Je ne parle pas Français.

Een vragende wenkbrauw, en toen een heel vervolgverhaal in moerstaal, daar in dat zwembad ergens op een camping bij de Rhône. Ik haalde mijn schouders maar eens op, en besloot weg te zwemmen. Weg van deze Franse kid, die niet begrijpen wil dat ik het wel volg, maar niet wil spreken.

Ze zijn raar, die Fransen. Een aantal jaren geleden kon ik een onbedwingbare lachstuip ook al niet inhouden toen ze hortend en stotend moesten toegeven, dat ‘Frans toch niet dé Internettaal was geworden’.

Mijn vader sprak wel vloeiend de taal. Getuige zijn afscheidsgroet: ‘Ooievaar‘ wat zo lijkt op ‘Au revoir‘ en de Fransen vrolijk terug groetten. Al snapte hij dan weer niet wat ‘Coupé?‘ betekende toen de bakkersvrouw het brood vlak bij de snijmachine hield en hij stilzwijgend zijn portemonnee trok en vroeg: ‘Hoeveel?’

Ik heb dan ook altijd de neiging om net als Manuel van Fawlty Towers steeds te roepen: ‘Que?’ Maar ja, dat is dan weer jolijt met het Spaanse in mij.

Waarom schrijf ik dit?
Een giga-hoeveelheid aan enge Franse types doet verwoede pogingen deze site plat te leggen.
Dit is mijn antwoord daarop…