“Waardeloos!” is mijn antwoord dan vaak genoeg. Niet altijd, maar de vraag hoe het gaat, nodigt wel uit om eerlijk te zijn. Hetgeen maar al te vaak wordt beantwoord door een schreeuwende stilte van de zijde van de mens met wie ik in gesprek ben. En dat bevreemdt me, want wat let die andere persoon om eens dóór te vragen?

Heeft men geen zin in een moeilijke situatie? Of raakt men zodanig verlegen met die situatie dat ze zich geen houding meer weten te geven?

Duidelijk is wel, dat er nadien niet veel meer aan gespreksstof overblijft. Men weet in alle snelheid niet goed hoe men weg kan komen, zelfs.

Dus heb ik mijn antwoorden ietwat moeten aanpassen. Het gaat nu niet langer ‘waardeloos’, maar ‘het gáát’, of ‘het kan nog nét!’ Wat bij de meeste mensen dan weer die glimlach op het gezicht brengt. En als mijn pet ten aanzien van die ander dusdanig positief is, wil ik de situatie zelf nogal eens vergoelijken door er een slotsom: “Maar het komt wel goed met mij!” aan vast te breien.

Ik vind het zo jammer, dat de mens zodanig ‘vluchtig’ is ingesteld. Oppervlakkig zelfs, tot het gaatje. Omdat men zo’n soort gesprek niet meester of machtig is.

Nu moet ik wel toegeven, dat de situatie op dat moment zich wel moet lenen voor een wat diepgaander gesprek. Nochtans, is er niemand die zal zeggen: “Ik kom er nog op terug bij je, dan gaan we daar eens een stevige boom over opzetten!”

Dát zou pas fijn zijn, als men aanvoelt dat die ander zit te springen om een wat diepzinniger gesprek dan altijd maar dat oppervlakkige gedoe zonder dat men er een punt aan breit, omdat men zich geen raad weet met deze situatie.

Then again, je weet wel precies wat je aan die ander hebt in zo’n geval. Het vergt bovendien iets van intuïtie om aan te voelen waarmee je die ander wel of niet mag belasten. Terwijl je als mens tot mens toch maar dat gesprek aangaat. Alsof je tegen een herdershond roept, dat je blind op hem vertrouwt.

Ik blijf dan toch liefst als een dolfijn, die zich ontdoet van haar masker zodat men ook al dat moois erachter kan zien…