Apparaten zoemen op de achtergrond. Het geroezemoes van mensen die om je heen dwarrelen. Telefoons die rinkelen, worden beantwoord. Smartphones die de grappigste ringtones afspelen, die ook worden beantwoord.

Mensen die opstaan. Gaan zitten. Mensen in gesprek. Sommigen luid, anderen zachtjes. Er is beweging. Er is flow. Ook daar voel ik, ervaar ik, proef ik, onderhuidse sferen.

Sommigen werken. Anderen praten.

Een van de collega’s kiepert zijn laatste restje koffie in een grote plantenbak. ‘Ziezo!’ zegt hij, ‘dat doet mijn Karma weer veel goeds.’ Ik glimlach om de humor ervan.

De receptioniste benadert de persoon die tegenover me zit, deelt iets mee, ik versta het niet, probeer de persoon die ik aan de telefoon heb zo goed mogelijk te beantwoorden.

Ik verdrink in het geheel. Laat de indrukken allemaal op me inwerken. De hele dag door probeer ik me te concentreren op de taken die voor me liggen. De hele dag door heeft die kantoortuin een overweldigend nietige invloed op me.

Ik kom thuis, en leg mijn hoorapparaatjes met een zucht uit. Rust. Stilte. Even op adem komen. Adem in, adem uit. Dat vergt wel een half uurtje zodat ik weer even bij mezelf kan komen.

Die stilte – zonder hulpmiddelen – heb ik dan heel hard nodig.