Je hand op mijn knie als teken van steun. Dat bemoedigende knikje. Je guitige glimlach. Je gortdroge humor. Het zijn allemaal herinneringen. En ik kan ernaar teruggrijpen. Gesprekken met je voeren, omdat ik ergens in m’n brein precies weet wat er gezegd zou worden.

Ik herinner me die koude wintermorgen dat we gedrie pannenkoeken bakten, al moest ik op die stoel staan om bij de pan te komen. En dat ik je als kind al ten huwelijk vroeg en dat je daar als vader beretrots op was, het zelfs vertelde aan iedereen die het maar wilde horen.

De talloze keren dat je een poging waagde me logische zaken als wiskunde bij te brengen, terwijl ik flierefluitend andere zaken veel belangrijker vond. Die ene keer dat je met me mee zat te huilen, toen die rotperiode daar was. De mannen in mijn leven die je drie keer niks vond.

Vandaag is de dag dat je drie jaar geleden het leven liet. De zon schijnt. Fel. Er is bijna geen wolkje aan de lucht. Heel af en toe vliegt die ene meeuw voorbij. De pijn ervan is wat milder geworden. En heeft plaatsgemaakt voor een soort van innerlijke vrede, bijna sereen te noemen.

Toch mis ik je aanwezigheid bij vlagen zo enorm dat het opnieuw pijn doet. En prompt dat die meeuw dan voorbij komt als teken dat je er stiekem toch een beetje bij blijft.

Ik mis je. Maar koester elke warme herinnering aan je als een schat die men me nooit meer afneemt…

Source image: Oldifan / Pixabay