Ik ben mollig, waar ik slank zou kunnen zijn. Ik zie mezelf dan ook niet als dik. Ik rook, terwijl ik weet dat ik zonder dat kankerstokje in mijn mond geboren ben. Ik wil veranderen, maar er niets voor hoeven te doen.

That’s me.

‘Je bent nog wel wat jong!’ zei mijn fysiotherapeute, die zelf in maatje 36 past. In eerste instantie, denk ik dan direct, ‘da’s makkelijk lullen op jouw leeftijd!’

Ik denk, dat ze bedoelt dat ik te jong ben voor het fenomeen spit, wat me de afgelopen periode parten speelde. En dan roep ik – uit zelfverdediging – dat ik ‘elke ochtend minstens een half uur wandel’. En vertel onderwijl over familieleden die hetzelfde euvel ondergingen op mijn leeftijd, waarop ze me direct kritisch bekijkt. En dat is dan nog niet eens een ‘excuus’ mijnerzijds.

Mijn fysio spoort me aan te sporten. Meer te bewegen, de rugspieren moeten weer krachtig worden. Anders zal ik op latere leeftijd gaan waggelen terwijl ik loop. Ik zie het al voor me, licht spottend. Die potentie heb ik in me. Nu al.

En mijn God, dat ik wel anders wil. Ik heb daarnet de prijzen van sportscholen vergeleken. Heb ook gekeken naar wat ik zonder dat kostbare abonnementsgeld zelf zou kunnen doen. Op mijn leeftijd kan ik joggen, trappen lopen, nog meer fietsen, en beter nog, zou ik meer seks moeten hebben.

Bij joggen denk ik aan tieten die op en neer gaan, pijn doen. Bij trappen lopen stokt mijn adem wegens hoogtevrees. Bij fietsen, denk ik, waarhéén en hoe vér? En die man in mijn leven, mijn hemel, moet ik daar écht moeite voor doen?

Excuses? Ik verzin ze. Excuse me, it’s my middle name.

Mijn Karma bloedt weergaloos. Ergens zijn ze bij mij de switch vergeten of is die niet meegeleverd bij geboorte, maar het kan natuurlijk ook dat vluggertje van mijn ouders geweest zijn. De knop die ik bedoel, is wat weigert en steigert bij de minste aansporing tot veranderen. Ik verzin excuses, mensen. Niet een klein beetje, maar een beetje boel. Ik weet dat ook, want ik hoor ze als ik ze roep.

Ergens is dat niet gerechtvaardigd, niet voor mezelf maar ook niet van mijn fysio, die natuurlijk minstens tig jaar heeft geleerd om dat beroep te mogen uitoefenen. Ze weet het allemaal. Ze mag het me allemaal vertellen. Ze heeft ook verdomde gelijk, dat weet ik. Maar die knop… het lijkt wel, of ik direct in tegengas-modus stap zodra ik die verrekte push over the edge krijg.

En terwijl ik smeek om dat kleine beetje acceptatie inzake mijn persoon, weet ik dat nog dieper zal moeten graven en nóg beter mijn best zal moeten doen om te zijn wie ik wil, een nog betere versie van mezelf zoals ik die nu al zie. En die ander te bedanken voor het wijzen op alle mogelijkheden, daar waar het ook en nóg beter kan. En ooit zal ik daar zijn, waar ik moet wezen.

Ergens huist in mij een ‘groei’-monster, al weet ik nog niet precies waarin. In de lengte of in de breedte…