Ergens vind ik ’t van de zotte om steeds een statusupdate van mijn gezondheid te plaatsen op mijn blog. Ergens zou ik dat zo graag daarvan verschoond willen laten. Omdat ik voel dat ik zeur. Omdat ik liefst focus op de mooiere dingen des levens. Aan de andere kant weet ik dat ik misschien op een later tijdstip kan terugkijken omdat ik me dan waarschijnlijk niet eens meer kan herinneren hoe lang dit allemaal duurde. That is, als het evenwichtsprobleem ooit weggaat. Voor nu blijkt het nog steeds te bestaan.

Welnu, vandaag kijk ik daar iets anders tegenaan. De afspraak op een vervolgonderzoek is immers ingepland voor eind februari. Ik doe er iets aan. Ik blijf er niet mee zitten.

Dan nog is die absurde duizeligheid, het tollen, nog niet verdwenen. Des morgens bij het opstaan begint het al. Bovendien is daar de pijn in de middenoren bijgekomen, waarvoor ik ook reeds bij de huisarts ben geweest, aangezien de KNO-arts vond dat dit een nieuwe klacht was. De afschuwelijke misselijkheid is inmiddels bij fasen verdwenen om op gezette tijden weer in vol ornaat aanwezig te zijn.

Het lijkt zich allemaal te verergeren bij momenten van stress. Mijn moeder was de afgelopen week ook absoluut niet lekker. En mijn zorgen bestaan nu eenmaal niet alleen om mijn eigen toestand. Je kunt je voorstellen dat we zelf ook het idee hebben continu in een ziekenboeg te verkeren.

De hele tijd denk ik ‘hoe kan ik deze hachelijke toestand doorbreken?’

Liefst zou ik een tovermiddel tot mijn beschikking hebben die ons beiden terstond weer op de been helpt. Liefst zou ik onszelf willen laten overbakken tot geheel nieuwe wezens die nergens last van ondervinden.

Soms ook denk ik dat het ligt aan de barre winter. Dan hoop ik dat de zon gauw haar rentree maakt en de lente weer gauw terug mag komen. Misschien dat we dan terstond weer het licht ervaren. Omdat we nu eenmaal beter teren op warmte, zonneschijn en buiten zijn. Ik kan haast niet wachten…