Je zal hem maar zijn. En weten dat hij dat besluit genomen had om zijn familie achter te laten. Om in een ander werelddeel een beter bestaan op te bouwen.

In de hoop, nee dat is nog veel te mild gesteld, omdat hij toch ergens weet dat hij het geluk voor zichzelf moet afdwingen. Omdat hij weet dat hij beter kan en wíl. En dat hij dan een paar louche types tegenkomt, die bereid zijn hem voor een hele harde prijs naar dat Utopia te vervoeren, per schip. En dan dat het moment daar is dat hij moet instappen en ziet dat hij niet de enige was die die stap maakte. En dat dat schip eigenlijk – ook – een mislukt bootje is en hij de ironie daarvan direct inziet. Dat hij ondanks dat grote aanwezige publiek toch aan boord gaat, want hij heeft immers al betaald, vooruit. En dat hij ergens deep down vermoedt dat hij zijn familie nooit meer terug zal zien.

En dat hij dan hier aankomt, ten lande, en dat er aan de grens van die sociale mannetjes en vrouwtjes staan, die hem precies vertellen wat zijn rechten zijn. Gewoon omdat ze daarmee verzekerd blijven van hun eigen baan. Plichten, die zijn er ook natuurlijk, maar die zijn vooralsnog minder belangrijk, want hij moet eerst nog maar dat levensonderhoud en een dak boven zijn hoofd proberen te verkrijgen. Dat lijkt het belangrijkst, voor nu.

Dat hem beloofd wordt dat deze inmiddels ook vergankelijke verzorgingsstaat goed voor hem zal zorgen. Maar natuurlijk moet hij eerst – met al die anderen die het ook gelukt is de overstap te maken – in een vluchtelingencentrum verblijven. Terwijl zijn dossier zal worden doorgelicht, beoordeeld en er stappen zullen volgen waarna hij hopelijk op korte termijn een tijdelijk, maar liever een definitief verblijfsdocument zal ontvangen.

Dat hij ook in zijn eigen land had kunnen proberen samen met anderen dat land her op te bouwen, dat was hem nog niet doorgedrongen. Nog daargelaten dat zijn zwangere vrouw thuis, waarschijnlijk tussen het puin van al die oorlogen, moet bevallen, probeert hij dan ook maar manhaftig te vergeten. Ooit komt de dag, immers, dat ook zij hem hier zal volgen. En dat ze dan weer samen zullen zijn, in zijn Utopia.

Dat hem uiteindelijk een flat wordt toegekend, die hij weliswaar moet delen met een paar andere lotgenoten, waarna voor hen een geweldig nieuwe episode begint. En dat ze dat nieuwe leven zo vaak mogelijk vieren met dat vreugdevuur op het balkon. Maar dat op een dag door nalatigheid hun flat in vlammen opgaat. En hij op een nipt moment met zijn nog aangeschoten slaperige kop wordt gered. En dat hem ook hier de ironie niet ontgaat, dat dat afgedwongen geluk zelf een Utopie is.

Dat beeld, dat laat me niet los…