De rode loper lag er klaar voor. Mijn partner S. stapte uit de limousine en met een grote glimlach richting het juichende publiek zwaaide hij mijn deur open. Ik stapte enigszins wankel uit, die hoge hakken moest ik toch eens leren bedwingen. Even zwaaide ik naar het publiek, en voelde dat S. zijn warme arm om mijn middel legde. Ik gaf hem een knikje van waardering. We schreden, zoals het wereldsterren van formaat betaamt, over de rode loper richting de prachtig uitgedoste bioscoop waar de première van mijn laatste thriller zou plaatsvinden. Ik moest maar een paar treden beklimmen, en dat wilde ik zonder al teveel haarscheuren van af brengen.
Het waren maar een paar stappen.
Toen plotseling gegil en geschreeuw weerklonk en er schoten werden afgevuurd. Gelijk werd ik door S. naar de grond geduwd en hij dook boven op me. Maar het was al te laat. Ik was tot driemaal toe beschoten. Hij stak zijn pistool in zijn mond en benam zichzelf het leven daarna.
De chaos was compleet. Doffe pijnen kwamen heel hard binnen. Binnen no time hoorde ik sirenes van alle kanten, de ambulances en politie waren in vol ornaat opgeroepen. Terwijl S. me probeerde te sussen en tegen me bleef praten alsof hij bang was dat ik mijn bewustzijn zou gaan verliezen. Even opende ik mijn ogen. Ergens wilde ik hem vertellen dat het leven zo mooi was geweest. Dat ik hiermee echt de moed zou opgeven, maar iets weerhield me. Ik zag een traan biggelen over zijn wang. Ik vroeg me af, waarom iemand in vredesnaam een stokje wilde steken terwijl ons gezamenlijk leven té mooi en té sprookjesachtig was. Ik voelde mijn energie wegsijpelen, naast het bloed hoogstwaarschijnlijk. Ik kón hem niet eens vertellen dat ik het niet langer trok, dat ik niet de kracht zou hebben dit te overleven.
De broeders van de ambulance benaderden ons met een brancard, ze legden me voorzichtig op mijn rug. Checkten snel waar de kogels binnen waren gekomen. Stelden vragen, ‘wie bent u?’, ‘wat is uw geboortedatum?’ en probeerden te polsen of ik misschien niet toch even mijn bewustzijn kwijt was geraakt gedurende dat korte ogenblik. Ze legden me uiterst voorzichtig op een brancard, terwijl ik vanuit mijn ooghoeken zag dat de politie pogingen deed het publiek wat afstand te laten nemen.
Ze duwden de brancard de ambulance in. Gelukkig mocht S. mijn hand blijven vasthouden. Hij bleef maar tegen me aanpraten, waarschijnlijk gestimuleerd door de ambulancebroeder.
Met loeiende sirenes werd ik richting het ziekenhuis gereden. Af en toe voelde ik dat we een noodstop moesten maken, en dat de rijkunsten van deze broeder absoluut fenomenaal waren.
De ambulance remde uiteindelijk, we arriveerden bij het ziekenhuis. Opnieuw werd er getrokken en gesjord aan de brancard. En werd ik de Eerste Hulp ingeduwd.
Ergens halverwege boven een deur hing een klok. Het was 22:03 uur. Pas toen stond ik mezelf toe mijn bewustzijn te verliezen…
Badend in zweet werd ik halverwege de nacht wakker. Was het een nachtmerrie?