdat ze niet hield van eenvoudig, had ze voor het onderwerp van een schip met veel masten gekozen. Voor de immense moeite had ze nog een mager zesje gehaald, maar haar oma trok haar neus op als rook ze iets vies, en vroeg: “Wat moet dat voorstellen?” Missie mislukt. Oma pleegde haar voor te houden dat het wel nooit iets zou worden met haar.

Ergens vond ze dat onhandige van zichzelf wel grappig, al was dat louter dat masker dat ze droeg. Tegenwoordig tracht ze zich wat zelfstandiger op te stellen. Ze ontwikkelde ook een wat handigere rechterhand, en dwong die andere mee te werken, al ging dat vaker wel dan niet gepaard met veel vloeken als een halve scheepswerker.

En ergens – zo’n jaartje of tien geleden – begon ze zelfs de logica van bepaalde dingen in te zien. Ze vroeg zich zelfs af, of het niet eens tijd werd haar middelbare school en dan voornamelijk de logische vakken over te doen, want destijds had ze er maar bitter weinig gevoel voor gehad. Of erger, vond ze het maar een verspilling van haar tijd destijds.

Soms dacht ze zelfs cynisch dat haar leven in de verkeerde volgorde verliep. Maar het kon natuurlijk ook zijn dat het leven haar juist die windrichting opstuurde waar ze maar bitter weinig kaas van had gegeten in eerste instantie. Net zolang tot ze over iets van alle winden kon meepraten. En haar handen het werk voor haar zouden doen met die flair van heb-ik-jou-daar.