Plotseling zit het angstzweet in mijn handen. Mijn hart bonst als een tierelier. Iets wat verdacht veel lijkt op een paniekaanval neemt de overhand. Of lijkt dat te zullen doen.
Ineens is die levensgrote droombubbel gebarsten. De waarheid presenteert zich als een moker die nietsontziend de brokstukken naar mijn kop gooit en me de werkelijkheid laat zien.

‘Ik zit niét op de juiste plék’, denk ik vertwijfeld.

Ik constateerde het toen ik de voors en tegens tegen elkaar afwoog terwijl ik op ’t Internet aan het speuren was. Ik zou zo graag die ene opleiding willen volgen. Al was het alleen maar om mezelf nuttig bezig te houden.

Had ik minstens vijfentwintig jonger geweest dan was dat geen probleem. Nu dringt die genadeloze nuchterheid tot me door. Mijn leeftijd zit tegen, naast de huidige opgefokte crisis, naast het feit dat er geen banen voor het oprapen liggen. Iedere keer weer die gedachte dat ik niet nog minstens twintig jaar die uitkering – hoewel ik daar best dankbaar voor ben – moet blijven genieten. Teruggaan naar mijn vorige baan – in dat eerdere leven in een vroeger bestaan – lijkt me niet handig. Louter vanwege het door de crisis weggevaagde middenkader zie ik daar niet langer brood in. Bovendien, ten tijde dat ik die opleiding volgde werd een Secretaresse nog gezien als een regelrechte spin in het web. Tegenwoordig ben je niet méér dan een type-miep.

Het enige wat ik nog kan doen is denken, twijfelen en nog eens peinzen. Wat moet ik? Wat wil ik? Wat kan ik? Hoe nu verder?

En ik kan nog zoveel! Waarom heb ik dan potjandorie geen toffe baan? Waarom zit ik in een impasse en worden de meest kundige mensen aan de kant geschoven? Vanwege die paar Euro’s minder aan salaris? Of louter vanwege het feit dat we naarmate de leeftijd vordert niet zo makkelijk bijgekneed kunnen worden? En is dat financieel-economisch wel toelaatbaar om al die capabele mensen een uitkering te laten genieten? Dat kan toch anders?

Tussendoor denk ik aan de jaren die achter me liggen. Waren die tevergeefs dan? Mijn God, wat heb ik in die tijd niet allemaal gedaan, geleerd, uitgezocht, mezelf ontwikkeld. Is dat dan allemaal voor niets geweest?

Ik verzin voor mezelf een limiet aan tijdsspanne voor deze angstgedachten, met op de achtergrond het idee dat een crisis vaak gezond genoeg is om er ook weer uit te klauteren. Tien minuten mag ik net zo lang twijfelen en panieken als ik wil. Daarna moet ik dat concept laten varen.

Ik neem een kop koffie. Kijk eens naar de horizon die veruit strekt en zo zwart is als het maar zijn kan. Slapen doe ik maar niet meer. Ik ben veels te wakker. Wanhopig probeer ik het paniekerige gevoel van daarnet los te laten en me te concentreren op iets constructiefs. Als altijd uit zich dat in het aanpassen van de lay-out van dit blog. Dáár, dat maakt me rustig. Het stemt me voor heel even tevreden dat ik zelfs problemen overwin van theme errors.

Ik neem nog een kop koffie. En nog een. Schrijf uit pure wanhoop dit blog, zodat ik het nadien nog eens op mijn gemak terug kan lezen. Om misschien een pad te kiezen waar ik iets mee kan.

Daarna kan ik pas rustig ademhalen. Ik heb mijn paniek van daarnet weer verslagen. Ik ben Zen. Voor nu…