Zes jaar geleden werd een foto genomen van jullie. Boven jouw hoofd verscheen op die foto een vliegende meeuw.

Twee jaar later overleed je. Precies, op de dag van vandaag. We kozen – niet denkend aan deze foto – voor een wegvliegende meeuw op de rouwkaart. Pas later viel dit ‘toeval’ ons op. Het was zo’n moment dat je er rillingen van krijgt.

Op momenten dat ik het moeilijk heb, verschijnt er steevast een meeuw in mijn zicht. Hij gaat zitten op het hek van mijn balkon. Of vliegt weg.

Ik had me zo voorgenomen deze dag juist niet te sikkeneuren, maar in alle dankbaarheid jouw leven te vieren. Dat verging me verbazingwekkend goed. Samen met moeders de dag doorbrengen, en een feestmaaltijd voor te bereiden en te eten. En iedereen die erbij wil zijn, is welkom. De mensen die meeleven door een kort berichtje te sturen sluit ik voor altijd in een geheim doosje op, en bewaar de sleutel ervan, diep in mijn hart.

Het ging zo goed, totdat ik naar huis ging, een uurtje geleden.

Ik bukte voorover. En stak mijn sleutel in het slot van dat fietsslot en daar kleefde een heel klein veertje aan. Resultaat: proppen in mijn keel, en tranen van gemis, die ik niet langer kon onderdrukken.

Ik mis je nog altijd, elke dag. Als vader, als mens en als een vertrouwde ziel.

Al doe je – Goddank – zo je best om me te laten weten dat je nog steeds ergens bij me bent.